Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 175 mei-juni 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Florence Henri

In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw (her)ontdekte een hele generatie beeldende kunstenaars fotografie als een nieuw en uitdagend medium. Een van hen was Florence Henri (1893-1982). Ze werd geboren in New York als kind van Frans-Duitse ouders, maar opgevoed door haar grootouders in Duitsland. Ze verbleef achtereenvolgens in Londen (waar ze piano studeerde), Rome (waar ze kennismaakte met de futuristen), Berlijn (waar ze zich voor het eerst waagde aan schilderkunst) en Weimar (waar ze les kreeg bij Paul Klee). Uiteindelijk vestigde ze zich in 1924 in Parijs, het mekka van de avant-garde. Daar werkte ze eerst verder aan haar schilderspraktijk, in de ateliers van André Lhote en Fernand Léger. In 1927, na een kort verblijf aan het Bauhaus in Dessau waar ze de cursussen van Josef Albers en László Moholy-Nagy volgde, verruilde ze de schilderkunst ‘plotseling’ voor de fotografie. Met groot succes overigens: in 1929 mocht ze deelnemen aan twee grote en toonaangevende fototentoonstellingen (Fotografie der Gegenwart in Essen en Film und Foto in Stuttgart) en in datzelfde jaar opende ze een reclame- en portretstudio in Parijs. Maar even plots als ze met fotografie begon, gaf ze dit medium weer op. Financiële moeilijkheden en een nijpend gebrek aan fotografische benodigdheden, maar vooral haar toenemende desinteresse in het medium zorgden ervoor dat ze het fotoapparaat na de Tweede Wereldoorlog terug inwisselde voor penseel en doek.

De tentoonstelling in het Parijse Jeu de Paume ordent het werk chronologisch. Een dergelijke presentatie levert zelden een spannende interpretatie op, maar hier werkt ze wonderwel. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de consistentie van het oeuvre zelf, dat ondanks zijn grote diversiteit (het omvat zowel artistiek als toegepast werk, zowel geënsceneerde stillevens als ‘spontane’ portretten, stads- én landschapsbeelden) gekenmerkt wordt door eenzelfde terugkerende fascinatie. Voor Florence Henri is fotografie in eerste instantie een optische kwestie, dat wil zeggen een zaak van compositie. Net zoals vele andere moderne fotografen gebruikt ze het beeld als een leeg vlak waarop ze met behulp van volumes, lijnen, vlakken een nieuwe werkelijkheid creëert (een esthetica die ongetwijfeld beïnvloed werd door haar intens contact met het kubisme en constructivisme in de ateliers van Lhote en Léger). Fotografie dient hier niet om de wereld te tonen of te interpreteren, laat staan om iets van de intieme gedachtewereld van de fotograaf zichtbaar te maken, maar is een puur formeel spel dat genoten wordt omwille van zichzelf.

Toch wijkt haar werkwijze op twee cruciale punten af van de gangbare moderne experimenten met fotografie. Een eerste verschil is dat ze dit grafisch spel niet alleen zoekt in de buitenwereld, maar even vaak construeert in de beslotenheid van haar atelier. Ze maakt intrigerende stillevens, eerst met geometrische voorwerpen, later ook met objecten ontleend aan de natuur (citroenen zijn een populair onderwerp, maar ook bloemen, stengels en uiteraard schelpen). Een tweede verschil is dat ze een door modernisten geliefd optisch element – spiegeling en weerspiegeling – op een nieuwe en verrassende manier aanwendt. Ze gebruikt spiegels (vaak zelfs meerdere spiegels in één beeld) om de ruimte van de opname radicaal open te breken, om datgene wat zich links, rechts, boven, onder en achter het door de lens bestreken gebied bevindt alsnog een plaats te geven in het beeld zelf. Gevolg: het platte vlak van de opname wordt door de gelijktijdige aanwezigheid van verschillende gezichtspunten onder druk gezet.

De spiegel voegt niet alleen ruimtelijke complexiteit toe, maar wordt ook ingezet om het realisme van de fotografische opname (subtiel, maar radicaal) te ondermijnen. Haar beroemd ‘zelfportret’ uit 1928 is daarvan een goed voorbeeld. De fotografe richt haar camera naar een spiegel die op een tafel is geplaatst. Zelf zit ze buiten beeld, voor de spiegel. De camera (en wij) zien haar enkel als spiegelbeeld. Haar ‘reële’ plaats is naast de camera, en dus naast ons, de kijker (terwijl wij naar haar kijken, kijkt zij met ons mee). Een verontrustende ervaring, die nog versterkt wordt door een eigenzinnige scherpstelling. De tafel met de spiegel is onscherp gehouden, terwijl het beeld in de spiegel haarscherp is. Lichaam en tafel bestaan enkel in de gespiegelde ruimte, zijn niet langer verankerd in een fysieke wereld. Aanwezigheid wordt afwezigheid, afwezigheid wordt aanwezigheid: de foto laat zich eerder lezen als een filosofisch spel rond ‘zijn’ en ‘schijn’, dan als een onthullend (zelf)portret.

Terwijl ze in haar vroege werk ‘werelden’ construeert door voorwerpen en lichamen (en hun reflecties) op een eigenzinnige manier te (her)schikken, laat ze in haar latere collages het beeld zelf als constructie verschijnen: door de rafelranden van de verschillende beelden waaruit de collages zijn samengesteld niet toe te dekken, beklemtoont ze de facticiteit ervan. Het beeld wordt nu letterlijk een botsing van incongruente fragmenten (voorbeelden zijn haar collages samengesteld uit verknipte beelden van monumenten en standbeelden uit het antieke Rome). Kenmerkend in beide gevallen is de uiterste (bijna mathematische) precisie waarmee Florence Henri het beeldoppervlak onder spanning zet. Zowel in haar portretten en stillevens als in haar collages duwt ze het onderwerp haast over de beeldrand. Alles wordt in één vlak geplaatst, dringt naar voren: de stillevens bestaan in een onbestemde ruimte zonder duidelijke afbakeningen of grenzen, het beeldvullende gelaat in de portretten dringt zich aan ons op, de collages duwen het centrale onderwerp in de richting van de kijker. Deze beelden leven van de spanning tussen de uiterst geconcentreerde inzet van enkele spaarzaam gekozen elementen en de hevige deining die ze op het oppervlak veroorzaken. Geen enkele fotograaf die zo wild, zo vrij, zo helder omspringt met de optische mogelijkheden van het fotografisch dispositief en het platte vlak zo heftig tot leven wekt.

 

• Florence Henri, tot 17 mei in het Jeu de Paume, 1 Place de la Concorde, 75008 Parijs (01/47.03.12.50; www.jeudepaume.org).