Zsuzsanna Böröcz

DE WITTE RAAF

Editie 174 maart-april 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Konstantin Grcic. Panorama

Hasselt pronkt dezer dagen met een internationale designtentoonstelling. De reizende expositie Panorama van industrieel vormgever Konstantin Grcic (°1965) over wonen, leven en werken in de toekomst houdt nog tot 24 mei halte in Z33. Het evenement ontstond in samenwerking met het Vitra Design Museum. Vitra, dat gewoonlijk sterk objectgeoriënteerde tentoonstellingen maakt, toont zich hier van zijn vooruitstrevende kant. Voor Z33 daarentegen past de expo in de bestaande programmatie. Met tentoonstellingen als Space Odyssey 2.0, Atelier à Habiter en Future Fictions probeert men daar de laatste jaren vooral na te denken over de status, definitie en betekenis van design in de samenleving.

Grcic, een Duitser met Servische roots, werd wereldwijd bekend met designobjecten als Chair_One en Mayday Lamp. Panorama is de tot nu toe omvangrijkste presentatie van zijn werk en voor die gelegenheid wou Grcic meer dan gewoon ontwerpen en objecten tonen. Hij wou inzicht geven in zijn werkproces en tegelijk een toekomstvisie presenteren. Met dit doel voor ogen realiseerde hij drie onafhankelijke installaties, die het objectmatige overstijgen en het publiek willen aanzetten tot meedenken. Die ambitieuze opzet wordt kracht bijgezet door een dito catalogus met twee types tekstbijdragen. Beschouwingen over de vormgever Grcic van Mateo Kries, Paola Antonelli, Jan Boelen, Jonathan Olivares en Louise Schouwenberg worden aangevuld met thematische essays van drie zwaargewichten: filosoof Peter Sloterdijk over cell building en cohousing, architectuurhistoricus Mario Carpo over postindustrieel design en socioloog Richard Sennett over de Open City.

Vanuit zijn persoonlijke leefwereld en inzichten formuleert Grcic ideeën over onze woon-, werk- en wijdere omgeving. Elke installatie is aan een van die drie omgevingen gewijd. Grcic’ ontwerpproces, vraagstelling en inspiraties worden uitvoerig toegelicht in tekst en beeld. Daarnaast is ook een interview te beluisteren waarin de ontwerper uitleg geeft over zijn werk.

Grcic’ installaties zijn opzettelijk subjectief. Hij verwerkt zijn persoonlijke voorkeuren tot speculatieve toekomstscenario’s. Zijn pleidooi om een consumptief voor een geëngageerd en meedenkend kijken in te ruilen, wordt bij aanvang van de tentoonstelling verbeeld in de introductietekst van de curatoren, gedrukt op een weerspiegelend paneel. Door onze reflectie te tonen tussen de regels van de tekst daagt de tentoonstelling ons uit om vanuit de propositie van Grcic op zoek te gaan naar onze eigen private, professionele en publieke identiteit.

Het parcours begint in Z33 op de eerste verdieping met Life Space, een installatie met een compacte woonmodule uit composietmateriaal, die als primaire drager van bewoning zou kunnen worden ingeschoven in eender welk leegstaand gebouw. Grcic verwijst hierbij naar de actuele woningnood in grootsteden, maar ook naar de studiekamer van de Heilige Hiëronymus in het vijftiende-eeuwse schilderij van Antonello da Messina. Bij Da Messina wordt de studio voorgesteld als een object – een opengewerkte kamer of een complex meubel (platform, boekenrek en lezenaar) – in een grotere architecturale context. De werkplek is niet alleen op menselijke maat gemaakt, maar ook expliciet uitgewerkt als de belichaming en het schouwtoneel van de contemplerende en studerende renaissance-mens. De installatie van Grcic herneemt motieven uit Messina’s schilderij – het platform/podium, het boekenrek, de lezenaar en de trap – en breidt ze uit. Lage wanden (ca. 1 meter) bakenen verschillende zones af. Technische uitrusting – stopcontacten, vloerverwarming, een flatscreen en speakers – wordt zichtbaar gelaten. Het geheel wordt een soort interieurlandschap, een topografie met niveauverschillen, doorzichten en begrenzingen – en een scenografie voor het spel van de opgenomen designobjecten, die de woonfuncties aangeven (een kapstok in de inkom, een tafel in de eetkamer…). Andere elementen suggereren dan weer een minder huiselijke omgeving. Een verhoogde computervloer, wanden van onbeklede metaalprofielen en een deur met opschrift ‘Zutritt Verboten!’ roepen een verlaten kantooromgeving op. Een raam geeft – door middel van een beeldprojectie – uitzicht op een luchthaven. Achter een gordijn van pvc-stroken in een muuropening, zien we een tuin van nepplanten, ostentatief besproeid door een tuinslang. Deze elementen vormen, letterlijk en figuurlijk, de ruimere context en de achtergrond van Grcic’ module, die als een hedendaagse, prozaïsche versie van het architecturale kader bij Da Messina kan worden beschouwd. Door het tegelijk huiselijke, artificiële en unheimliche karakter van de installatie roept Grcic vragen op over het ruimtegebruik in de steden, over duurzaamheid, maar ook over het geënsceneerde versus de (opr)echtheid van het wonen en over de band tussen de mens en zijn artefacten.

