Edo Dijksterhuis

DE WITTE RAAF

Editie 175 mei-juni 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Adam, Eve & the Devil

Een van de aardigste ontdekkingen tijdens de Open Studios 2015 van de Jan van Eyck Academie (Maastricht) was de bijdrage van Stéphanie Saadé. Het atelier van de Libanese hing en lag vol met kleine werkjes. Een tegen de muur leunend zeegezicht met een plas water ervoor, alsof de foto had gelekt. Twee tandenborstels afkomstig uit verschillende hotels, die onder een zakdoekje samen de nacht doorbrengen. Een ketting gemaakt van afwisselend roestvrijstalen en bruin uitgeslagen ijzeren schakels, die op een gegeven moment uit elkaar zal vallen. Het lijken grapjes, maar het is in materie gestolde poëzie, het zijn haiku’s die melancholisch stemmen, troost bieden, hoop geven.

Dat Ardi Poels de jonge Saadé uitnodigde voor Adam, Eve & the Devil, de tentoonstelling in Marres die opende tijdens de Open Studios, bewijst haar scherpe oog. En er is meer fijnzinnig werk te zien in het Maastrichtse 'Huis voor Hedendaagse Cultuur'. Het recentste werk van Thomas Ruff bijvoorbeeld, negatieven van zijn eigen naaktstudies uit 2000 die ogen als combinaties van marmer en inkt. Of de twee Nissan Micra’s van Alicja Kwade, die in de tuin staan geparkeerd. Hier is iets aan de hand – dat is meteen duidelijk. Maar het duurt even voordat je je realiseert dat iedere deuk, iedere kras, het stuur en zelfs de cijfers en letters op de nummerplaat gespiegeld zijn.

Adam, Eve & the Devil serveert werk dat op onnadrukkelijke manier de aandacht opeist en die lang weet vast te houden. De kwaliteit van de afzonderlijke werken is duidelijk. Minder duidelijk is hun relatie met de oudtestamentisch geurende tentoonstellingstitel. Als uitgangspunt worden twee getijdenboeken gepresenteerd: uitbundig geïllustreerde, laatmiddeleeuwse handschriften voor privédevotie van vorsten en gegoede burgerij. Volgens Poels weerspiegelen de hedendaagse werken die getijdenboeken, en dat is een teken van ‘het tijdloze karakter van de kunst’, zoals ze in een begeleidend schrijven opmerkt.

Met een beetje goede wil is er in sommige werken wel een religieuze parallel of verwijzing te lezen. Dat de zweetdruppels die van het voorhoofd vallen van de dansers in Oscar Santillans video A Hymn een echo zijn van Maria’s lijden, is nog te accepteren – zeker met zo’n titel. Maar in de meeste werken gaat het simpelweg om verstilling en bezinning, het uitschakelen van de alledaagse ruis in onze overvolle wereld om even alleen maar te 'zijn'. En dat idee is net zo goed te koppelen aan zenboeddhisme of mindfulness. Bovendien zijn de uit objets trouvés opgebouwde werken als Wolfgang Laibs 3 Pollen Jars on a Shelf of Dario D’Aronco’s minimalistische projectie Screen een wereld verwijderd van de rijkeluiskunst die de getijdenboeken eigenlijk zijn.

Meditatief is Adam, Eve & the Devil zeker en dat op verschillende manieren. Stanley Brouwn, die een week lang zijn stappen telde om ze op te delen in ongelijke eenheden, en Charbel-Joseph H. Boutros, die door een aspirine in te slikken een tijdelijke, inwendige sculptuur maakte, representeren het conceptuele kamp. David Claerbouts Breathing Bird, waarin twee vogeltjes aan weerszijden van een venster zitten terwijl hun adem condenseert op het glas, staat aan het andere, poëtische uiterste. Slechts een enkel werk valt uit de toon. William Hunts performance Sub Optimal Expression Output Interface, waarin de kunstenaar hangend aan een levensgrote mobile probeert instrumenten te bespelen en lustig met verf kliedert, duurt te lang en is eerder gênant dan spannend.

Adam, Eve & the Devil blijft ver weg van het spektakel, en houdt een pleidooi voor rust – overigens zonder de belofte hiermee de waarheid te vinden. Want wie de echte roos kan onderscheiden van het plastic exemplaar in Saadés bloemstilleven Faux-Jumeaux, mag het zeggen.

 

Adam, Eve & the Devil, tot 7 juni in Marres – Huis voor Hedendaagse Cultuur, Capucijnenstraat 98, 6211 RT Maastricht (043/327.02.07; marres.org).