Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 174 maart-april 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Benjamin H. D. Buchloh. Formalism and Historicity. Models and Methods in Twentieth-Century Art. Cambridge, Massachusettes / London: The MIT Press, april 2015. 592 blz. 114 afb. ISBN 978-0-262-02852-3

De kunsthistoricus en theoreticus Benjamin Buchloh (Keulen, 1941) groeide op in het naoorlogse Duitsland en ontwikkelde een academische carrière in de Verenigde Staten. Hij is gespecialiseerd in de avant-gardebewegingen van de 20e eeuw met een focus op de kunstenaars van zijn generatie. Zijn eerste essays verschenen in het Duitse kunsttijdschrift Interfunktionen (1968-1975). Later werd hij redacteur van het Amerikaanse October, een tijdschrift voor kunsttheorie met teksten over onder andere film, schilderkunst, literatuur, fotografie en muziek. Vooral de politieke, sociale en historische referentiekaders om kunst te beoordelen zijn onderwerp van zijn denken. In 2000 verscheen een verzameling monografische essays onder de titel Neo-Avantgarde and Culture Industry. Hierin behandelt hij achttien kunstenaars, onder wie Yves Klein, Andy Warhol, Sigmar Polke, Gerhard Richter, Daniel Buren en Marcel Broodthaers. In april van dit jaar verschijnt een tweede verzameling met twaalf essays waarin hij algemeen historische en theoretische onderwerpen aansnijdt, met titels als Allegorical Procedures: Appropriations and Montage in Contemporary Art (1982), Conceptual Art 1962 – 1969: From the Aesthetics of Administration to the Critique of Institutions (1989) en Sculpture: Publicity and the Poverty of Experience (1996). Als inleiding voor dit nieuwe boek liet Buchloh zijn ophefmakend artikel Farewell to an Identity, dat in 2012 verscheen in het tijdschrift Artforum, opnieuw afdrukken. Hierin kondigt hij het einde aan van de kunstkritiek. Zijn kijk op het modernisme (voltooid door de conceptuelen) en de kunstvormen die daarop volgden in de jaren 80, met hun spektakelwaarde, hun gerichtheid op de markt en op dwangmatig kunsttoerisme, joeg een aantal mensen in de gordijnen. Tegelijk stelt hij dat de rol en de autoriteit van de kunstcriticus toen overgenomen zijn door de macht van de bezoekcijfers.

 

Vaast Colson. Containers & Acoustics. We’re in it together, you’re in it alone. Berlin / Düren: Nicolaische Verlagsbuchhandlung GmbH / Günther-Peil-Stiftung, 2014. 124 blz. ISBN 978-3-89479-864-2

Van 2012 tot 2014 ontving Vaast Colson een stipendium van de Günther-Peil-Stiftung in Düren, Duitsland. Deze tijdelijke financiële ondersteuning sloot hij af met een tentoonstelling in het Leopold-Hoesch-Museum (7 september – 23 november 2014) en een publicatie. Vaast Colson hanteert verschillende artistieke media zoals fotografie, performance, muziek, tekeningen en installaties. Maar ook het boek als artistiek medium is hem bekend. Vaast Colson heeft hier gekozen voor de hybride vorm van een ‘kunstenaarscatalogus’. Het boek documenteert de tentoonstelling, maar de montage van de afbeeldingen en teksten is zo opgevat dat het resultaat beantwoordt aan de specifieke wetmatigheden van het (kunstenaars)boek. Centraal in deze publicatie staan vier schetsboekjes, afgebeeld in facsimile op een zwarte achtergrond. Hierop zien we tekeningen, gemaakt met zwarte stift tijdens een reis naar Marokko in 2010. Deze pagina’s worden voorafgegaan door onder andere zestien paginagrote afbeeldingen van recipiënten (‘containers’) zoals een emmer, een vaas, een teil en zo meer. De recipiënten figureerden ook in de installatie die Vaast Colson creëerde voor de tentoonstelling, maar in het boek worden ze elk apart afgebeeld voor een neutrale achtergrond. Boven deze foto’s is telkens een voornaam gedrukt: Bram, Célestine, Hans… De verklaring voor deze enigmatische samenvoeging is terug te vinden in een tekst achteraan het boek. Hierin schrijft Simon Delobel (galeriehouder van Trampoline Gallery in Antwerpen) bij elk van deze voornamen een fictief verslag over hoe het verzonnen personage de tentoonstelling van Vaast Colson zou kunnen ervaren hebben. Door deze fictieve verhalen worden de mogelijke interpretaties van het werk vermenigvuldigd. Iets gelijkaardigs gebeurt ook met de vier schetsboeken. Deze werden voorgelegd aan drie dieptepsychologen (Katrin Braun, Hans-Christian Heiling en Alina Heldt) die de tekeningen mochten analyseren zonder voorkennis van het werk of de persoon van de kunstenaar. Het verslag van hun bevindingen sluit deze publicatie af.

