Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 164 juli-augustus 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Claude Closky. Lunar Calendar 2013. [Paris]: Galerie Laurent Godin, 2013. 24 blz. 300 ex.

In 1989 publiceerde de Franse kunstenaar Claude Closky een kunstenaarsboekje onder de titel Les 1000 premiers nombres classés par ordre alphabétique. Het ging om een sober, gefotokopieerd bandje van 12 bladzijden. Zoals de titel doet vermoeden bevatte het enkel de lijst van de eerste duizend rangtelwoorden, voluit geschreven maar alfabetisch gerangschikt. De onlogische, soms absurde herschikking van allerlei reeksen zou een van de belangrijkste onderwerpen worden van de meer dan zeventig kunstenaarsboeken die Claude Closky sindsdien publiceerde. Zo herschikte hij, binnen de paginasequentie van het boek, kalenders, tabellen, prijslijsten, fotoreeksen en zo meer. De kunstenaarsboeken zijn simpel, enkelvoudig, glashelder en steeds voorzien van een twist. Hij claimt een artistieke ruimte tussen de grap en het serieuze. In dat moderne vagevuur treft hij niet alleen veel tijdgenoten, maar ook dadaïsten, patafysici en fluxuskunstenaars. In het zopas verschenen Lunar Calendar 2013 toont Claude Closky de verschillende maanstanden in een reeks van 12 beelden. Van een witte schijf op een zwarte achtergrond laat hij telkens een cirkelsector weg (zoals bij een aangesneden taart) tot hij uitkomt bij een volledige maansverduistering.

 

Peter Downsbrough. Link. Barcelona: Moritz Küng / Stuttgart: Markus Hartmann / Ostfildern: Hatje Cantz, 2013. 8 blz. 2 afb. 300 ex. ISBN 978-3-7757-3608-4

Peter Downsbrough publiceerde zijn eerste kunstenaarsboek Notes on Location in 1972. Zijn minimalistisch-conceptueel werk bleek goed te aarden in boekvorm. Nu, veertig jaar later, verschijnt zijn honderdste kunstenaarsboek. Het is een uitgezuiverde publicatie waarin twee woorden, een zwart-witfoto en twee verticale lijnen te zien zijn. De positionering en specifieke opeenvolging van deze karige elementen geven de inhoud meer diepgang. Het vierkante boekje is niet in de handel te verkrijgen. De uitgevers besloten om voor deze gelegenheid de volledige editie van 300 exemplaren te swappen. Iedereen kan een boek naar keuze sturen naar een van de uitgevers in ruil voor het kunstenaarsboekje van Peter Downsbrough. Het speelt geen rol welk boek men inzendt, alles kan. Op de website van Hatje Cantz wordt voorzichtig gesuggereerd dat de kunstenaar misschien iets zal ondernemen met de ingezonden boeken.

 

Dietmar Elger. Gerhard Richter Catalogue Raisonné Volume 3. Dresden: Gerhard Richter Archiv Staatliche Kunstsammlungen; Dresden / Ostfildern: Hatje Cantz Verlag. 640 blz. 702 afb. ISBN 978-3-7757-1980-3

De catalogue raisonné is het soort boek dat de dodelijke concurrentie van de zoekmachines op onze computers zal overleven. De overzichtelijkheid en het visuele plezier kan google niet bieden. Een papieren naslagwerk van 500 pagina’s of meer is nog steeds functioneler dan een download van hetzelfde kaliber. Voor kunstenaars symboliseert de catalogue raisonné de ultieme erkenning, meestal post mortem. Maar voor het catalogeren van de meer dan drieduizend werken die Gerhard Richter de laatste vijf decennia maakte heeft men niet gewacht tot zijn dood. In 2011 verscheen deel 1 (1962-1968) van wat een reeks van vijf volumes moet worden. Het blijft wachten op deel 2 omdat er problemen zijn bij de catalogisering van werken rond 1970. Zopas verscheen Catalogue Raisonné Volume 3. Deel 2, 4 en 5 zullen verschijnen in de loop van de komende zes jaar. Het nieuwste deel vangt aan in 1978, op het moment dat Gerhard Richter radicaal breekt met zijn vroeger werk. In de jaren 60 en 70 werd hij bekend met grijze fotoschilderijen. In 1978 schilderde hij voor het eerst een abstract werk, waarbij kleur een dominante rol kreeg. Het was het begin van een lange reeks abstracte schilderijen (meestal genummerd) die inmiddels het overgrote deel van zijn oeuvre uitmaken. De boeken zijn schitterend uitgegeven, met veel referentiemateriaal. Ook de foto’s, schetsen of schilderijen die Richter gebruikte als vertrekpunt zijn vaak opgenomen. De forse prijs van de vijf volumes zal wellicht voor veel liefhebbers een onoverkomelijke drempel zijn.

