Kees Keijer

DE WITTE RAAF

Editie 171 september-oktober 2014

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

15 jaar PS Projectspace

Als kunstenaar legt Jan van der Ploeg zich vooral toe op grote muurschilderingen in een geometrisch-abstracte beeldtaal. Naast deze praktijk ging hij vijftien jaar geleden in zijn woning aan de Leidsekade in Amsterdam tentoonstellingen organiseren. In zijn woonkamer liet hij het publiek kennismaken met buitenlandse kunstenaars die nog niet in Nederland hadden geëxposeerd. Later nodigde hij ook Nederlandse kunstenaars uit. Soms ging het om bekende kunstenaars als Han Schuil of Ab van Hanegem, in andere gevallen waren het onbekende, jonge kunstenaars die net van de academie kwamen.

De naam PS verwijst in de eerste plaats naar postscriptum, een toegevoegde ‘mededeling’, naast Van der Ploegs kunstenaarschap dus, maar ook naar ‘public space’ en ‘private space’. Drie jaar geleden kreeg PS Projectspace een zelfstandige ruimte in de Madurastraat, in een voormalige school waar tegenwoordig voornamelijk kunstenaarsateliers zijn gevestigd.

Het ontstaan van PS Projectspace herinnert enigszins aan The Living Room, de galerie die in 1981 van start ging in een woonkamer in Amsterdam-Oost en die vooral na de verhuizing naar een andere locatie tamelijk succesvol werd. Hoewel de hagelwitte ruimte van PS Projectspace op het eerste gezicht doet denken aan een galerie – inclusief het onafscheidelijke bureau met iMac – heeft Van der Ploeg nooit commerciële bedoelingen gehad. PS is een kunstenaarsinitiatief en Van der Ploegs persoonlijke artistieke voorkeuren bepalen daarbij het programma. Door zijn kleinschaligheid heeft het initiatief altijd kunnen functioneren zonder subsidie.

Om een overzichtstentoonstelling van 15 jaar PS mogelijk te maken is er eenmalig wel beroep gedaan op subsidies, voornamelijk om het transport voor kunstwerken uit het buitenland te kunnen bekostigen. Ook de kleinschaligheid werd losgelaten. De groepstentoonstelling vond plaats in de eigen ruimte van PS, maar ook in de Servicegarage, het kunstenaarsinitiatief dat in hetzelfde Amsterdamse stadsdeel is gevestigd. Het idee was om vijftien Nederlandse en vijftien buitenlandse kunstenaars uit te nodigen die de afgelopen vijftien jaar in PS hadden geëxposeerd. In de grotere ruimte in de Servicegarage was het mogelijk om meer omvangrijke kunstwerken te tonen, zoals een fotowerk van Rohan Wealleans, schilderijen van Han Schuil en Frank Ammerlaan, en een vloersculptuur van Ruth Campau.

De tentoonstelling in de Madurastraat bevatte voornamelijk schilderijen van kleiner formaat, getrouw aan het huiselijke, persoonlijke karakter van PS. De Australische kunstenaar John Nixon kreeg voor een klein schilderij een hele muur ter beschikking. Hij was in 1999 de eerste kunstenaar die bij PS exposeerde. Nixon reflecteert op de abstracte schildertraditie. Zijn schilderij bestaat uit een doek waarover een blauw plastic weefsel, een stuk van een uienzak, is gespannen. Vervolgens heeft hij het geheel met zilververf beschilderd, waardoor het refereert aan modernistische stijlmiddelen uit onder meer de monochrome schilderkunst, de materieschilderkunst of de minimal art. Door zijn abstract en fysiek karakter vormt het werk een ironisch beeldrijm met een gefotografeerd schilderdoek van Victoria Munro op de wand ertegenover.

Meer kunstenaars uit de begindagen van PS waren afkomstig uit Nieuw-Zeeland en Australië. Van der Ploeg was in 1992 in het kader van het Abel Tasmanjaar naar Nieuw-Zeeland gereisd voor een culturele uitwisseling. Daar had hij enkele kunstenaars ontmoet met wie hij zich verwant voelde.

Op de tentoonstelling was veel werk te zien dat Van der Ploegs eigen preoccupaties als schilder weerspiegelt. Er hingen twee spierwitte monochromen, van Tilman en van Olivier Mosset. Geometrisch werk was er van Karina Bisch en Justin Andrews, die op een speelse manier scherpe kleurvlakken over elkaar laat schuiven, als in een caleidoscoop.

Anderzijds waren ook werken in de tentoonstelling opgenomen die nauwelijks lijken aan te sluiten bij Van der Ploegs eigen praktijk. Alejandro Carcia Contreras was bijvoorbeeld vertegenwoordigd met een bewerkte elpee van David Bowie. Contreras’ barokke oeuvre wordt gevoed door allerlei invloeden, zoals de populaire cultuur en occulte religies. In dit geval voorzag de Mexicaanse kunstenaar de hoes van Scary Monsters van spinnen en andere ‘monsterlijke’ insecten. Ook een schilderij van Paul Morrison lijkt op het eerste gezicht een vreemd element. Op een breed doek zijn in zwart en wit allerlei planten en bloemen geschilderd, waarvan sommige met sterke omtreklijnen afkomstig lijken uit een stripverhaal, terwijl andere eerder ontleend lijken aan een plantenencyclopedie.

Van der Ploeg gaat dus allerminst eenkennig te werk en het is bijzonder dat hij via PS Projectspace al vijftien jaar lang in eigen beheer kunstenaars onder de aandacht brengt. De jubileumtentoonstelling gold in elk geval als een aanstekelijk pleidooi voor het kunstenaarsinitiatief. De laatste jaren lijkt in Amsterdam daar helaas steeds minder animo voor te bestaan.

 

PS 1999-2014, 15 years anniversary exhibition, 28 juni – 31 augustus, PS Projectspace, Madurastraat 72, 1094 GR Amsterdam (06/4783.0952; www.psprojectspace.nl). De tentoonstelling in de Servicegarage (Cruquiusweg 79, Amsterdam) liep van 28 juni tot 13 juli.