 

Wim Lambrecht, Nancy Vansieleghem (red.). Old School / Nieuwe Klas. Gent: Grafische Cel / Luca School of Arts, campus St-Lucas Visual Arts Ghent, 2014. 166 blz. ISBN 978-90-821-3992-1

In 2012 vierde Sint-Lucas Gent zijn 150-jarig bestaan. Onder de titel Old School / Nieuwe Klas werd toen een tweedaags symposium georganiseerd over de toekomst van het kunstonderwijs. De Amerikaanse kunstenaar Matt Mullican was een van de sprekers. Hij had het over zijn eigen ervaringen als student op CalArts in Californië, maar ook over hoe hij, als kunstenaar én leraar, aankijkt tegen de artistieke opleidingen van vandaag. De transcriptie van deze lezing (The Image of Learning) is nu verschenen in een mooi vormgegeven bundel, samen met essays van Erik de Jong, Bert Huyghe, Jan Masschelein, Karel Vanhaesebrouck, Tom Van Imschoot en Nancy Vansieleghem. Deze auteurs brengen frisse ideeën over de toekomst van het kunstonderwijs. Uiteraard komt de academisering van het kunstonderwijs aan bod, maar vooral worden nieuwe kaders uitgetekend voor de praktijk van docenten en studenten. Zo vraagt Tom Van Imschoot zich af hoe intuïtie een grotere rol kan spelen in de opleiding en onderzoekt Erik de Jong hoe het kunstonderwijs kan mee-evolueren met de steeds veranderende opvattingen over kunst en kunstenaars. Bert Huyghe, een jonge alumnus van Sint-Lucas Gent, kreeg met zijn tekst De bokser, een essay over de nood aan ongehoorzaamheid binnen de kunst het laatste woord. Hierin vertelt hij wat het voor hem betekent om zich te moeten positioneren als beginnend kunstenaar in onze wereld. Zijn ontwapenend taalgebruik zuigt je mee in zijn bij momenten tegendraads wereldbeeld. In 2014 ontving Bert Huyghe voor De bokser de Geuzenprijs voor essay.

 

Miguel Magelhães (red.). Pliure. Prologue (La part du feu). Paris: Fondation Calouste Gulbenkian, 2015. 176 blz. ISBN 978-9-72-846274-1

Nog tot 12 april is in de Fondation Calouste Gulbenkian in Parijs een kleine tentoonstelling te zien met 37 werken die de wisselwerking tussen het boek en de artistieke praktijk moet evoceren. Zowel films, sculpturen, installaties, schilderijen en boeken, daterend van de 16e eeuw tot nu, zijn erin opgenomen. De begeleidende publicatie oogt op het eerste zicht indrukwekkend. De ongesneden pagina’s maken het boek dubbel zo dik als nodig, de werken zijn royaal afgebeeld en de typografie is verzorgd. Het devies van de tentoonstelling – le livre est ‘la somme infinie de ses possibles’ – is afkomstig van Maurice Blanchot en reveleert meteen ook de val waarin de curators getrapt zijn. Net zoals de drievoudige titel Pliure. Prologue (La part du feu) schiet de selectie van de werken alle kanten op. De tentoonstelling is bovendien onderverdeeld in vijf categorieën met abstraherende en poëtische titels zoals Incarnation of Une fente dans le monde. Door deze wirwar van benaderingen verzandt het geheel in een grabbelton. Zo is het onduidelijk waarom bijna de helft van de gepresenteerde werken kunstenaarsboeken zijn uit de periode 1960-1970 of waarom er zoveel Franse kunstenaars vertegenwoordigd zijn. Maar ook enkele eeuwenoude artefacten geven de selectie een arbitrair en incoherent karakter. De lezer (of toeschouwer) krijgt snel de indruk dat de 37 werken willekeurig gekozen zijn. De essays in het begeleidende boek behandelen, op filosofische wijze, tientallen aspecten van het boek, zoals Lire c’est relire, Le territoire du livre en La plasticité du livre et du lecteur. Wellicht had men beter een exclusief tekstboek gepubliceerd, naast een catalogus met een duidelijke, artistieke visie. Zoals een slecht restaurant op een goede locatie een tourist trap is, zo kan deze publicatie een frustrerende biblio trap worden genoemd.

 

Dennis Tyfus. Verleden Tijdsbesteding (Bewijsmateriaal uit het verleden, 2008 – 2014). [Antwerpen]: Ultra eczema, 2014. 320 blz. 320 afb.

Wie regelmatig de website van Dennis Tyfus bezoekt (www.ultraeczema.com) weet dat deze Antwerpse kunstenaar een grote productiedrang etaleert. Onder het label Ultra Eczema brengt hij sinds jaren vinylplaten, T-shirts, kunstenaarsboeken, zines en multiples uit. Zo publiceerde hij recent het kunstenaarsboek Verleden Tijdsbesteding (Ultra eczema #190). Het boek bevat afbeeldingen van montages en collages, gemaakt met foto’s die Dennis Tyfus nam met een analoog fototoestel. De foto’s documenteren onder andere openingen en feestjes in Stadslimiet, een kunstenaarsruimte in Antwerpen die hij runt samen met Vaast Colson. Sommige montages bewerkte hij snel met een stift of vulde hij aan met verknipte beelden uit tijdschriften. De wereld die hij evoceert, is die van een nachtelijke subcultuur voorzien van draaitafels, bier en junkfood. Destructie, excitatie en geforceerd plezier krijgen zijn volle aandacht. De opgestoken middenvinger is nooit veraf. De 320 beelden zijn gedrukt op een rotatiepers, een techniek die vooral geschikt is om kranten met grote oplages (snel) te drukken. De drager en druktechniek geven het boek een vluchtig karakter, maar de geplastificeerde hardcover maakt dat de bundel toch in een bibliotheek kan terechtkomen. ‘Limited to way too many copies’ laat Dennis Tyfus nog weten op zijn website.