 

Vincent Katz. Black Mountain College. Experiment in Art. Cambridge, Massachusetts: MIT Press, 2013. 332 blz. 500 afb. ISBN 978-0-262-51845-1

Toen het Berlijnse Bauhaus in 1933 onder druk van het naziregime de deuren moest sluiten, vertrokken verschillende docenten naar de Verenigde Staten. In datzelfde jaar richtte de Amerikaanse filosoof John Andrew Rice het Black Mountain College op in de staat North Carolina. Hij wilde hiermee een alternatief bieden voor de kunstacademies. De gewezen Bauhausdocenten Josef en Anni Albers, Lyonel Feininger en Xanti Schawinsky vormden de eerste kern van het lerarenkorps. Black Mountain College lag afgelegen aan een bergmeer en had geen hiërarchische structuur, maar werd geleid door de docenten en studenten zelf. Iedereen leefde samen en de groepsdynamiek was belangrijker dan het individuele onderricht. Deze artistieke gemeenschap bestond gemiddeld uit een vijftigtal personen, en de lijst van docenten en kunstenaars die voor korte of langere tijd participeerden is indrukwekkend. Een kleine selectie: de dichters Charles Olson, Robert Creely en Robert Duncan, de schilders Helen Frankenthaler, Ray Johnson, Franz Kline, Willem en Elaine de Kooning, Robert Motherwell, Kenneth Noland, Amédée Ozenfant, Robert Rauschenberg en Cy Twombly, de beeldhouwers John Chamberlain en Ossip Zadkine, de ingenieur Buckminster Fuller, de componisten John Cage en David Tudor, de choreograaf Merce Cunningham, de kunstcriticus Clement Greenberg en de fotograaf Aaron Siskind. Black Mountain College was een privaat gefinancierde school en moest in 1956 de deuren sluiten wegens geldgebrek. Dat deze school een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van het abstract expressionisme, wordt hier aangetoond in een uitvoerig geïllustreerde tekst van Vincent Katz. Hij behandelt de ontstaansgeschiedenis en het dagelijkse reilen en zeilen op deze alternatieve campus, en maakt daarbij gebruik van getuigenissen uit de eerste hand. Daarnaast situeert hij ook alle belangrijke kunstenaars in een kunsthistorisch kader, wat meteen een stuk relevante Amerikaanse kunstgeschiedenis oplevert. Het verhaal over Black Mountain College toont dat het succes van een kunstschool niet afhangt van structuren, maar dat individuele inzet, ambitie en het geloof in de slaagkansen van artistieke vernieuwing volstaan om een hoog educatief en artistiek niveau te halen.

 

Walter Nikkels. Depicted – abgebildet – afgebeeld. Amsterdam: Valiz / Stuttgart: Tropen, 2013. 528 blz. ISBN 978-90-78088-54-7

De Nederlandse typograaf en boekontwerper Walter Nikkels (1940) is vooral bekend van zijn museumcatalogi, die hij meestal ontwierp in samenwerking met de kunstenaars. Hierdoor claimen deze publicaties dikwijls het statuut van kunstenaarsboek. In deze nieuwe, vuistdikke monografie over Walter Nikkels zien we hoe hij aanvankelijk werkt binnen de heldere, functionele stijl van de Zwitserse typografie. Wanneer hij vanaf 1976 als huisontwerper optreedt voor het Van Abbemuseum in Eindhoven, ontwikkelt hij een eigen stijl. De samenwerking met conceptuele kunstenaars, die de museumcatalogus beschouwden als een verlengstuk van hun oeuvre, maakte dat hij afstand nam van rigide theorieën en systemen. Hij keek in de eerste plaats naar de kunstwerken en de inhoud, die hij op een meer intuïtieve manier verwerkte. Met lijm en schaar (van computers was nog geen sprake) zocht hij naar de juiste verhoudingen, beeldsequensen en tekstmontage. Bij het bladeren ziet men als het ware hoe hij de beelden en tekstblokken na langzaam zoeken in de juiste positie schoof, met veel aandacht voor de witverdeling. Hij creëerde heldere boeken met een hoog kijk- en leescomfort waarbij het ontwerp niet in de weg stond van de inhoud. Dit leverde een reeks catalogi op die tot de mooiste publicaties behoren binnen de geschiedenis van de conceptuele kunst. Daarnaast ontwierp hij onder andere de catalogi voor Documenta 7 (1982) en Bilderstreit (1989), maar ook postzegels en het Nederlandse Burgerlijk Wetboek (1992). In de jaren 90 was hij een tijdlang verbonden aan het Stedelijk Museum in Amsterdam. Vanaf dan is te zien hoe zijn terughoudende stijl steeds meer plaats maakt voor een expliciet design. Soms glijdt zijn uitbundige visuele esthetiek af naar het gekunstelde, maar het plezier straalt er wel af. Zelfs op hoge leeftijd is hij een zoeker gebleven.

