Marian Cousijn

DE WITTE RAAF

Editie 163 mei-juni 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Marien Schouten bij Galerie Paul Andriesse

Er zijn slangensoorten die hun kaken extreem wijd kunnen openen, waardoor ze met gemak een prooi naar binnen kunnen werken die vele malen groter is dan hun eigen lichaam. Deze gedachte wordt onwillekeurig opgeroepen zodra de bezoeker de galerie binnentreedt en direct oog in oog staat met een monumentale keramieken sculptuur van Marien Schouten, een soort drakenkop. Een groot stalen hek deelt de ruimte in tweeën en scheidt de sculptuur van de bezoeker, wat een bijna ondraaglijke spanning teweegbrengt. Het hek, een werk uit 1991, en de keramieken kop uit 2013 zijn op zichzelf al erg sterke kunstwerken. Gezamenlijk zorgen ze voor een krachtig openingsbeeld.

De combinatie van oud en nieuw werk vormt een interessante rode draad door de tentoonstelling. Het oeuvre van Schouten beweegt zich van abstracte schilderkunst in de jaren 80 via driedimensionaal werk begin jaren 90 naar architecturale interventies en van daaruit rond 2000 naar keramiek, waarbij figuratie zijlings een intrede doet. De tentoonstelling bij Galerie Paul Andriesse – de laatste in het pand aan de Westerstraat – omvat al deze periodes.

Met zeer dwingende interventies in de architectuur neemt Schouten bezit van de galerieruimte. Door middel van het hek en een twintig meter lange sokkel confronteert hij de bezoeker met de manier waarop deze zich door de ruimte beweegt en de kunstwerken beschouwt. Zo is het schilderij waaraan de tentoonstelling zijn naam ontleent, Gewonde Leeuw (1989), achter een grote wand van rood bruut glas geplaatst dat de perceptie ervan sterk beïnvloedt (Untitled/Wand, 2010). Om het schilderij goed te kunnen bekijken wordt men gedwongen plaats te nemen in de smalle ruimte tussen het schilderij en de glaswand, waardoor afstand nemen geen optie is.

Uit de manier waarop werk uit wel vier decennia een harmonieuze eenheid vormt, blijkt de consistentie van Schoutens oeuvre. Het zwaartepunt van de tentoonstelling ligt bij de keramiek, een medium dat de kunstenaar zich volledig meester heeft gemaakt. De glans van het glazuur zorgt voor een grote aantrekkingskracht; je wordt verleid het van heel dichtbij tot je te nemen. Gelukkig is de eerder genoemde slangenkop via een omweg om het stalen hek heen te bereiken. Het beeld, dat honderden kilo’s weegt, heeft acht dagen achtereen in de oven moeten staan. Hoewel dit proces grotendeels oncontroleerbaar is, lijkt het alsof ieder barstje, iedere bel en iedere lacune in het glazuuroppervlak er met opzet is geplaatst en de kunstenaar niets aan het toeval heeft overgelaten. Als een alchemist lijkt hij het proces tot in de details te beheersen. De indringende groene kleur van het glazuur doet denken aan donker jade en het diepste van oerwouden.

Voor de recentere keramieken sculpturen gebruikt Schouten een wit glazuur, dat door druppels, barsten, en olieachtige iriserende glans evenzeer fascineert. Toch haalt dit witte glazuur het niet bij het groene, en ook is de meer abstracte vormentaal van het nieuwste werk minder pakkend dan die van de serie koppen. Vanuit een soort oerangst wekken deze beelden eerst de associatie op met de wijd opengesperde slangenkop. Op het tweede gezicht bevatten de sculpturen naast organische ook industriële en architectonische elementen, en vormen ze een intrigerende mix tussen een schedel, een pagode, een Mexicaans godenmasker en een verbrandingsmotor.

Ook interessant zijn de studies voor Groene Kamer/Slang (2001), de ruimtevullende installatie die zich bevindt in museum De Pont in Tilburg. Dit sleutelwerk uit Schoutens oeuvre markeert de transitie van architectuur naar keramisch werk. De keramieken modellen hiervoor, een soort maquettes, dateren van 2001, maar waren nog niet eerder te zien. Bij een van de modellen ontbreekt de uitgang, wat net als het stalen hek en de rode glaswand een sterk claustrofobisch gevoel oproept.

De tentoonstelling werkt op verschillende niveaus en nodigt uit om na te denken over materialiteit, perceptie en de invloed van de ruimte op kunstwerken. Hierdoor wordt het bezoek een totaalervaring. Voor een jonge generatie kunstliefhebbers- en historici biedt ze een mooie introductie in Schoutens omvangrijke oeuvre, terwijl ze bijdraagt aan de waardering van het medium keramiek. Het stalen hek ten slotte verdient een iconische status. Het is te hopen dat de tentoonstelling aanleiding vormt voor het Stedelijk Museum om hun eigen hek van Schouten vlug weer eens uit het depot te halen.

 

• Marien Schouten, Gewonde Leeuw / Wounded Lion, 23 maart – 27 april 2013, Galerie Paul Andriesse, Westerstraat 187, 1015 MA Amsterdam (020/623.62.37; www.paulandriesse.nl).