Stefan Wouters

DE WITTE RAAF

Editie 174 maart-april 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Wout Vercammen. A Well Considered Idea of an Exhibition in 3 Parts

‘Made in Belgium. Toujours en retard’. Met het verwerken van deze woorden in een ‘woordschilderij’ (1973) verwierf beeldend kunstenaar Wout Vercammen zich een plaatsje in de Belgische kunstgeschiedenis. Hoewel Vercammen naar eigen zeggen steeds duidelijkheid nastreeft, blijft het de vraag of hij met het opschrift op dit schilderij naar zichzelf verwijst, een Belgische situatie aankaart of een combinatie van beide. In ieder geval heeft hij met dit werk de vinger op een wonde gelegd, die maar niet schijnt te helen.

Dat blijkt overduidelijk uit de overzichtstentoonstelling van Vercammen waarvan zopas het derde en laatste deel in de ‘Inbox’ op de bovenverdieping van het M HKA afliep. Op 76-jarige leeftijd krijgt deze Belgische kunstenaar en pionier van het Antwerpse happeninggebeuren alsnog een belangrijke tentoonstelling in zijn geboortestad (weliswaar in meerdere delen, wegens chronisch plaatsgebrek, en op de ‘zolderkamer’ van het M HKA – niet in de grotere expositieruimtes). Bij dit drieluik werd een lijvig boek uitgebracht door kunsthandelaar en uitgever Ronny Van de Velde, in samenwerking met het M HKA. Het boek legt vooral de nadruk op het visuele (ca. 430 van de 454 pagina’s tonen enkel kunstwerken en biografisch fotomateriaal) en maakt daarmee een niet mis te verstaan statement over de jarenlange miskenning van deze veelzijdige kunstenaar.

Tijdens het eerste deel van de tentoonstelling (11 december – 11 januari 2015), gecureerd door Jef Lambrecht, kreeg de toeschouwer een greep uit het vroege werk van Vercammen gepresenteerd (vanaf midden jaren vijftig). De selectie kenmerkte zich vooral door een verscheidenheid aan materialen en technieken, met als gemene deler de relatief kleine formaten van de kunstwerken. Zo zagen we onder meer een vroeg abstract-expressionistisch werkje, enkele kritische collages, een abstract-geometrische sculptuur, schetsen voor zijn Pneumatic Forms, een affiche van de eerste Antwerpse Happening in 1965, en zijn ‘lavages’, kalligrafische schilderijen waarmee hij internationaal vrij veel succes oogstte en die in relatie staan met de zenfilosofie. Ondanks de schraalheid van de ruimtes bleef het werk van Vercammen overeind, zij het zonder glans.

Het tweede luik van de tentoonstelling (15 januari – 15 februari), samengesteld door Frank Hendrickx, toonde een reeks doeken met dezelfde afmetingen (100 x 100 cm) in uniforme slagorde. Deze werken sturen schijnbaar duidelijke boodschappen de wereld in, en zetten zo aan tot reflectie. Het grootste deel bestaat uit de ‘Belgische schilderijen’ en ‘woordschilderijen’ waarvoor Vercammen bekend is, en die hun titel ontlenen aan het aangebrachte opschrift: Entrée libre, rien à voir (1969), Black hole target Belgium (1973), Wir haben es gewusst (1978)… De gladde schildertrant, het kleurige design en het gebruik van de lettertypes verraden de invloed van de pop art. Opmerkelijk is dat Vercammens lokale variant van pop art vrij laat tot stand kwam in vergelijking met het internationale hoogtepunt van deze stroming (begin jaren zestig). In die zin heeft de uitspraak ‘Made in Belgium. Toujours en retard’ ook een zelfreferentieel kantje.

Halverwege dit tweede deel, tijdens het Antwerp Art weekend op 1 februari 2015, voerde Vercammen een performance uit in de lijn van de objectgerelateerde performances die hij bracht vanaf de vroege jaren zestig. We zagen hoe hij de strijd aanbond met een rol ijzerdraad, hetgeen resulteerde in een soort sculpturale versie van Jackson Pollocks ‘action paintings’, en hoe hij dit gewrocht nadien op een witte modernistische sokkel plaatste, die oorspronkelijk diende om een beamer op te zetten. Het geheel werd nadien door Vercammen behoedzaam in de ruimte geplaatst, zodat de performance kristalliseerde tot een installatie.

De performance vormde meteen een tussenschakel naar het derde en laatste deel van de tentoonstelling (19 februari – 15 maart 2015), gecureerd door Ronny Van de Velde. Voor de ingang van de ‘Inbox’ werd een klein televisiescherm opgesteld waarop enkele performances van Vercammen uit de jaren zeventig te zien waren, gefilmd door Armand De Hesselle. We zien hoe hij tijdens een van de performances met een geweer een gebouw binnendringt waar een vergadering van rechters plaatsheeft: een opstap naar de tentoonstelling, die vooral draait om oorlog en geweld.

In het derde deel werd de titel van het drieluik – A well considered idea of an exhibition in 3 parts is een toespeling op Vercammens werk A well considered idea of an artwork (1970) – op bijzondere wijze in de praktijk gebracht. Op een bedachtzame manier werd namelijk een amalgaam gesmeed van commerciële belangen en de ruimtelijke uitdaging van de ‘Inbox’. Zo heeft Van de Velde nieuwe werken laten maken op basis van zeefdrukken die Vercammen tijdens het begin van de jaren zeventig vervaardigde. Deze fel gekleurde pop-artwerkjes heeft hij voor deze tentoonstelling boven elkaar geassembleerd, meestal per twee, hetgeen de ruimte optisch aanzienlijk verhoogt. Mede door de inhoudelijke cohesie en de treffende actualiteitswaarde van deze werken lijkt de assemblage, inclusief de wanden van de ‘Inbox’, uiteindelijk één groot werk te vormen. Het concept sluit mooi aan bij de visie van museumdirecteur Bart De Baere omtrent de ideale tentoonstelling: een expositie waarbij de bezoeker geconfronteerd wordt met slechts één werk van uitmuntende kwaliteit.

 

• Wout Vercammen, A well-considered idea of an exhibition in three parts. Aflevering 1: 1950-1970, 11 december 2014 – 11 januari 2015. Aflevering 2: Belgische werken en woordschilderijen, 15 januari – 15 februari 2015. Aflevering 3: postdadaïstisch en ander werk dat niet past in Aflevering 2 tot heden, 19 februari – 15 maart 2015.