Tom Engels

DE WITTE RAAF

Editie 175 mei-juni 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Tino Sehgal in Stedelijk Museum Amsterdam (en Galerie Jan Mot)

Het Stedelijk Museum staat in rep en roer. Twee werken van Tino Sehgal blijken op zekere dag afwezig. De zangeres die This is Propaganda moet zingen is niet komen opdagen en de danser van Instead of allowing some thing to rise up to your face dancing bruce and dan and other things is ziek. Dat heb je dan voor wanneer kunstwerken uit vlees en bloed bestaan.

Het is alweer vijftien jaar geleden dat Tino Sehgal de kunstwereld veroverde met een radicale herdenking van de status van het kunstobject en zijn materialiteit. Sehgal zet in zijn werk uitsluitend het menselijk lichaam in. De aanwezigheid van sprekende en bewegende lichamen leidt in relatie tot of in samenwerking met de museumbezoeker tot verschillende ‘situaties’. Het Stedelijk Museum programmeert over een tijdspanne van twaalf maanden maar liefst zestien verschillende werken, die tussen de permanente collectie worden 'neergezet' – startend met de eerste werken van Sehgal, die uitgevoerd worden door een of twee personen, gevolgd door de omvangrijke groepschoreografieën die hij eerder in het Guggenheim, Tate Modern en op Documenta 13 (2012) toonde, om dan weer te eindigen met kleinschaliger werk.

Het oeuvre van Sehgal draait voornamelijk om vragen over de markt, waarde en transactie, en test hoe deze begrippen functioneren wanneer ze niet louter op materiële objecten, maar ook op performatieve acties worden toegepast. Daarbij stelt Sehgal zich radicaal-kritisch op tegenover de kunstmarkt: zijn werk wordt op geen enkele manier gereproduceerd en meermaals krijgen bezoekers van zijn werken – bij monde van de performers – de vriendelijke vermaning 'no pictures please' te horen.

Terwijl ik naar een Sol LeWitt sta te kijken, komt een toezichthouder naar me toe en zegt dat hij This is Exchange (2002) van Tino Sehgal is. Hij vertelt me dat wanneer ik mijn mening over de vrijemarkteconomie met hem deel, ik met behulp van een wachtwoord twee euro kan afhalen aan de kassa. Na een korte, onbeduidende conversatie wordt duidelijk dat in dat eigenste moment, waarop een immateriële transactie plaatsvindt, een vorm van hedendaagse economie aan het licht treedt. Wanneer ik dezelfde ruimte opnieuw betreed, zie ik een koppel vreemd reageren op de vraag van de man, en zijn aanbod weifelend afwijzen. Even later vragen ze me wat dat heeft te betekenen. 'Wat kan ik in godsnaam vertellen over vrijemarkteconomie? Gaat dat dan over kunst? Ach, jij hebt op z’n minst een kopje koffie verdiend.'

De aanwezigheid van Sehgals werk is na al die jaren dus nog geen gemeengoed en een sociale interactie als kunstwerk beschouwen nog veel minder, maar het is net die provocatie die de reflectie over ons gedrag en de creatie van culturele waarde in het museum aanwakkert. Enkele gangen verder weerklinkt de eindeloze mantra 'This is propaganda… you know, you know', gezongen door een sopraan verkleed in suppoostuitrusting. Sehgals ingrepen zijn minimaal, maar brengen het museum als instituut aan het wankelen. Instead of allowing some thing to rise up to your face dancing bruce and dan and other things (2000) en Kiss (2002) gaan dan weer een expliciete dialoog aan met de gemedieerde representatie van het lichaam in de beeldende kunst, de ene keer door Wall-Floor Positions (1968) van Bruce Nauman en Roll (1970) van Dan Graham te herwerken tot een uiterst trage choreografie, de andere keer door een zoenend koppel een eindeloze reeks van liefdesscènes uit de kunstgeschiedenis te laten doorlopen. Alsof ze een sculptuur waren, dialogeren deze traag transformerende lichamen op wonderlijke wijze met de historiciteit van de lichamelijke representatie in de beeldende kunst en tegelijk snijden ze de kwestie aan van de materialiteit van het menselijk lichaam en de waarde die eraan wordt toegekend.

Hoewel het werk van Sehgal dwingende reflecties over het museum en de circulatie en status van objecten oproept, blijft de implementering ervan in het Stedelijk Museum vaak onbeduidend en ontstaan er nauwelijks specifieke interacties met de collectie. Er was tot nu toe slechts één lichtpunt: de suppoost die This is Good (2001) uitvoert en enkele malen met zwaaiende armen en benen op en neer springt, wordt omringd door La boîte-en-valise (1936-1941) van Marcel Duchamp, Ushering in Banality (1988) en Mound of Flowers No.1 (1991) van Jeff Koons, en 'Untitled' (A Love Meal) (1992) van Felix Gonzalez-Torres. Hier toont zich de frictie tussen de inherente, de symbolische en de monetaire waarde van het object. Het verdere verloop van dit haast megalomane project moet uitwijzen of nog meer waardevolle interacties mogelijk zijn, dan wel of het museum vervalt in institutioneel machismo door zo goed als al het werk van Sehgal in haar programma te willen opnemen.

Onlangs werd in Jan Mot een performance getoond waarin de twee verschillende lijnen van Sehgals werk samenkomen: Yet Untitled (2013). Het bestaat uit een constellatie van één tot drie performers die op de grond zitten en elkaar tot vervoering ‘beatboxen’; de ene produceert ritme, de ander beweegt op sensuele wijze de armen en articuleert zo de aangegeven maat. De prachtige sculpturale kwaliteit van de choreografie gaat hand in hand met een reflectie over sociale interactie en contracten, en wordt begeleid door klanken die refereren aan iconische popsongs. Het vaak opdringerige karakter van Sehgals ‘situaties’ gaat hier over in een bedwelmend samenzijn van toeschouwers en performers. Yet Untitled belichaamt de culminatie van langs de ene kant het structurele en sociale denken van de This is-werken en langs de andere kant de voortdurend vervloeiende, tranceachtige lichamelijke toestand van Instead of allowing… en Kiss. Vormelijk en inhoudelijk sluit het daarmee naadloos aan op het gelijktijdige A Year at Stedelijk, maar het bereikt tegelijk een concentratie die de tentoonstelling in het Stedelijk voorlopig nog niet weet te benaderen.

 

A year at the Stedelijk: Tino Sehgal, 1 januari – 31 december 2015, Stedelijk Museum, Museumplein 10, 1071 DJ Amsterdam (020/573.29.11; stedelijk.nl).

• Tino Sehgal, Yet Untitled, 24 januari – 28 februari 2015, Galerie Jan Mot, Regentschapsstraat 67, 1000 Brussel (02/514.10.10; janmot.com).