Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 174 maart-april 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Kasper Andreasen – The Place of Writing

In Cultuurcentrum Hasselt liep tot 11 januari een compacte overzichtstentoonstelling met grafisch werk van de Deens-Belgische kunstenaar Kasper Andreasen (°1979). De tentoonstelling bevatte een twintigtal werken of reeksen, en twee vitrines met referentiemateriaal en kunstenaarsboeken. Ze opende met drie grote prints, getiteld Sketch Maps. De titel suggereert dat we de beelden moeten lezen als kaarten. Maar welke plaatsen de onregelmatige, gekartelde lijnen en de morsige vlakken nu precies voorstellen, is minder duidelijk. Het is zelfs niet helemaal zeker of de prints wel kaarten, van een reële dan wel imaginaire ruimte, willen zijn: wij worden ertoe aangezet ze zo te lezen, maar uiteindelijk bestaan ze uit niet meer dan wat ‘lukraak’ getrokken lijnen in een leeg vlak. Misschien moeten we het cartografische karakter van de schetsen elders situeren: het zijn geen ‘kaarten’ omdat ze zouden verwijzen naar een (al of niet verbeelde) plek daarbuiten, maar omdat ze de ruimtelijkheid van de drager waarop ze geprint zijn onder de aandacht brengen. Het zijn ‘kaarten’ omdat ze een ruimte maken waar er voorheen geen was.

Ook in ander werk komt die fascinatie voor cartografie terug. The Hasselt Projection bestaat bijvoorbeeld uit een opgeblazen satellietfoto van Hasselt en zijn onmiddellijke omgeving met daarop de namen van steden uit de veel ruimere periferie (Genk, Maastricht, maar ook Charleroi en Düsseldorf). De toevoeging van de toponiemen maakt van de foto een kaart. Het beeld speelt met verschillende schaalgroottes, die elkaar niet volledig dekken: de schaal van de foto en die van de kaart ‘betekenen’ een andere ruimte. Het samenkomen van deze twee tekensystemen zorgt voor een conflict in onze lectuur: waar zit de ‘juiste’ representatie, in de tekst of in het beeld? Elders, in Paris Lines, een diptiek van twee smalle, lange prints, exploreert Andreasen de ruimtelijkheid van het bedrukte papier. Het ene luik van de diptiek toont een sterk uitvergrote tekst over een bezoek aan de ruïnes van Parijs na de Commune van 1871, gepubliceerd in de New York Times van 16 juni 1871. Het andere luik is een uitvergrote print van een leeg blad waarop de kunstenaar horizontale lijnen heeft getekend. De lijnen trekken echter scheef, ze buigen altijd wat af. Door de confrontatie tussen deze twee werken krijgt de uitvergrote tekst een ander statuut: het gaat dan niet langer om de inhoud, maar om de vorm waarin de tekst is gedrukt. Vervolgens valt op dat ook sommige blokken tekst op vergelijkbare wijze scheef trekken.

Voor Andreasen is het lege vel papier een onontgonnen veld van mogelijkheden. Het lege vel kent geen boven, geen onder, geen links, geen rechts. Pas met de eerste pennentrek krijgt het lege blad een oriëntatie en verandert het in een gebied dat de kunstenaar verder kan exploreren. Deze stelselmatige verovering van de papieren ruimte wordt in de serie van acht stifttekeningen, verzameld onder de naam Ordrup Mose, DK (Time Scale), op een schitterende manier zichtbaar gemaakt. Het werk bestaat uit een reeks tekeningen gebaseerd op gekopieerde foto’s. Elke tekening wordt in zes stadia ‘ontwikkeld’: het eerste beeld bevat enkele lijnen, het tweede voegt daar enkele aan toe, enzovoort, tot in het zesde en ultieme stadium het volledige beeld verschijnt. Belangrijk echter is dat in elk stadium de tekening opnieuw begonnen wordt (het volgende beeld is een nagetekende, geen mechanische kopie van het vorige). De ruimtelijke aard van het tekenen krijgt hier een uitgesproken temporeel karakter en roept het langzame opdoemen van een fotografisch beeld in de ontwikkelaar op (de beeldsoort die aan de oorsprong van de reeks ligt). Met dien verstande, uiteraard, dat de ontwikkeling van een fotografisch beeld zich veel sneller en vooral gelijkmatig voltrekt: het lichtgevoelige oppervlak wordt in één keer ontwikkeld, niet in fases. De reeks manifesteert zich zo als een complexe en kritische reflectie over het verschil tussen tijd en ruimte, tussen fotografie en tekenen, tussen het mechanische en het handmatige.

 

Kasper Andreasen. The Place of Writing, 16 november 2014 – 11 januari 2015, Cultuurcentrum Hasselt, Kunstlaan 5, 3500 Hasselt
 (011/22.99.31; www.ccha.be).