Laurence Scherz

DE WITTE RAAF

Editie 174 maart-april 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

HISK Show in Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond, Amsterdam

Met een tentoonstelling in het Vlaamse Cultuurhuis de Brakke Grond vierde HISK zijn twintigste verjaardag. De opening gebeurde simultaan met de Little HISK-expo (samengesteld door Ulrike Lindmayr (LLS 387), Paul Poelmans (CAPS), Eva Steynen (.Deviation(s)), Bart Vanderbiesen (Base-Alpha Gallery) en Sofie Van de Velde (G262), in het kader van Antwerp Art Weekend van 29 januari tot 1 februari) die plaatsvond in het poortgebouw van het vroegere militair hospitaal in Antwerpen, waar het HISK tot 2006 gevestigd was. In de Brakke Grond werd enkel werk van alumni getoond, terwijl in Antwerpen huidige én vroegere HISK-kunstenaars tentoonstelden. Voor de selectie van de Amsterdamse tentoonstelling werd een soort estafettesysteem toegepast. Clare Butcher en Christina Lee, de twee curatoren die beiden in 2008-2009 het Curatorial Program van de Appel volgden, nodigden enkele kunstenaars uit en vroegen hen om op hun beurt andere kunstenaars uit de geschiedenis van het HISK – zowel ex-studenten als docenten – te inviteren.

Deze onvoorspelbare selectiemethode verhinderde niet dat er constanten in de tentoonstelling waren te bespeuren. Heel wat werken stelden het auteurschap van de kunstenaar in vraag. Een goed voorbeeld is '…' (2011) van ex-HISK-docent Steve Van den Bosch. De installatie bestaat slechts uit een beamer die een wit A4-tje met tekst op de muur projecteert: een certificaat voor het eigendom van een onbestemd kunstwerk, zonder datum, bron of kunstenaar. Alles moet nog worden ingevuld. De problematiek van het auteurschap was ook voelbaar in de bijdrage van Nico Dockx, uitgenodigd door oud-student Kasper Bosmans. Zijn performance EVERYTHING TOUCHES EVERYTHING (2014) werd niet uitgevoerd door de auteur zelf – Dockx woonde de opening niet bij – maar door Sébastien Delire, die deze zin met een stempel aanbracht op de hand van de bezoekers. Uiteindelijk belandde het zinnetje 'everything touches everything' ook op de zandsculptuur Kanarie (2X) (2014) van Bosmans, die eveneens rondging met de stempel – en daarmee was de cirkel rond. Het medium ‘performance’ is in de regel nauw verweven met de fysieke aanwezigheid van de performer. Zodoende zette Dockx door zijn letterlijke afwezigheid de notie van de authentieke, belichaamde performance op de helling.

Bij Audrey Cottin (in samenwerking met Philippe van Snick) wordt het auteurschap via de participatiegedachte op losse schroeven gezet. Hun Active Painting (2013) bestaat uit een aantal repen gekleurde canvas die aan de muur zijn bevestigd, maar die het publiek zelf mag ‘verleggen’, om er spelenderwijs een nieuw schilderkunstig-ruimtelijk werk mee samen te stellen. Zo wordt de kunstenaar haast geëlimineerd en de autoriteit aan het publiek gegeven. Het loslaten van de controle over het kunstwerk werd nog verder doorgevoerd in de bijdrage van het Zuid-Afrikaanse kunstenaarsduo Sober & Lonely, bestaande uit Lauren von Gogh en Robyn Cook. Zij maakten niet zélf een kunstwerk, maar lieten de curatoren Butcher en Lee zonder enige aanwijzingen een paar beeldjes boetseren uit klei. Volgens Sober & Lonely kwamen deze kleine sculpturen met als titel Seesaw Palm Tree (2015) weliswaar tot stand via telepathie tussen de curatoren en de kunstenaars, die zich simpelweg in Zuid-Afrika bevonden.

Er waren op de HISK Show ook werken die een kijkje bieden achter de schermen van het publieke kunstenaarschap. Kasper Bosmans toonde naast zijn zandsculpturen een reeks tactiele schilderijtjes die Rug Rechten of Straighten Your Back (2013-2015) heten. Telkens is een kleine, vaak staande figuur op de rug te zien, een beeld dat Bosmans herinnert aan de correcte houding die hij moet aannemen tijdens het werken. Met Studio Visit With (2004) gaf Krist Gruijthuijsen ons een letterlijke inkijk in zijn studio. Hij brengt ons in dit werk ervan op de hoogte welke – bekende – mensen uit de kunstwereld hij op bezoek heeft gehad. Dit doet hij met een reeks polaroids die hem tonen in een T-shirt met het opschrift 'I <3' gevolgd door de naam van de bezoeker, bijvoorbeeld 'I <3 Anna Tilroe'.

Daarnaast zijn er ook werken die opvallen door hun materialiteit of figuratie – zoals Bosmans' zandsculpturen – maar de HISK Show lijkt ons toch in de eerste plaats een blik te willen geven op het maakproces van een kunstwerk, de rol van de kunstenaar en zijn werkomgeving. Heeft het HISK dan een voorkeur voor kunstenaars die rond deze thema’s werken? Kregen de deelnemers deze thema’s in het HISK – of in de aanloop naar deze tentoonstelling – aangereikt? In ieder geval schetst deze HISK Show een portret van een instituut dat de contextualiteit van de artistieke praktijk belangrijk vindt.

 

HISK Show, 30 januari – 13 maart, Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond, Nes 45, 1012 KD Amsterdam (020/622.90.14; www.brakkegrond.nl).