Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 166 november-december 2013

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Raoul De Keyser. Raoul De Keyser 1964-1970. Deinze: Museum van Deinze en de Leiestreek, 2013. 56 blz. 72 afb. ISBN 978-90-817-2682-5

In het Museum van Deinze en de Leiestreek is nog tot 19 januari 2014 een overzichtstentoonstelling te zien van het vroegste werk van Raoul De Keyser (1964-1970). Tegelijkertijd verscheen een kleine catalogus met een tekst van Jan Hoet. Alle werken zijn genereus over de ruime bladspiegel verdeeld, zonder het overdadige wit waar vroegere publicaties over de kunstenaar wel eens last van hadden. Deze compacte catalogus toont hoe de kunstenaar in zijn vroege jaren beïnvloed was door Roger Raveel en de Amerikaanse pop art, waarvan hij een landelijke variant ontwikkelde. Maar er zijn ook invloeden te ontdekken van de colourfield painting, die Raoul De Keyser op een figuratieve wijze toepaste. Op deze peilers bouwde hij een authentiek oeuvre waarmee hij vanaf de jaren 80 tot aan zijn dood in 2012 internationaal succes kende. In de catalogus zijn acht pagina’s opgenomen met documenten, knipsels en affiches, wat een interessant tijdsbeeld oplevert. Zo is er een foto te zien van Raoul De Keyser bij het raam van zijn atelier. We zien de kunstenaar zitten tussen een tafeltje met een volle asbak en een tweede tafel waarop de platenhoes staat van Poppy Nogood & the Phantom Band / A Rainbow in Curved Air van de Amerikaanse componist Terry Riley. De plaat, toentertijd aangeschaft door een van de zonen van Raoul De Keyser, is een klassieker uit de geschiedenis van de minimalistische muziek.

 

Hans-Peter Feldmann. ABC für Kinder mit der Kunst. Köln: Verlag der Buchhandlung Walther König, 2013. 290 blz. 732 afb. ISBN 978-3-86335-417-6

De Duitse kunstenaar Hans-Peter Feldmann (°1941) heeft een dominante plaats verworven in de geschiedenis van het kunstenaarsboek. In zijn publicaties herschikt hij foto’s afkomstig uit archieven, familiealbums, private fotocollecties, oude kranten en tijdschriften. Soms gebruikt hij ook postkaarten of eigen opnames. Door het herpresenteren van zijn subtiele selecties geeft hij een nieuwe, expressieve impuls aan reeds gebruikte foto’s. Voor zijn meest recente publicatie heeft hij het over een andere boeg gegooid. ABC für Kinder mit der Kunst is een ABC-boek (of abécédaire) dat hij uitvoerig illustreerde met reproducties van oude schilderijen. Hiermee knoopt hij aan bij een genre uit de negentiende eeuw dat nog steeds populair is. Hans-Peter Feldmann heeft het genereus aangepakt: elke letter van het alfabet kreeg 20 tot 40 illustraties toebedeeld. Hierdoor is deze volumineuze publicatie een echt koffietafelboek, en allesbehalve makkelijk hanteerbaar wanneer het in kinderhanden terechtkomt. De illustraties zijn afgedrukt op een roomkleurige achtergrond zodat men algauw het gevoel krijgt naar koekjestrommelkunst te kijken. Maar gezien Feldmann de kijker tot een ‘anekdotische blik’ wil dwingen, is dit misschien niet de slechtste keuze. Door de toevoeging van humoristische details wordt ook de aandacht van de volwassen lezer/kijker op scherp gezet. Zo staat onder de letter Q een schilderij van Salvador Dalí afgebeeld met het woord ‘Quatsch’ (flauwekul). Aan u om nog meer leuke details te ontdekken.

 

Henri Jacobs. Journal Drawings. Amsterdam: Roma Publications, 2013. 492 blz. 666 afbeeldingen plus varianten. ISBN 978-9077459997

Van de Nederlandse kunstenaar Henri Jacobs (Zandoerle, 1957) verscheen onlangs, gelijktijdig met een tentoonstelling in LLS 387 te Antwerpen, een lijvig boek met 666 tekeningen die hij maakte tussen 2003 en 2013. Alle tekeningen zijn genummerd en gedateerd waardoor ze een aaneensluitende reeks vormen. De titel van het boek verwijst naar de dagelijkse activiteit van de kunstenaar. De eerste jaren van het project legde hij zichzelf beperkingen op door vast te houden aan één formaat (24 x 32 cm) en door het uitsluitend gebruik van potlood, inkt en waterverf. Met de jaren begint hij af te wijken van deze vooropgestelde beperkingen. De meeste ‘journaaltekeningen’ zijn abstract, maar soms duiken series op met portretten of architectuurfragmenten. Wanneer hij gebruik maakt van liniaal, passer, gradenboog en cirkelsjablonen komen de decoratieve patronen soms moeilijk tot leven. Dat wordt dan gecounterd met lyrische werken, getekend uit de vrije hand. De titels spelen een belangrijke rol en vooral bij de abstracte tekeningen werpen ze een brug naar de realiteit. Bladerend door het boek ziet men hoe Henri Jacobs het medium steeds breder opvat. Tegelijk met de journaaltekeningen worden ook zijn inspiratiebronnen getoond. De tekeningen worden immers afgewisseld met katernen propvol beeldmateriaal, die Henri Jacobs in de loop der jaren verzamelde. Er zijn onder meer foto’s te zien van Brussel (waar de kunstenaar leeft), van tentoonstellingen die hij bezocht, architectuurfragmenten, interieurs, textiel, maskers… maar ook reproducties van kunstwerken die zijn referentiemateriaal vormen: werken van onder anderen René Magritte, Marcel Broodthaers, Sol LeWitt, Brice Marden, Jasper Johns, Theo van Doesburg, William Blake, Rogier van der Weyden, Jean Brusselmans, John Constable en Dan Flavin. Het is duidelijk dat het redactiewerk voor deze publicatie een behoorlijke klus was. De vormgeving is uiterst verzorgd. Door het grote formaat worden veel tekeningen op ware grootte afgebeeld. De afwisseling van hoofdstukken met journaaltekeningen en referentiemateriaal wordt mooi ondersteund door het alternerend gebruik van twee papiersoorten, die helaas niet steeds in de juiste looprichting liggen. De stofwikkel bestaat uit een vooraf geplooide poster die rond het boek is gevouwen. Een korte tekst van Ludo van Halem verduidelijkt het artistieke project en op de laatste pagina is een anonieme tekst te vinden met aanwijzingen hoe men het boek best bekijkt. We krijgen de raad om het open te leggen en af en toe te browsen om ‘verbanden, contrasten en tegenstrijdigheden’ te ontdekken. Zo wordt men als kijker deelachtig aan de trage tijd van de tekenaar.

