Dominic van den Boogerd

DE WITTE RAAF

Editie 170 juli-augustus 2014

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Shezad Dawood. The New Dream Machine Project

Na het faillissement van Felix Meritis dreigde leegstand voor het monumentale cultuurcentrum aan de Amsterdamse Keizersgracht. Om dat te voorkomen vroeg de stad het succesvolle fotomuseum Foam tijdelijk tentoonstellingen in Felix te organiseren. Eén onderdeel betreft een serie kunstenaarsfilms, uitgekozen door Claudia Küssel en gastcurator Juliette Jongma. The New Dream Machine Project (2011) van de Britse kunstenaar Shezad Dawood (1974, Londen) is de tweede presentatie in deze reeks.

Dawood voert ons terug naar de jaren zestig in Tanger, toevluchtsoord voor William Burroughs en andere kunstenaars van de Beat Generation die op zoek waren naar nieuwe horizonten voor de verbeelding. Een van hen was de Engelse schilder en dichter Brion Gysin. Hij is de maker van ‘het eerste kunstwerk dat met gesloten ogen bekeken moet worden’, de zogeheten Dreamachine (1961). Het toestel bestond uit een metalen cilinder, bijna een halve meter hoog, met sleuven in de zijkant, geplaatst op een ronddraaiende platenspeler. In het midden van de cilinder brandde een lamp. Het licht dat door de sleuven op de gesloten oogleden van de ‘toeschouwer’ viel, zou tot een staat van meditatieve trance leiden.

Sinds Gysins vinding hebben verschillende wetenschappers en kunstenaars suggesties gedaan ter verbetering van de droommachine. Lampen met verschillende kleuren zouden een beter effect sorteren, net als de toepassing van twee cilinders die in tegengestelde richting roteren. Op basis van deze inzichten heeft Shezad Dawood een nieuwe droommachine gebouwd van drie meter hoog, geconstrueerd uit geperforeerd staal, gekleurde tl-lichten en een elektromotor.

Dawood exposeerde deze New Dream Machine in 2011 in de stad waar Gysins vinding destijds voor het eerst werd getoond, en wel in de Cinemathèque, een bioscoop uit de koloniale tijd die door Yto Barrada en enkele andere kunstenaars is omgebouwd tot kunstcentrum. Het ronddraaiende gevaarte werd het middelpunt van een bijzonder optreden van de Meester Muzikanten van Jajouka, een eeuwenoude muziekgroep van pre-islamitische oorsprong, samen met Duke Garwood, experimenteel gitarist uit Londen. Het is dit unieke optreden dat op film is vastgelegd.

Het concert is een knipoog naar een voetnoot uit de muziekgeschiedenis die hier niet onvermeld mag blijven. In 1967 brachten The Rolling Stones een bezoek aan Tanger. Gitarist Brian Jones waagde zich al te vrijmoedig aan de geestverruimende middelen, waarna de andere leden van de band hem in de havenstad achterlieten. Gysin en zijn vriend Mohamed Hamri brachten Jones vervolgens naar Jajouka, een dorpje in het Rifgebergte. Daar wordt elk jaar de terugkeer van de lente gevierd tijdens Aid el Kbir, een dionysische ceremonie met een als geit verklede jongeman die het dorp onveilig maakt en uren durende concerten. Een spontane jamsessie zou hebben plaatsgevonden tussen de ‘stoned Stone’ en de dorpsmuzikanten. Een jaar later keerde Jones terug naar het bergdorp en maakte er de opnamen voor het legendarische album Brian Jones Presents the Pipes of Pan at Joujouka (1968), dat vlak voor zijn vroegtijdige dood werd uitgebracht.

Het door Dawood georkestreerde optreden is in zeker opzicht een reprise van die legendarische jamsessie. Het intense, drie uur durende concert is in de film samengebald tot zo’n vijftien minuten. In het centrum staat de droommachine, die zijn groene, roze, blauwe en violette lichtschijnsels in het rond strooit. Het publiek staat in een kring rond de muzikanten; tussen musici en toehoorders is een intense wisselwerking die tot bijna extatische vervoering leidt (Burroughs noemde de Meester Muzikanten van Jajouka ‘een vierduizend jaar oude rockband’). De montage van de beelden volgt het ritme van de muziek, maar ook de rotaties van de droommachine. Eerder dan een conventionele concertregistratie is de film een psychedelische werveling van luminescente kleuren, opzwepende ritmen en oeroude klanken.

Er bestaat een opvallende vormovereenkomst tussen de droommachine en de zogenaamde zoötroop, een kijktoestel uit de prehistorie van de cinema, bestaande uit een roterende trommel met kijksleuven en plaatjes aan de binnenzijde, die de suggestie van bewegend beeld wekt. De idee van de animatie, het in beweging zetten, in vervoering brengen, ligt aan de basis van Dawoods project. De link tussen rotatie en trance is dan weer ontleend aan het soefisme, de mystieke tak van de Islam. De muziek van de bedoeïen uit het Rifgebergte wordt wel ‘soefi trance’ genoemd, een trip naar de regionen van de geest waar het goddelijke huist. De legende wil dat wanneer de Meester Muzikanten van Jajouka (die hun vaardigheden al eeuwenlang overdragen van vader op zoon) zouden stoppen met spelen, de aarde niet langer zal draaien.

Dawoods film is geënt op een netwerk van historische gebeurtenissen, van artistieke vernieuwingen uit de jaren zestig tot eeuwenoude rituelen met een religieuze of mystieke oorsprong. De geestverruimende effecten die aan de droommachine werden toegeschreven, blijven bij het bekijken van deze film uit, althans bij mij, en ook bij de toeschouwers om mij heen kon ik geen rollende ogen of schuim op de lippen ontdekken. Maar als het getrommel en gefluit tot een oorverdovend volume aanzwellen en de felle kleuren in duizelingwekkend tempo over het scherm rollen, slaagt de film er wel degelijk in om iets van de oorspronkelijke opwinding en vervoering van de magische jaren zestig in Marokko tot leven te wekken.

 

• Shezad Dawood, The New Dream Machine Project, 30 mei – 18 juni, Felix & Foam, Keizersgracht 324, Amsterdam, www.foam.org.

• Het werk van Shezad Dawood wordt in Nederland vertegenwoordigd door galerie Gabriel Rolt, Elandsgracht 34, 1016 TW Amsterdam (020/785.51.46; www.gabrielrolt.com).