Het boek bevat een volledige lijst van alle drukwerken die Walter Nikkels realiseerde. Het is overvloedig geïllustreerd en bevat een verzameling teksten van en over Nikkels. De vormgeving van deze monografie is verzorgd door zijn collega Wigger Bierma (1958). Die kantelde de teksten 90 graden naar links waardoor de lezer het chronologisch geordende boek moet lezen als een kalender. De illustraties daarentegen staan wel rechtop.

 

Veronika Spierenburg. In Order of Pages. [Baden]: Kodoji Press, 2013. 520 blz. 393 afb. ISBN 978-3-03747-052-7

De bibliotheek van de Sitterwerk Foundation in Sankt Gallen bevat meer dan 25.000 boeken over kunst, toegepaste kunst en materialen. Gedurende een periode van 10 maanden heeft de Zwitserse kunstenares Veronika Spierenburg (1981) hieruit een subjectieve keuze gemaakt van 3000 pagina’s, die ze kopieerde. Aanvankelijk wilde ze haar selectie ordenen per thema, maar bij nader inzien besloot ze om de collectie pagina’s te ordenen volgens de paginanummers die ze droegen. Eerst nummerde ze elke pagina in haar kunstenaarsboek In Order of Pages nadrukkelijk van 1 tot 500. Daarna vulde ze het boek met afbeeldingen afkomstig van pagina’s uit haar bladzijdenverzameling die hetzelfde paginanummer droegen. Uiteraard wordt de ordening van het boek volledig door toeval geregeerd. Het levert de meest vreemde beeldcombinaties op. Het boek bevat ook meer dan 100 blanco pagina’s waarvoor Veronika Spierenburg geen overeenstemmende paginanummers vond. Het is aan de lezer om associaties en verhalen te maken bij het bekijken van het werk, dat zich in eerste instantie aanbiedt als een kakofonie van beelden.

 

Wolfgang Tillmans. FESPA Digital / Fruit Logistica. Köln: Verlag der Buchhandlung Walther König, 2012. 128 blz. 106 afb. ISBN 978-3-86335-211-0

FESPA Digital is een van de grootste beurzen die producenten van digitale printmachines samenbrengt. Fruit Logistica is een internationale beurs over de verwerking en verpakking van geïndustrialiseerde fruit- en groenteteelt. De Duitse fotograaf Wolfgang Tillmans bezocht beide beurzen met het oog op de parallellen. Hoe verschillend het aanbod van de beurzen ook is, toch is de visuele uitwerking van de verkoopstanden en de bedrijvigheid eromheen zeer gelijkaardig. Véél felle kleuren, veel slogans en merknamen (bijna allemaal in een schreefloos lettertype), maar ook glimmende machines, waarbij men soms niet ziet of het om een industriële inkjetprinter gaat of een verpakkingsmachine voor asperges. Ook de zithoekjes en de dresscode zijn inwisselbaar. Om deze parallelle werelden te tonen heeft Wolfgang Tillmans beide fotoreportages door elkaar gemonteerd. Hier en daar zijn blanco pagina’s ingelast om het kleurgeweld en het hoge beeldritme te temperen. Wat we zien is een glimp van de global world in volle actie.

 

Dennis Tyfus. Onder de titels. Antwerpen: Für Dich Verlag, 2013. 180 blz.

Het hoge tempo waarmee de interdisciplinaire publicaties van Dennis Tyfus elkaar opvolgen is verbazingwekkend. Hij is een kunstenaar die eerder het plezier van de kwantiteit dan van de kwaliteit opzoekt. Dieter Roth en Martin Kippenberger toonden vroeger reeds dat deze houding tot interessante resultaten kan leiden. Onder de titels is waarschijnlijk de meest recente publicatie van Dennis Tyfus (bij hem weet je nooit). Dit pover uitgegeven kunstenaarsboekje bevat een compilatie van alle titels die hij sinds 2006 bedacht. Ze zijn chronologisch geordend, maar het is geen heldere lijst zoals men in een catalogus zou verwachten. Alle titels zijn aan elkaar geregen, zonder hoofdletters en punten. Enkel een kleine vermelding van de respectievelijke data onder het eerste woord van elke titel geeft de lezer enige houvast. Wie in de vrolijke taalkronkels van Dennis Tyfus wil duiken, kan hieraan plezier beleven.