De volgende halte, Work Space, bevindt zich eveneens op de eerste verdieping en geeft een ondergrondse ruimte weer zonder daglicht. Grcic inspireerde zich op een foto, vrijgegeven door WikiLeaks, van een datacenter dat in 2008 gerealiseerd werd door Albert France-Lanord Architects in een voormalig atoomschuiloord bij Stockholm: een opvallend futuristisch ontwerp in een uit de rots gehouwen ruimte met evidente James Bondallures. Een maquette in een rotswand in Grcic’ ‘werkplek’ herneemt dit motief. In deze installatie stelt Grcic zijn eigen werkattitude tentoon, als een industrieel vormgever die het ambachtelijke waardeert en reflecteert over de toekomst. Als objecten zijn in de installatie enkel stoelen opgenomen, Grcic’ favoriete ontwerpopgave. Maquettes en uitleg over testmethodes getuigen van zijn zoektocht naar de juiste materialiteit. De paneelteksten met zijn bedenkingen over onder meer 3D-printen en productiedemocratie, open netwerken en de biosfeer maken de uitdagingen waarvoor hij zich gesteld ziet concreet.

De derde installatie, Public Space, verbeeldt een publieke ruimte in de toekomst en is opgesteld in een nauwe, donkere ruimte op de benedenverdieping met een ruwe betongrijze vloer. Voor sommigen is het een donkere, kille, misschien zelfs bedreigende of claustrofobische omgeving. (Zelf vertrouwde Grcic ons toe dat hij de presentatie niet met dreiging associeert, maar wel een ‘idyllischer’ indruk had beoogd waarin de natuur een sterker aandeel had.) Een dertig meter lang computergegenereerd beeld vormt een panorama van een toekomstig, maar niet al te futuristisch ogend stedelijk-industrieel landschap met baai en heuvelrug in de schemering. Het panorama wordt van de toeschouwersruimte gescheiden door een hoog, zwart gaashekwerk. In de hierdoor afgebakende ruimte staan enkele exemplaren van de iconische Chair_One en het collectieve zitmeubel Landen, geïnspireerd op de Apollomaanlander uit 1969. De thema’s en afbeeldingen op het paneel draaien om de vraag hoe we met de publieke ruimte van morgen moeten omgaan. Maar kan een meubelstuk voor maximum acht personen een rol spelen in het scheppen van een publieke sfeer? Welke bijdrage kan een designer op dat vlak leveren? De tentoonstelling bereikt hier haar kernvraag én haar limiet.

Het einde, een soort postscriptum, is gereserveerd voor de traditioneel opgevatte Object Space. In vitrines toont Grcic artefacten die hem inspireren, naast eigen ontwerpen. Deze bijna museale setting lijkt de opname van zijn oeuvre in de designgeschiedenis te suggereren.

Recentelijk is een verhevigde belangstelling te merken voor de presentatiestrategieën bij het tentoonstellen van interieur en design. Zo is het pas verschenen elfde nummer van designtijdschrift DASH gewijd aan de representatie van het goede wonen in de twintigste eeuw en loopt in Het Nieuwe Instituut in Rotterdam nog tot 6 april de (overigens weinig interessante) tentoonstelling 1:1 Stijlkamers van architect en kunstenaar Andreas Angelidakis. De oeuvretentoonstelling van Grcic sluit enigszins bij die tendens aan. Wat hij er echter aan toevoegt is een open en bevragende attitude, gespeend van elke vorm van didactiek. Het werk én de presentatie ervan tonen zich als een work in progress. De tentoonstelling drukt uit dat de problematiek van het wonen, werken en de publieke ruimtebeleving het werkterrein kan en eigenlijk moet zijn van de kritische ontwerper. De opgave is hierbij gesteld, de vervulling ervan is aan de toekomst.

 

Konstantin Grcic – Panorama, tot 24 mei in Z33, Zuivelmarkt 33, 3500 Hasselt (011/29.59.60; www.z33.be).