 

Gerhard Richter. Streifen & Glas. Köln: Verlag der Buchhandlung Walther König, 2013. 80 blz. 68 afb. ISBN 978-3-86335-453-4

De publicaties van en over Gerhard Richter zijn de laatste jaren niet bij te houden: kunstenaarsboeken, verzamelde interviews, vertalingen, catalogi en monografieën volgen elkaar in snel tempo op. Ondertussen werkt Dietmar Elger, directeur van het Gerhard Richter Archiv in de Staatliche Kunstsammlungen Dresden – de stad waar Richter in 1932 geboren werd – aan een 6-delige catalogue raisonnée waarvan onlangs het tweede volume verscheen. Maar de productie van deze definitieve catalogus betekent niet dat Gerhard Richter stilzit. In diezelfde Staatliche Kunstsammlungen Dresden is nog tot 5 januari 2014 een tentoonstelling te zien van het recentste werk van de kunstenaar. De begeleidende publicatie weerspiegelt de opbouw van de tentoonstelling rond drie werktypes. Onder de titel Streifen zijn digitale prints te zien, opgebouwd uit talloze ragfijne kleurstrepen – sommige zijn 10 meter lang en 2 meter hoog. Een tweede groep bestaat uit abstracte schilderijen op glas waarbij de lakverf is aangebracht op de achterkant en ten slotte is er ruimtelijk werk bestaande uit glazen panelen, de zogenaamde Scheiben. Alle werken zijn gecreëerd in de periode 2010-2013. Het liggend formaat van de grote catalogus is onhandig, maar biedt de beste oplossing om de monumentaliteit van de Streifen voor te stellen. In een tekst van Dieter Schwarz worden de nieuwe werken geanalyseerd en vergeleken met de rest van het oeuvre. Een tweede tekst van Robert Storr plaatst het nieuwe werk in een ruimere historische context. De droge, zakelijke en koele vormgeving sluit mooi aan bij de inhoud.

 

Walter Swennen. So Far So Good. Brussel: WIELS / ____(SIC) asbl, 2013. 256 blz. ISBN 978-2-930667-06-5

In het Centrum voor Hedendaagse Kunst WIELS te Brussel is tot 26 januari 2014 een overzichtstentoonstelling te zien van het oeuvre van Walter Swennen (°1946). Zijn werk, dat vooral bestaat uit schilderijen en tekeningen, is op een subtiele manier humoristisch. Door zuiver schilderkunstige motieven te combineren met herkenbare beelden krijgen de schilderijen een enigmatische ondertoon. Opvallend is de expliciete aanwezigheid van taal in de vorm van geschilderde woorden of teksten. Ook als die taal afwezig is, blijven zijn beelden een ‘talig’ karakter behouden. Die taligheid wordt nog versterkt doordat veel motieven afkomstig lijken uit strips of cartoons. Naar aanleiding van de tentoonstelling in WIELS verscheen een lijvige catalogus onder de welgekozen titel So Far So Good. Het is de meest informatieve publicatie over het werk tot nu toe. De indeling van het boek is ongewoon. Zo begint het prompt met 78 illustraties in kleur, één per pagina, en staat aan het slot een ‘voorwoord’ van Dirk Snauwaert. Daartussen vinden we onder andere een hoofdstuk met geschriften van de kunstenaar, gevolgd door twee geïllustreerde essays. Vooral het essay Walter Swennen 1980-1981. De geboorte van de buikspreker van Olivier Mignon & Raphaël Pirenne is revelerend. De auteurs onderzoeken hier de periode waarin Walter Swennen de overgang maakte van dichter naar beeldend kunstenaar aan de hand van zijn eerste zes tentoonstellingen. Na de essays volgt een geïllustreerde lijst van 615 werken. Deze lijst is echter problematisch: het is noch een exclusieve lijst van de meer dan 130 werken die te zien zijn in WIELS, noch een volledig overzicht van het werk tot nu toe. Volgens de auteurs, die de lijst wel ‘exhaustief’ noemen, vormt hij een eerste aanzet voor een catalogue raisonnée. Dat de makers van het boek veel aandacht besteed hebben aan details bewijst de toevoeging van een sympathiek kaartje met 5 errata.