Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 167 januari-februari 2014

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Kirsty Bell. The Artist’s House. From Workplace to Artwork. Berlin: Sternberg Press, 2013. 336 blz. 224 afb. ISBN 978-3-943365-30-6

In dit geïllustreerd tekstboek ontwikkelt de Britse kunstcritica Kirsty Bell een erg originele theorie over de kunstpraktijk van de laatste honderd jaar. De titel laat vermoeden dat we een lifestyleboek in handen hebben, maar Kirsty Bell spreekt dat in haar inleiding meteen tegen. Het onderwerp van haar studie is de kunstpraktijk zelf, bekeken vanuit de private leefomstandigheden van de kunstenaar. Hierbij neemt ze niet de architecturale kwaliteit van de kunstenaarswoningen onder de loep, maar onderzoekt ze de wisselwerking tussen het private en publieke leven van de bewoners. Kirsty Bell stelt dat deze wisselwerking gevolgen heeft voor de kunstpraktijk. In vijf hoofdstukken, waarin ze telkens vier casestudies behandelt, werkt ze deze stelling uit. Zo leert de lezer onder de titel The Kitchen Table: The House as Workshop de leef- en woonomstandigheden kennen van Alice Neel, Edward Krasiński, Andrea Zittel en Louise Bourgeois.

 

herman de vries & susanne de vries. die wiese / the meadow. Eindhoven: Lecturis / Peter Foolen Editions, 2013. 320 blz. 312 afb. ISBN 978-94-6226-045-0

Het werk van de Nederlandse kunstenaar herman de vries (°1931) sloot van 1958 tot 1966 aan bij dat van de Nederlandse Nul-beweging. In die periode exploreerde hij vooral het monochrome wit. Wanneer hij in 1970 verhuist naar Eschenau in Duitsland, laat hij zich inspireren door oosterse filosofieën en de natuur. Zo besluit hij in 1986 om een weiland, gelegen in het semiagrarische landschap van het Steigerwald, terug een natuurlijke dynamiek te geven. Na enkele essentiële aanplantingen met inheems plantgoed laat hij het terrein aan zijn lot over. Het is een vorm van natuurbeheer die teruggaat naar de radicale ecologische bewegingen van de jaren 60 en 70 (zie o.a. Natuur uitschakelen – Natuur inschakelen van Louis G. Le Roy uit 1973). herman de vries plaatst deze contesterende kijk op de natuur in een artistieke context. Nu, 28 jaar later, documenteert dit fotoboek de natuurlijke ontwikkeling van de weide. De kleurenfoto’s zijn chronologisch gerangschikt en nemen elk een volle pagina in beslag. Als fotograaf heeft herman de vries consequent gekozen voor een neutrale blik. Dikwijls worden de foto’s van de weide genomen vanuit eenzelfde standpunt, met de horizon hoog in het beeld. Deze overzichtsbeelden worden dan afgewisseld met details van de aanwezige plantenrijkdom. Op het eerste zicht lijkt het resultaat eendimensionaal, maar bij nader toezien kan het boek telkens met een andere blik bekeken worden. De 312 foto’s zijn horizontaal afgedrukt in een uniform formaat. Door deze serialiteit krijgt de reeks niet alleen een documentair karakter, maar wordt ook een deur geopend naar een meer beschouwelijke blik. Het boek kan ook bekeken worden als een ode aan het pittoreske. De oneindige variatie van groenen, de kleuraccenten van bloemen en vruchten, de witte monotonie van het besneeuwde terrein, de uitbundigheid van de lente en het variabele licht vormen een natuurlijk, harmonieus geheel waar het oog in kan verdrinken. Maar ook de tijd speelt een belangrijke rol in de opzet van deze publicatie. De uitgevers kozen ervoor om het boek in een liggend formaat (oblong) te produceren. Dit verplicht de kijker om het boek op een tafel te leggen om het comfortabel te bekijken. Al bladerend ziet hij of zij de seizoenen wentelen. De sequentie van de pagina’s evoceert het verloop van de jaren en jaargetijden.

