Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 168 maart-april 2014

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Eva Badura-Triska (et al.). Musée à vendre pour cause de faillite. Herbert Foundation und mumok im Dialog. discours. Wien: Museum moderner Kunst Stiftung Ludwig, 2014. 272 blz.  ISBN 978-3-902947-07-9

Wie vorige zomer de indrukwekkende openingstentoonstelling heeft gemist van de Stichting Herbert in Gent kan thans een uitgebreide selectie uit die privécollectie bekijken in het mumok (Museum moderner Kunst) in Wenen. Voor deze gelegenheid werd de selectie aangevuld met werken uit de collectie van het mumok, verspreid over vier gigantische verdiepingen. De titel Musée à vendre pour cause de faillite is afkomstig van Marcel Broodthaers en neemt op humoristische wijze stelling tegenover de kunstinstituten. De begeleidende publicatie bevat, naast uitvoerig beeldmateriaal, een reeks essays die focussen op een achttal kunstenaars: Marcel Broodthaers, Gerhard Richter, Heimo Zobernig, Bruce Nauman, Mike Kelley, Martin Kippenberger, Michelangelo Pistoletto en Franz West. Momenteel is enkel een Duitstalige catalogus ter beschikking, maar eind maart verschijnt ook een Engelstalige versie.  

 

Kirsty Bell. The Artist’s House. From Workplace to Artwork. Berlin: Sternberg Press, 2013. 336 blz. 224 afb. ISBN 978-3-943365-30-6

In dit geïllustreerd tekstboek ontwikkelt de Britse kunstcritica Kirsty Bell een erg originele theorie over de kunstpraktijk van de laatste honderd jaar. De titel laat vermoeden dat we een lifestyleboek in handen hebben, maar Kirsty Bell spreekt dat in haar inleiding meteen tegen. Het onderwerp van haar studie is de kunstpraktijk zelf, bekeken vanuit de private leefomstandigheden van de kunstenaar. Hierbij neemt ze niet de architecturale kwaliteit van de kunstenaarswoningen onder de loep, maar onderzoekt ze de wisselwerking tussen het private en publieke leven van de bewoners. Kirsty Bell stelt dat deze wisselwerking gevolgen heeft voor de kunstpraktijk. In vijf hoofdstukken, waarin ze telkens vier casestudies behandelt, werkt ze deze stelling uit. Zo leert de lezer onder de titel The Kitchen table: The House as Workshop de leef- en woonomstandigheden kennen van Alice Neel, Edward Krasiński, Andrea Zittel en Louise Bourgeois. In het laatste hoofdstuk, Leaving Home: From House to Exhibition, bekijkt Kirsty Bell hoe sommige kunstenaars hun leefruimte installeren op een artistiek platform. Hierbij behandelt ze het artistieke parcours van Rirkrit Tiravanija, Mirosław Bałka, Danh Vo en Dominique Gonzalez-Foerster.

Het is tegenwoordig modieus om de kunstenaar voor te stellen als een nomade, die met behulp van een mobiele telefoon en laptop overal ter wereld kunst maakt. Kirsty Bell toont echter dat zijn band met een vertrouwde thuishaven nog steeds niet te onderschatten is.

 

Ignacio Cano Rivero (et al.). Francisco De Zurbarán (1598-1664). Brussel: Bozar Books / Mercatorfonds, 2014. 248 blz. ISBN 978-94-6230-035-4

In het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel is nog tot 25 mei de tentoonstelling Zurbarán. Meester uit de Spaanse Gouden Eeuw te bekijken. De begeleidende catalogus is ambitieus opgevat. Niet minder dan zeven wetenschappelijke essays behandelen onderwerpen als de verhouding van Zurbarán met de Italiaanse kunst, de werking van zijn atelier, Zurbarán als mysticus en de analyses van zijn doeken en pigmenten. Opvallend is dat er nog steeds nieuwe werken opduiken, meestal uit kleine kerken of oude bibliotheken. Ook komen er frequent pertinente archiefstukken boven water. Odile Delenda, momenteel de belangrijkste expert over Zurbarán en auteur van de catalogue raisonné, geeft in een korte tekst een stand van zaken. De catalogus zelf bevat 52 nummers. Alle werken zijn genereus afgebeeld op de rechterpagina en telkens voorzien van een uitgebreide annotatie op de bladzijde ernaast. Het boek heeft een royaal formaat en is rustig vormgegeven, zonder veel grafisch geruis, waardoor alle aandacht naar de teksten en afbeeldingen kan gaan.

