Birgit Cleppe

DE WITTE RAAF

Editie 166 november-december 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Jef Geys – Licht en Architectuur

Sinds 1958 houdt Jef Geys met een accuraat referentiesysteem een inventaris van zijn werk bij. Alles wordt genummerd, genoteerd en in de mate van het mogelijke ook bewaard. Dat is geen sinecure, aangezien het oeuvre van Geys allesbehalve valt terug te brengen tot een reeks voltooide, op zichzelf staande artefacten. Bij Jef Geys kan zowat alles – een krantenkop, een zelfgebouwde chalet, een bloemkool – aanleiding geven tot ‘kunst’ of ingezet worden als (element van) zijn artistieke praktijk. Delen van een bestaand werk kunnen uit elkaar gehaald en opnieuw samengesteld worden, met andere werken in verband worden gebracht, of helemaal ontdaan worden van hun specifieke context. De kunst van Jef Geys is organisch, veranderlijk, vergankelijk. Ze is ook – zo blijkt in de tentoonstelling uit de lange reeks kopieën van de inventaris met zijn werken – sterk met de regio rond Turnhout verknoopt. Het feit dat de kunstenaar voortdurend de mogelijke kruisbestuivingen tussen de dagdagelijkse banaliteit en hedendaagse kunst verkent, is hier niet vreemd aan. Jef Geys vestigde zich in Balen en gaf er ook les aan de kunstacademie. Hij nam het Kempens informatieblad over en maakt sinds 1968 speciale edities die zijn tentoonstellingen begeleiden. In de jaren zeventig had hij een soort aanplakkrant in de hal van de Warande, met artikels over lokale politiek, kunst en allerhande andere zaken. In 1976 toonde de kunstenaar een fotodocumentaire van Turnhoutse dokterswoningen in de Warande. De werken verschijnen allemaal, weliswaar onder gemuteerde vorm en samen met nieuw materiaal, in zijn tentoonstelling Licht en Architectuur. Tijdens de verbouwing en uitbreiding van het oudste cultuurcentrum van het land, werd Geys uitgenodigd om als eerste in de nieuwe tentoonstellingsruimtes van Beel & Achtergael Architecten in de Warande te exposeren. Het was hun keuze voor een ondergrondse expozaal die Geys inspireerde tot een onderzoek naar architectuur, kunst en daglicht. Het resulteert in een caleidoscopische tentoonstelling die bulkt van de kruisverwijzingen, knipogen en voetnoten. Even politiek geladen als ontwapenend, is ze tegelijk hermetisch door het manifest ontbreken van bijschriften en toelichting, en genereus door de grote hoeveelheid veelzijdig en sprekend materiaal.

Bijna allegorisch voor de verhouding tussen kunst, licht en architectuur, blijken de drie 'moederbeelden' die Geys zelf als referenties voor de tentoonstelling naar voor schuift. Het eerste is een foto van 'het Beukenhof' waar hij vanaf 1958 zijn eerste tentoonstellingsruimte uitbaatte in de kelderruimte – die hij hiermee expliciet met de ondergrondse tentoonstellingsruimte van de Warande in verband brengt. Op het tweede beeld staat de auto van de kunstenaar, die in 1967 werd volgeladen met kolen omdat hij ze – de kolen – een week lang met het achterland wou laten kennismaken. De link tussen planten en kunst (en licht?) komt veelvuldig voor in het oeuvre van Geys, bijvoorbeeld in zijn Zaadzakjes (1963-1989) of zijn Quadra Medicinale voor de Biënnale van Venetië in 2009. Het laatste beeld betreft zijn zelfgebouwde chalet uit 1977, die hij – zonder succes – als kunstwerk wou laten opnemen in de encyclopedie Oosthoek.

Knooppunt van de tentoonstelling is zijn project uit 1991 voor de biënnale in São Paulo. Geys vervaardigde samen met architect Guy Mertens achttien schaalmodellen van modernistische gebouwen. Enkele van deze skeletsculpturen staan centraal in de twee tentoonstellingszalen opgesteld. Hun houten ribben lijnen de contouren van de gebouwen af. Het zijn abstracties van architectuur, dode containers zonder inhoud. Hoewel de gebouwen van alle betekenis zijn ontdaan – programma, inplanting, maatschappelijke status – kunnen ze door toevoeging van eenvoudige tekens en symbolen makkelijk opnieuw geclaimd worden: dat bewijst de aanwezigheid van een in de nationale kleuren geschilderde zespuntige ster, een symbool waarvan de connotaties onmogelijk te negeren vallen. Omgekeerd hebben deze symbolen de juiste dragers nodig om betekenissen over te dragen.

In de eerste zaal staat de confrontatie met de alledaagse werkelijkheid centraal, zoals in de reeks fiches met zwart-witfoto's van Turnhoutse dokterswoningen, voorzien van naam en adres van de bewoner. In tegenstelling tot de skeletsculpturen is de 'drager', namelijk de architectuur van de dokterswoningen, hier geladen met tal van onderliggende betekenissen, specifieke geschiedenissen en bedenkingen. De woning ‘leeft’. In de donkere, achterliggende zaal wordt een van de sculpturen uit het São Paulo-project omringd door een nieuwe lichtstudie van Geys. Tien schilderijen van de firma Douven – pittoreske landschappen die en masse geproduceerd en wereldwijd verkocht werden, en die vorig jaar nog in zijn tentoonstelling in het M HKA te zien waren – werden in diverse musea opgehangen en gefotografeerd. De levensgrote foto's zijn monumentaal opgehangen aan de zijwanden van de lange ruimte. De kaders, die telkens een foto van de opstelling, een grondplan van het gebouw en een gevelzicht tonen, zijn met spots uitgelicht. De compositie van de schilderwerkjes is steeds dezelfde, ongeacht de locatie. Maar de specifieke materialiteit en de wisselende lichtwerking in de ruimtes heeft een fundamentele invloed op de manier waarop de werken zich manifesteren. In die sequentie van veranderende kleurtonen en contrasten komen de landschappen tot leven. Op het einde, in de as van de zaal, hangen de eigenlijke werken van de firma, wederom in dezelfde slagorde. Het is de enige plek die – zijdelings – door natuurlijk licht bereikt wordt. Geys lijkt zich in deze kritisch op te stellen tegenover de keuze van de architecten om de nieuwe expozaal ondergronds te brengen – terwijl ze een van de enige programmaonderdelen vormt waarbij daglicht een absolute meerwaarde is. Suggereert hij dat kunst, net als planten, natuurlijk licht nodig heeft om te ontkiemen, te bloeien, in zaad te komen of terug af te sterven?

 

Jef Geys. Licht en architectuur, liep tot 17 november in cultuurhuis De Warande, Warandestraat 42, 2300 Turnhout (014/41.94.94; www.warande.be).