Merel Van Tilburg

DE WITTE RAAF

Editie 164 juli-augustus 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Lorna Simpson

De tentoonstelling Lorna Simpson in het Jeu de Paume heeft niet de pretentie een volledig overzicht te geven van het werk van de Afro-Amerikaanse ‘mid-career’-kunstenares. Ondanks de bescheiden selectie worden wel alle stadia in Simpsons artistieke parcours aangestipt, te beginnen bij de documentaire zwart-witfotografie uit de jaren 70. In de eerste zaal vinden we ook enkele combinaties van tekst en geënsceneerde zwart-witfotografie, waarmee Simpson doorbrak in de jaren 80. Vooral het werk Waterbearer (1986) heeft niets aan zeggingskracht ingeboet. De monumentale foto toont de rug van een zwarte vrouw in een witte hemdjurk tegen een inktzwarte achtergrond. Zij schenkt water uit een zilveren kan in haar linkerhand, en uit een witte jerrycan in haar rechterhand. De iconische helderheid van de foto, die in één oogopslag de geschiedenis van de slavernij oproept, wordt gecompliceerd door een tekstfragment dat het beeld tegelijkertijd individualiseert én narratief verruimt: SHE SAW HIM DISAPPEAR BY THE RIVER, THEY ASKED HER TO TELL WHAT HAPPENED, ONLY TO DISCOUNT HER MEMORY.

Lichaam, identiteit, gender, geschiedenis en herinnering, feit versus fictie, zijn de thema’s die Simpson in haar werk bevraagt. Simpsons kenmerkende juxtaposities van beeld en gevonden of geschreven, korte of langere tekstflarden, vormen nergens een afgesloten, eenduidig geheel, maar bieden openingen naar een fictieve, bijkans poëtische polysemie. In een aantal werken wordt het afwezige (zwarte) lichaam in beeld gebracht via menselijk haar, waarbij Simpsons voorliefde voor het pars pro toto en voor sporen blijkt. Het werk Wigs II (1994-2006) bestaat uit zo’n vijftig foto’s van haarstukken (op twee na allemaal zwart) tegen een crèmewitte achtergrond, afgewisseld met twintig tekstbordjes. Verschillende mannen- en vrouwenhaarstijlen, snorren, haar in netjes, en zelfs een toef schaamhaar, roepen een ‘verhaal’ op over gender, identiteit en maskerade, aangestuurd door teksten als ‘she dressed them as twins/sometimes female/sometimes male’ of het meer persoonlijke ‘strong desire to blur’.

Sinds de jaren 90 drukt Simpson haar foto’s en teksten regelmatig af op vilt – een keuze die werd ingegeven door het werk van Joseph Beuys. Net als bij deze laatste spreken de tactiele, organische kwaliteiten van het materiaal tot de verbeelding, en versterken ze de relatie tot het menselijk lichaam. Bovendien benadrukken de vilten panelen de objectkwaliteit van zowel de foto’s als de tekstfragmenten. De vilten drager vervaagt de foto’s, en dit gegeven wordt expliciet ingezet in relatie tot het thema herinnering. Oude ansichtkaarten met foto’s van interieur en exterieur van het New Yorkse Lincoln Center vormen het uitgangspunt voor een recente serie vilten fotopanelen. In plaats van zwart-wit zijn deze beelden in sepia-achtig goud gedrukt, dat het patina van de ‘herinnering’ weerspiegelt en de beelden een aura geeft van vergane glorie. Hoewel het hier om historische beelden gaat, horen deze werken uit 2011 bij een driedelige video-installatie uit 2010, Momentum, in dezelfde zaal gepresenteerd, waarin Simpson dan weer vertrekt van eigen herinneringen. In de video zien we een groep jonge dansers in een witte ruimte, jongens en meisjes, allen in gouden balletpakken en met goudkleurige afropruiken, de lichamen volledig goud beschilderd. Raciale verschillen worden hierdoor opgeheven. De dansers staan afwachtend bij elkaar en draaien af en toe een pirouette. Het gaat duidelijk om een repetitie, die door het gebruik van een ‘loop’ oneindig voortduurt. Simpson trad in de jaren 70 eenmaal op in het Lincoln Center. Vanwege haar timiditeit was dat geen positieve ervaring – en het was de laatste keer dat zij danste. Deze ‘reenactment’ is een goed voorbeeld van haar werkwijze: het verleden wordt heropgevoerd in een proces dat subjectiever is dan het schrijven van geschiedenis.

Gelaagdheid is een belangrijk kenmerk, zowel in individuele werken als in Simpsons oeuvre in zijn geheel. De ‘reenactment’ van de eigen herinnering leidt tot nieuw werk dat steeds verderaf staat van de persoonlijke ervaring, en dat nieuwe wegen opent voor oude motieven. Een goudkleurige serie penseeltekeningen, Gold Headed (2013), verbeeldt pruiken en haarstukken in een stijl die doet denken aan Japanse kalligrafie of de inkttekeningen van Manet. In de serie zwart-witfoto’s getiteld 1957-2009 waagt Simpson zich aan de heropvoering van het leven van anonieme anderen. Bij een zoektocht op het internet naar afgewezen foto’s uit pasfotoautomaten (onder andere voor twee series werken die hier te zien zijn), stootte ze op een album met geënsceneerde portretten van een zwart suburban stel uit de jaren 50, mogelijk bedoeld als een portfolio voor acteer- of modelwerk. Simpson presenteert een aantal van deze foto’s en wisselt ze af met beelden waarin zij zichzelf in scène zet en de twee protagonisten belichaamt. In een nieuw videowerk, Chess (2013), zien we Simpson op het eerste beeldscherm verkleed als de vrouw uit het album, en op het tweede scherm als de man, met snor en geruit jasje. Beide figuren zitten achter een schaakbord – sinds Duchamp een geliefde metafoor binnen de kunst. Ze spelen het spel echter niet tegen elkaar, maar in hun eentje. In navolging van een bekend principe uit de fotografie, waaraan ook Duchamp zich eenmaal onderwierp, is elke figuur vijf keer afgebeeld, zodanig dat ze met zichzelf om de tafel lijken te zitten. Een derde beeldscherm toont een vijfvoudig gespiegelde pianist, die een speciaal vervaardigde compositie uitvoert waarin de tonen van de linker- en de rechterhand exact zijn gespiegeld. ‘Spiegelende’ beeldecho’s zijn er ook tussen de drie schermen, bijvoorbeeld in de zwart-witcombinaties van de pianotoetsen en het schaakbord, of tussen de blanke pianist en de zwarte schaakspelers, of eenvoudigweg binnen het fotografisch palet.

Hoewel narrativiteit bij uitstek een kenmerk is van Afrikaanse kunst, en Simpson niet zonder reden vaak is gevraagd op te treden als Afro-Amerikaanse zegsvrouw, laat haar artistieke identiteit zich niet losweg als zodanig vastpinnen. Juist de gelaagdheid en de meerduidigheid maken haar werk zo intens.

 

Lorna Simpson, tot 1 september in Jeu de Paume, 1 Place de la Concorde, 75008 Parijs (01/47.03.12.50; www.jeudepaume.org). Van 10 oktober 2013 tot 19 januari 2014 is de tentoonstelling te zien in het Haus der Kunst te München.