Masha van Vliet

DE WITTE RAAF

Editie 166 november-december 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

De herontdekking van de wereld in Huis Marseille

Het museum voor fotografie Huis Marseille, gelegen aan de Keizersgracht in Amsterdam, werd veertien jaar geleden opgericht met financiële steun van Stichting De Pont. In 2007 kocht het museum het aangrenzende, monumentale pand om het met het reeds in gebruik zijnde gebouw samen te voegen. Delen van de 17de- en 18de-eeuwse interieurs zijn in ere hersteld.

Begin september opende het in omvang verdubbelde museum zijn deuren met de grote openingstentoonstelling De herontdekking van de wereld. Werk van veertien Nederlandse fotografen wordt getoond vanuit de centrale vraag wat fotografie als artistiek medium betekent in onze digitale wereld. Wat is de betekenis van foto’s in een wereld waarin fotografie voor iedereen direct toegankelijk is en waar we gewend zijn geraakt aan een continue beeldenstroom. In de introductie wordt gesteld dat ‘een nieuwe ontdekkingsreis in de fotografie in volle gang is’. Een jonge generatie kunstenaars die opgroeide in het digitale tijdperk, keert terug naar de kern van het medium: de camera, de beelddrager en het lichtgevoelige materiaal. De meeste werken in de tentoonstelling zijn dan ook analoog. Deze terugkeer naar het ambachtelijke – een tendens die zich overigens ook voordoet in andere artistieke disciplines – kan begrepen worden als een directe reactie op het massale consumptieve gebruik van fotografie. In de tentoonstelling wordt het opvallend romantisch geformuleerd: ‘De innerlijke kracht van een artistiek medium wordt ingezet om de externe werkelijkheid te doorgronden […] Als iets de hedendaagse artistieke beeldtaal van de fotografie lijkt te karakteriseren is dat wel een gepassioneerde onderzoeksgeest, een wens te visualiseren wat er zich achter het zichtbare bevindt om te ontdekken uit welke componenten onze waarneming nu eigenlijk bestaat, en te onderzoeken hoe ‘echt’ of ‘onecht’ die waarneming eigenlijk is.’ Nogal een karakterisering die de veertien participanten op hun bordje geschoven krijgen.

De nachtelijke landschappen van Awoiska van der Molen die te zien zijn in de Louis XIV-stijlkamer op nummer 399 vragen om een langdurige beschouwing. Maanverlichte bladeren en bergtoppen doemen op uit een moeilijk doordringbare duisternis. De lange sluitertijd van de camera die nodig is in het donker (gemiddeld een kwartier per opname) en het langdurige procedé van het afdrukken op barietpapier dragen bij aan de drukkende traagheid die van haar werk uitgaat.

Ook Simon van Til onderzoekt de technische mogelijkheden van zijn camera in combinatie met tijd en licht. In het werk Night laat hij zijn camera acht uur lang, van zonsondergang tot zonsopgang, de hemel vastleggen, wat een monochroom blauw vlak opleverde. Hiermee doorbreekt hij de norm in de fotografie om dingen af te beelden zoals ze zich aan ons voordoen en gebruikt hij de camera als instrument om verder te kijken dan het zichtbare. De vraag is of het natuurlijke verschijnsel dat Van Til hier vastlegt niet interessanter is dan het beeld op zich.

In haar recente landschapsfoto’s van Madagascar brengt Scarlett Hooft Graafland subtiele verschuivingen aan in de werkelijkheid door met plaatselijke attributen bepaalde kenmerken van het landschap te benadrukken. Haar composities en kleuren zijn helder en treffend, maar minder verrassend dan de vroegere series die zij maakte in Bolivia en Noorwegen. De kleurrijke stillevens van Elspeth Diederix doen bijna als vanzelfsprekend het gebruik van digitale manipulatie veronderstellen, terwijl ze enkel het resultaat zijn van een zorgvuldige enscenering en belichting. Heel anders zijn de fruitstillevens en landschappen van Popel Coumou, waarin zij de grenzen van het werkelijke opzoekt. Van een geschilderd stilleven maakt zij een kleien miniatuurversie, die zij vervolgens weer fotografeert en op groot formaat afdrukt.

In een zaal op de begane grond wordt de bezoeker omringd door monumentale foto’s uit de serie Hier woont mijn huis van Eddo Hartmann. Op minutieuze en systematische wijze legt hij de vertrekken van zijn ouderlijk huis vast, dat hij 21 jaar eerder ontvluchtte wegens zijn gewelddadige vader. Hartmann herontdekt in deze foto’s een weggestopt verleden en maakt de toeschouwer deelgenoot van zijn zoektocht. Het authentieke, maar vervallen interieur, waarin de sporen van een gezinsleven nog zichtbaar zijn, heeft een cinematografische kwaliteit en doet denken aan de vroegste lichtbak van Jeff Wall, The Destroyed Room, waarin de kunstenaar een directe verwijzing maakt naar het iconische schilderij De dood van Sardanapalus van Delacroix. Terwijl Wall ensceneert en zich expliciet verhoudt tot de schilderkunst, staat het werk van Hartmann duidelijk in een documentaire traditie. De zaaltekst laat dit aspect opmerkelijk genoeg buiten beschouwing. Ook elders blijven raakpunten met toegepaste vormen van fotografie onbenoemd. Bij de foto’s van modefotografen als Viviane Sassen, Hellen van Meene en het duo Scheltens en Abbenes wordt de autonomie en de kunstzinnige aard van het werk benadrukt, terwijl de gebruikte technieken duidelijk afkomstig zijn uit de modefotografie.

Wel worden de kunstenaars om de haverklap in een schilderkunstige traditie geplaatst. De foto’s van oogschaduwdoosjes van Scheltens en Abbenes worden vergeleken met het abstract expressionisme, Juul Kraijers surrealistische portretten met renaissanceportretten en de gestipte ruimtes in het werk van Ilona Plaum worden in verband gebracht met de rol van de stip in de geschiedenis van de moderne kunst. Zijn dit de vrije interpretaties van de tentoonstellingmaker of beroepen deze kunstfotografen zich daadwerkelijk op de schilderkunst om zich te profileren in een beeldcultuur gekenmerkt door massaconsumptie? Heeft fotografie de schilderkunst nodig om als artistiek medium serieus te worden genomen?

De karakterisering van hedendaagse fotografie als artistiek medium in De herontdekking van de wereld mist enige nuance en is wellicht wat zwaar aangezet. Belangrijke fotografische tradities worden niet altijd genoemd, terwijl de connecties met schilderkunst nadrukkelijk worden belicht. Dit leidt soms tot zeer vrije interpretaties die afdrijven van wat er eigenlijk op de foto wordt afgebeeld. Desondanks biedt de tentoonstelling interessante inzichten in hoe fotografen en kunstenaars zoeken naar de relevantie van het medium door fotografie als ambacht weer voorop te stellen.

 

De herontdekking van de wereld, tot 8 december in Huis Marseille, Keizersgracht 401
, 1016 EK Amsterdam (020/531.89.89; www.huismarseille.nl).