 

Maria Fusco. With A Bao A Qu Reading When Attitudes Become Form. Vancouver / Los Angeles: New Documents, 2013. 144 blz. ISBN 978-1-927354-14-8

Maria Fusco is een Ierse auteur die naast fictie ook theoretische teksten schrijft. Dikwijls begeeft ze zich op experimenteel terrein. Zo is ze uitgeefster van The Happy Hypocrite, een tijdschrift waarin schrijvers, kunstenaars en theoretici hun experimenten kwijt kunnen. De titel van haar nieuwste publicatie, With A Bao A Qu Reading When Attitudes Become Form, is op het eerste zicht enigmatisch en vraagt van de lezer enige inspanning. Ook inhoudelijk maakt het boek een verwarrende indruk, maar uiteindelijk voert Maria Fusco de lezer toch naar een nieuwe leeservaring. Ze doet dit door onderdelen van twee boeken te combineren. A Bao A Qu is een legendarisch monster, beschreven door Jorge Luis Borges in zijn The Book of Imaginary Beings (1967). Dit goedaardig gedrocht begeleidt mensen die op zoek zijn naar het opperste geluk. Daarnaast gebruikt Fusco de lijst van deelnemende kunstenaars van de tentoonstelling When Attitudes Become Form, georganiseerd door Harald Szeemann in 1969. De 67 namen plaatst ze telkens op één pagina. Onder elke kunstenaarsnaam staat één zin, gezet in een opvallend groot lettertype, waardoor het lijkt alsof Maria Fusco de betreffende kunstenaar citeert. Sommige zinnen lijken afkomstig uit het werk van Jorge Luis Borges en handelen over bibliografische systemen en de verhouding tussen tekstdrager (papier) en inhoud. Daarnaast vallen meer lapidaire gedachten te ontdekken. Deze combinatie van kunstenaarsnamen uit de conceptuele kunstwereld en literaire ideeën levert een boeiend geheel op waarin de lezer allerlei vragen, betekenissen en oplossingen ziet opduiken. En dat verschaft plezier. Uiteindelijk is dit tekstwerk het best te omschrijven als een cerebrale vingeroefening met poëtische consequenties. De suikerroze kaft geeft een sensuele toets, maar ook een misleidende lichtheid aan de inhoud.

 

Dennis Tyfus. Blikken van MSS Prijzen. [Antwerpen]: Ultra Eczema, 2013. 20 blz + vinyl plaat.

Tussen april 2012 en april 2013 publiceerde Dennis Tyfus twaalf afleveringen van het tijdschrift MSS Meesterd. Het bevatte vooral tekeningen, collages en foto’s van Dennis Tyfus zelf, naast werk van bevriende kunstenaars. De tijdschriften werden geprint met een risograaf (een digitale stencilmachine) of gedrukt in offset en zeefdruk. In december 2013 verscheen de eerste aflevering van MSS Prijzen, die kan gezien worden als de opvolger van MSS Meesterd. Deze nieuwe (onregelmatige) periodiek zal, aldus Dennis Tyfus, op een visuele en auditieve manier verslag uitbrengen van zijn reizen. Zodoende bevat de eerste aflevering tekeningen en foto’s gemaakt tijdens een trip naar IJsland, plus een kleine vinylplaat. Een audiofragment hieruit kan beluisterd worden via de website van Dennis Tyfus: www.ultraeczema.com.