 

Hans-Peter Feldmann. Voyeur. Köln: Verlag der Buchhandlung Walther König, 2014. 265 blz. 800 afb. ISBN 978-3-86335-479-4

Onder de titel Voyeur verscheen in 1994 een kunstenaarsboekje van Hans-Peter Feldmann. Het bevatte talloze zwart-witfoto’s, geselecteerd uit de gedrukte massamedia en private fotoverzamelingen van de twintigste eeuw. De grote variatie van beelden en de geconcentreerde manier waarop Hans-Peter Feldmann ze monteert op de pagina’s, blijven intrigeren. Nu, twintig jaar later, verschijnt een zesde druk. Zoals bij de vorige herdrukken zijn ook hier weer de pagina’s herschikt, is de kleur van de cover gewijzigd en het lettertype vervangen. Zodoende monden deze herwerkte herdrukken uit in een vrolijke, opwekkende boekenreeks.

 

Willem Oorebeek. Vertikal Klub. Brussel: NN editions, 2013. 64 blz. 63 afb. 500 genummerde exemplaren.

Vertical Club is een artistiek project dat Willem Oorebeek 20 jaar geleden initieerde. De inhoud van dit project wordt niet toegelicht in dit nieuw kunstenaarsboek onder de titel Vertikal Klub. Wel reproduceerde Willem Oorebeek een zestigtal pagina’s uit modebladen, tijdschriften, kranten en catalogi waarop telkens een persoon te zien is, gefotografeerd ten voeten uit. Hierdoor krijgt de kijker/lezer meteen een hint wat het project Vertical Club kan inhouden: een reflectie over de menselijke figuur in de gedrukte media. De zwart-witafbeeldingen tonen zowel anonieme als bekende personen (onder anderen R.W. Fassbinder, Danii Minogue en Hamish Fulton). Zonder rekening te houden met de achtergrond is over deze beelden een soort administratief document gedrukt, dat telkens de respectievelijke titel en herkomst vermeldt, maar ook een beschrijving omvat van de afbeelding en zijn status binnen de ‘Vertical Club’. Door deze dubbele bedrukking is veel tekst nauwelijks leesbaar en krijgt men aanvankelijk de indruk dat de drukpers zich verslikt heeft tijdens het drukken. Het over elkaar leggen van twee druklagen is niet zomaar een radicale ingreep. Naast de visuele verwarring creëert de kunstenaar ook een specifieke blik op de gedrukte massamedia en het medium drukken zelf.

 

Nina Schleif (et al.). Reading Andy Warhol. München / Ostfildern: Museum Brandhorst / Hatje Cantz Verlag, 2013. 304 blz. 300 afb. ISBN 978-3-7757-3707-4

De hoeveelheid publicaties over Andy Warhol die aangeboden wordt in boekhandels, antiquariaten en op internetsites blijft verbazen. Die onoverzichtelijke massa boeken laat vermoeden dat alle uithoeken van het oeuvre zijn onderzocht. Het Museum Brandhorst in München presenteerde vorig najaar echter een tentoonstelling over Andy Warhols artistieke verhouding met het boek. De publicatie die verscheen naar aanleiding van deze tentoonstelling, behandelt voor het eerst een nogal verwaarloosd facet van de Amerikaanse kunstenaar. Zo is het verrassend om vast te stellen dat Andy Warhol meewerkte aan een kleine honderd boeken. In de jaren vijftig was dat vooral in de hoedanigheid van illustrator, maar later ontpopte hij zich ook tot auteur, kunstenaar, uitgever en fotograaf. Alles samen vormt deze productie een erg heterogeen pakket. In zijn illustratief werk voor kinderboeken in de jaren 50 kan men artistieke kwaliteiten onderkennen die hij later op een indrukwekkende manier vervolmaakte in zijn wereldberoemde kunstwerken. Door het hybride karakter van deze boeken kan slechts een handvol van zijn publicaties gezien worden als kunstenaarsboeken. Reading Andy Warhol presenteert, op een systematische manier, alle boeken waar Andy Warhol bij betrokken was. Naast een tekst, die de algemene geschiedenis van Warhols werk met boeken beschrijft, bevat deze publicatie ook elf essays die telkens inzoomen op een of meerdere boeken.