Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 163 mei-juni 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Fotografie uit het Midden-Oosten

Hedendaagse fotografie uit het Midden-Oosten is zowel in het Victoria & Albert Museum in Londen als in het FotoMuseum van Antwerpen onderwerp van een tentoonstelling. Beide instellingen plaatsen hun expo expliciet in het verlengde van de Arabische Lente, maar slechts één tentoonstelling toont ook werkelijk beelden van de revolutie.

De tentoonstelling in Londen kiest resoluut voor jonge (kunst)fotografen. Alhoewel ze in het Midden-Oosten geboren zijn, studeerden ze meestal in westerse kunstinstellingen en hebben ze momenteel Parijs, Londen, New York als woon- en werkplaats. Hun beelden laten zich vaak lezen als culturele rebussen, gevuld met verwijzingen naar maatschappelijke gebruiken en codes die voor een westers publiek moeilijk te ontcijferen zijn en dus uitgelegd moeten worden. Bij elk beeld hangt dan ook een korte, verklarende tekst. Wie die teksten leest, merkt echter al snel dat ze de beelden inwisselbaar maken, en als een pamflet wegzetten. Volgens de teksten dragen de beelden een eenduidige boodschap uit, verduidelijken ze een kritisch standpunt, stellen ze een onoorbare praktijk aan de kaak, distantiëren ze zich van oosterse gewoonten en westerse gemeenplaatsen over die oosterse gewoonten, enzovoort. Tekst én beeld overstijgen echter zelden het gemakzuchtige cliché. Een voorbeeld: in zijn reeks Party bleekt de Iraanse fotograaf Amirali Ghasemi (°1980) de ontblote armen, halzen en gezichten van feestvierende jongelui uit. Deze ingreep, zo lezen we in de tekst, zou moeten worden begrepen als een kritische herhaling van de censuur die buitenlandse tijdschriften in Iran te beurt valt. Maar wat we eigenlijk te zien krijgen, is niet meer dan een letterlijke toepassing van diezelfde brutale censuur. Resultaat: geen complex, gelaagd, wel een simplistisch, moraliserend (spiegel)beeld.

Kiest het V&A voor een statische opsomming van fotografische posities uit (maar toch vooral over) het Midden-Oosten, het FotoMuseum Antwerpen vervangt de klassieke kunsthistorische lectuur door een meer sociologische benadering, waarbij vooral gekeken wordt naar de rol die fotografie als medium speelt. De tentoonstelling bevat niet alleen actueel, maar ook historisch fotomateriaal (een groot deel ervan is gewijd aan een archief van Kadhafi) en presenteert naast foto’s ook enkele (korte) digitale video’s en zelfs een videoregistratie van een tv-uitzending (een opname van een openbare executie uitgezonden door de Libische staatstelevisie). De geselecteerde beelden zijn afkomstig uit Syrië, Tunesië, Libië en Egypte, en zijn soms gemaakt door professionele fotografen, maar even vaak ook niet. Sommige foto’s zijn eerder documentair van aard, andere getuigen dan weer van een reportageachtige aanpak, nog andere zijn het werk van kunstenaars-fotografen, het soort foto’s dat we in het V&A konden aantreffen (één fotograaf, de Egyptische Nermine Hammam, duikt in beide expo’s op).

Een tentoonstelling maken met materiaal dat zo nauw verbonden is met de actualiteit, is nooit evident. Men verwacht zowel een presentatie van iets dat zich ‘nu’ voordoet (en dus nog steeds het onbestemde van het avontuur in zich draagt), als een reflectie over het getoonde beeldmateriaal (wat een zekere afstand in de tijd vooronderstelt). Toch slaagt de curator erin deze uiteenlopende verwachtingen met elkaar te verzoenen, door de aandacht vooral te richten op de manier waarop de beelden gedistribueerd en/of gebruikt worden. Vandaar zoveel nadruk op de rol van nieuwe digitale media (YouTube en Facebook), of van burgerinitiatieven als Mosireen (een mediacollectief uit Caïro) of Uprising of Women in the Arab World (een Facebookcampagne ter verdediging van vrouwenrechten). Telkens gaat het om de vraag hoe deze beelden ter plaatse ingezet worden, wat ze ginds bewerkstelligen, welk maatschappelijk effect ze sorteren. Tegelijkertijd verhult de tentoonstelling niet dat er een grote afstand blijft bestaan tussen wat wij hier in deze beelden zien (of denken te zien) en hoe ze daar ervaren worden. Hier, in tegenstelling tot in Londen, geen beelden met een evidente boodschap, of beelden die de drempel tussen ‘hier’ en ‘daar’ willen slechten, wel foto’s die een tastend, zoekend, bevreemd kijken oproepen, beelden dus waarvan de betekenis nog niet is vastgelegd.

Er is veel en uitermate divers beeldmateriaal te zien, er worden verschillende thema’s aangesneden, en soms dreigt de tentoonstelling te bezwijken onder haar steile ambities. Toch blijft ze alsnog overeind, omdat ze nergens de pretentie heeft om deze diversiteit dwingend te organiseren. Er wordt eerder een veld van mogelijke vragen en benaderingen geopend, dan wel een sluitend betoog ontwikkeld. Deze openheid manifesteert zich heel concreet in de presentatie van het historisch archief van het Kadhafibewind. Het gaat hier om beelden die door Human Rights Watch gered zijn van de teloorgang. Het zijn verweesde beelden, aangetroffen in kapotgeschoten kantoren van de Libische inlichtingendienst: ze hebben geen duidelijk aanwijsbare maker, hun uiteindelijke functie of bestemming, zelfs de opdracht die eraan voorafging, blijft opaak. We kijken blind naar deze beelden, maar daarom nog niet zonder enige vooringenomenheid. Door de chronologische presentatie neigen we ertoe ze te lezen als het verhaal (opkomst, hoogtepunt en val) van het regime, maar dan wel verteld vanuit het standpunt van de machthebbers. Op een bepaald moment echter wordt de kijker door een korte commentaar bij een van de beelden gewezen op wat op het eerste gezicht een pietluttig detail is: de schoenen van Kadhafi (en dan meer bepaald zijn hakken). In die kleine, terloopse opmerking zit een heel programma verborgen. De lectuur van de foto’s als manipulatieve beelden wordt hier even opgeschort om een andere mogelijke manier van kijken te installeren, een blik die het beeld niet al meteen wegzet in een voorgeprogrammeerde categorie (als propaganda bijvoorbeeld), maar het integendeel bekijkt als ‘beeld’, dat wil zeggen als een autonoom object dat een eigen (en complex) verhaal vertelt. Door voortdurend in te zetten op deze kleine verschuivingen in het kijken naar fotografische beelden slaagt de tentoonstelling erin de bezoeker uit zijn ingesleten kijkpatronen te lichten en hem zo te confronteren met de onvermoede rijkdom van dit in schijn zo povere materiaal. 

 

Light from the Middle-East: New Photography liep tot 7 april in het Victoria & Albert Museum in Londen. Power! Photos! Freedom! loopt nog tot 9 juni in het FotoMuseum Antwerpen, Waalsekaai 47, 2000 Antwerpen (03/242.93.00; www.fotomuseum.be).