Pieter Van Bogaert

DE WITTE RAAF

Editie 170 juli-augustus 2014

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Vijf galeries in Regentschapstraat 67 / David Lamelas bij Jan Mot

Vijf galeries delen voortaan één adres: Regentschapsstraat 67, 1000 Brussel. Het gaat om Mon Chéri, een samenwerking tussen de Parijse galeries Valentin en Jeanroch Dard, om Micheline Szwajcer, die het Antwerpse Zuid inruilt voor de Brusselse bovenstad, en de Brusselse galeries Catherine Bastide, Waldberger en Jan Mot. In juni vonden de eerste tentoonstellingen plaats. Het lijkt alsof elke kunstenaar die gelegenheid gebruikt om te werken met het specifieke karakter van het gebouw. Bij Catherine Bastide laat Sarah Crowner zich inspireren door architectuur en ornamenten: het kleurenpalet dat verschijnt onder het behang keert terug in haar nieuwe creaties. Bij Micheline Szwajcer lijken de eenvoudige gipsen vormen van Ann Veronica Janssens in de vers bepleisterde muren te verdwijnen. In de minder statige achterbouw hangt eerder een punksfeertje. Mon Chéri brengt er eigenlijk al zijn tweede groepstentoonstelling, met werk van onder meer Aline Bouvy, Manor Grunewald of Mike Goldby. Walberger toont er werk van Xu Zhen. En overal zie je ruimtes in een onafgewerkte staat. Het potentieel van deze ruimtes toont zich in de plankenvloeren zonder vernis, in de leidingen zonder chauffage, in de stelling zonder bouwvakkers.

Bij Jan Mot zit het potentieel in de boekenplanken zonder boeken, restanten van de juridische uitgeverij die voorheen dit pand bij het justitiepaleis betrok. Wat in een andere context als storend element zou worden weggemoffeld achter de muren van een white cube – die overigens wel is opgetrokken in het tweede deel van dezelfde ruimte, weg van de straatkant – is nu een gedroomd decor voor oud en nieuw werk van David Lamelas. Oud zijn de ‘reading-films’: Reading film from ‘Knots’ by R.D. Laing en Reading of an extract from ‘Labyrinths’ by J.L. Borges. Nieuw is Mon Amour, gebaseerd op werk van Marguerite Duras. De twee oude 16mm-films spelen op videomonitors tussen de boekenrekken aan de straatkant. Het nieuwe videowerk wordt in de white cube achteraan geprojecteerd.

De combinatie van die drie films is interessant. De oudste twee werden gemaakt in 1970. Op dat moment dachten vele, dikwijls conceptuele, kunstenaars na over de wisselwerking tussen beeld en taal, tussen kijken en lezen. De keuze van Lamelas voor deze drie auteurs is daar niet vreemd aan. Antipsychiater R.D. Laing schrijft op een vrij hermetische en associatieve manier. Het werk van Jose Luis Borges laat zich kenmerken door een verrassende, suggestieve stijl. Marguerite Duras maakte rond 1970 de overgang van literatuur naar film, in het spoor overigens van andere auteurs uit de beweging van de nouveau roman. Detruire, dit-elle uit 1969 was haar filmdebuut. Weliswaar had ze eerder al filmscripts afgeleverd, zoals de tekst die Lamelas hier gebruikt, Hiroshima mon amour, voor een film van Alain Resnais uit 1959.

Lamelas brengt elke tekst op een andere manier. Bij Ronald David Laing start hij met het letterlijke filmen van de tekst. Hij doet dat op een wijze die een rustig leestempo toelaat. Maar rustig lezen staat niet noodzakelijk gelijk aan rustig begrijpen. De stijl van Laing verdraagt immers geen eenduidige rationele manier van lezen. Dat Lamelas in zijn film enkel het vijfde deel van de tekst gebruikt, versterkt bovendien de verknipte stijl van Laing. Het tweede deel van de film toont een vrouw die dezelfde tekst leest met een zeer onpersoonlijke articulatie, die de betrokkenheid van de kijker verder compliceert.

In de verfilming van Borges’ tekst zien we een andere vrouw de tekst lezen, maar zonder geluid deze keer. De tekst uit het boek verschijnt als geplakte ondertitels onderaan het beeld. Ze lopen min of meer synchroon met de lippen van de vrouw, maar verdwijnen net iets te snel om beeld en tekst samen te volgen.

In Mon Amour komt het volledige boek van Duras letterlijk in beeld, maar zo onscherp en snel dat je nog nauwelijks iets kan lezen. Af en toe verandert de focus en worden flarden tekst leesbaar. Het is aan die flarden – plaatsnamen als Hiroshima of Nevers, zinsneden als ‘Tu n’as rien vu’ of ‘J’ai tout vu’ – dat je het boek zou kunnen herkennen. De enige woorden die altijd leesbaar zijn, zijn de verwijzingen naar de personages: ‘Lui’ en ‘Elle’. In deze digitale film wordt de tekst eerder gescand dan gelezen.

Uit de films wordt duidelijk dat elk van deze schrijvers ruimte nodig heeft. Laing heeft de ruimte op een blad nodig om associaties op te bouwen. Borges heeft de ruimte in de tijd nodig, waardoor een al dan niet bewuste beleving vervaagt tot een herinnering. Bij Duras gaat het om de fysieke ruimte. Haar teksten hangen nauw samen met de plaatsen waar ze woonde, leefde en werkte.

Ook exposeren wordt in grote mate bepaald door een ruimtelijke factor. De galeries in dit nieuwe huis voor de kunst maken dat met hun openingstentoonstelling heel zichtbaar, niet enkel door het gebruik van de lege boekenwinkel bij Jan Mot, maar evenzeer door de wijze waarop de onaffe ruimtes worden ingezet in de vier andere galeries.

 

• David Lamelas, 12 juni – 19 juli, Galerie Jan Mot, Regentsschapstraat 67, 1000 Brussel (02/514.10.10; www.janmot.com).