Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 166 november-december 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Philip-Lorca diCorcia

De overzichtstentoonstelling van Philip-Lorca diCorcia (°1953) in De Pont in Tilburg verzamelt de verschillende reeksen die de Amerikaanse fotograaf sinds het midden van de jaren 70 gemaakt heeft. Ze worden niet chronologisch getoond: de eerste reeks die de toeschouwer aantreft, is de recentste (en nog onvoltooide) serie East of Eden. De narratieve complexiteit van de reeks getuigt van de tomeloze ambitie van deze fotograaf. Alhoewel sommige beelden Bijbelse associaties oproepen (de zondeval door de appelboom, Sodom en Gomorra door twee honden die in een luxueus, onberispelijk interieur naar een pornofilm aan het kijken zijn) gaat het in deze reeks nooit om een letterlijke vertaling of een gezochte (kitscherige) actualisering van religieuze taferelen. De scènes zijn gesitueerd in herkenbare landschappen en interieurs, wat de kijker ertoe aanzet om de beelden toch vooral te lezen als suggestieve metaforen voor de morele toestand van het hedendaagse Amerika.

Fotografie wordt hier tegennatuurlijk ingezet. DiCorcia doet er alles aan om het beeld uit de letterlijkheid van de registratie te trekken en over te hevelen naar een domein waar de mechanisch opererende fotocamera niet vanzelfsprekend lijkt thuis te horen: de wereld van het verhaal, van de fictie. Om dat te bereiken zet hij een aantal formele instrumenten in. Hij gebruikt kleur om zijn beelden emotioneel op te laden, hij vervangt een neutraal, beschrijvend licht door een interpreterende, bijna cinematografische lichtvoering en hij kiest voor enscenering als een instrument van controle, van onderwerping van het beeld aan de wil van de fotograaf-regisseur. Het is dit samenspel tussen kleur, licht en enscenering dat ervoor zorgt dat de beelden verhalend worden, dat ze van een zekere narratieve spanning worden voorzien.

Tegelijkertijd waakt diCorcia erover dat deze verhalende impuls nooit ontspoort in uitzinnige ensceneringen zoals we die kennen uit de contemporaine modefotografie (ook een domein waarbinnen diCorcia overigens actief is, al hebben de curatoren besloten dat werk niet op te nemen in deze overzichtsexpo). Best zouden we zijn beelden kunnen omschrijven als ‘documentaire ficties’. Deze hybriditeit is wellicht nog het duidelijkst zichtbaar in de oudere reeksen Streetwork (gemaakt tussen 1993 en 1999) en Heads (gemaakt tussen 2000 en 2001) waarmee de tentoonstelling afsluit. In beide reeksen richt de fotograaf zijn camera op passanten in de straat, maar gebruikt hij het (aanwezige of artificieel toegevoegde) licht om de neutrale doorgangsruimte om te vormen tot een theatrale scène. De vraag stelt zich echter wat of wie we hier nu precies ontmoeten? Welk inzicht leveren deze fictionele registraties precies op?

De serie Heads geeft een duidelijk antwoord op die vraag. DiCorcia legde hier voorbijgangers vast die toevallig onder een enkelvoudige lichtbundel passeren. Het gelaat dat in die kegel van licht gevangen wordt, blijft hier echter even ondoorgrondelijk als het duister dat het omringt. Voortdurend wordt de kijker geconfronteerd met een ‘gezicht’ waarvan niets valt af te lezen, met een opaak ding. Wat diCorcia ook voor zijn camera brengt (mens, dier of object), het transformeert bijna altijd tot een ondoorgrondelijke aanwezigheid.

Kijk maar naar de personages die her en der opduiken in A storybook life (een gefictionaliseerde autobiografie) en telkens een schijnbaar simpele handeling stellen. We zien een vrouw die op een liftknop drukt, een man die het plafond schildert, een vader en dochter die elkaar over een hoop zand heen vragend aankijken, een zittende man die een vogel in een kooi beloert, een kokkin die voor zich uitstaart, haar groot keukenmes, waarvan het lemmet nog net het licht van de flits weerspiegelt, bevroren in een hakkende beweging… De fotografische opname snijdt hun handelen af, een brutale cesuur die hen meteen in een staat van weifelende introspectie brengt. Hier loopt niets gesmeerd: de handeling stokt en stuit op een onvermoed (en blijkbaar onuitsprekelijk) obstakel. Ergens halverwege lijken de personages oorsprong en doel van hun handelen vergeten te zijn en ten prooi te vallen aan een acute ervaring van zinloosheid. Voor even schijnen ze zich buiten de ‘normale’, rationele en zinstichtende verhouding tussen mens en wereld te bevinden.

De enscenering geeft hier zicht op een alternatieve ruimte waar voor een kort moment (de duur van een flits) een ‘onmogelijke’ verhouding tussen mens en wereld kan zichtbaar gemaakt worden. Een moment van verwondering, van verbijstering ook. Eerder dan een helder, duidelijk leesbaar tafereel aan te bieden, wensen deze beelden ons te confronteren met een existentieel vraagstuk, met een raadsel van epische proportie, een cruciaal moment waarop werkelijk alles in het geding is. De manoeuvres van de fotograaf brengen afgebeelde en kijker tot eenzelfde staat van radeloosheid. Ondanks al het narratieve gedruis bieden diCorcia’s beelden zicht op een ruimte waar er vooral een (ongemakkelijke) stilte heerst. Kijken naar de beelden van diCorcia is een oefening in zinledigheid.

 

Philip-Lorca diCorcia, Foto’s 1975-2012, nog tot 16 januari in De Pont, Wilhelminapark 1, 5041 EA Tilburg (013/543.83.00; www.depont.nl).