DE WITTE RAAF

Editie 175 mei-juni 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Antoon Melissen (red.). Armando. Tussen het weten en begrijpen. Rotterdam: nai010 uitgevers, 2015. 272 blz. 250 afb. ISBN 978-94-6208-185-7

Nog tot 8 juni 2015 is in de Martin-Gropius-Bau te Berlijn een overzichtstentoonstelling over de ZERO-beweging te bekijken onder de titel ZERO – Die internationale Kunstbewegung der 50er und 60er Jahren. Vanaf 4 juli zal deze uitzonderlijke presentatie ook te zien zijn in het Stedelijk Museum te Amsterdam. Door de hernieuwde belangstelling voor het fenomeen ZERO verschenen recent nogal wat monografieën over Nederlandse ZERO- of Nul-kunstenaars. Zo ook over Armando (°1929), een veelzijdig kunstenaar die sommigen vooral kennen als dichter, televisiemaker of columnist voor de Haagse Post of NRC Handelsblad. Ondertussen blijkt dat zijn schilderkunstige activiteit de belangrijkste constante was in zijn veelzijdige carrière. In de vroege jaren vijftig sloot zijn werk aan bij de informele schilderkunst, waarbij de daad van het schilderen primeerde op de vorm. Toen reeds verschenen thema’s die hij ook vandaag, als krasse tachtiger, nog behandelt: onheilspellende plekken en voorwerpen, die oorlogsgeweld evoceren. In 1958, toen hij samen met Jan Henderikse, Henk Peeters en Jan Schoonhoven de Nederlandse Nul-beweging oprichtte, moest hij dit thema opzijschuiven voor het rigoureuze programma van Nul. Nul-kunst was koel en zakelijk, en media als verf en brons werden als ouderwets beschouwd. In 1965 nam hij de draad van zijn schilderkunstig werk van voor 1958 weer op. Deze nieuwe publicatie is de eerste omvangrijke monografie over Armando als schilder. Het boek bevat vier essays. Onder de titel Armando en het gevecht tegen de ‘Strom der Zeit’ behandelt Antoon Melissen de artistieke carrière van Armando, waarna Anke Hervol het oeuvre in een grotere kunsthistorische context plaatst. Niels Cornelissen en Yvonne Ploum gaan respectievelijk in op zijn literair werk en zijn biografie. De essays worden afgesloten met een selectie redes, teksten en pamfletten van Armando zelf, en een biografische chronologie. Dat deze omvangrijke publicatie geen bibliografie bevat, is niet te begrijpen. Opvallend is het gebruik van het Armando-lettertype voor de cover en de essays. Het lettertype werd ooit ontworpen door Vanessa van Dam en David Bennewith voor het Armando Museum in Amersfoort, dat in 2007 volledig verwoest werd door een uitslaande brand.

 

Antoon Melissen. Jan Schoonhoven. New York: David Zwirner Books, 2015. 144 blz. 94 afb. ISBN 978-1-941701-04-1

In januari en februari van dit jaar was er in de New Yorkse galerie van David Zwirner een tentoonstelling te zien van de Nederlandse Nul-kunstenaar Jan Schoonhoven (1924-1994). Jan Schoonhoven was aanvankelijk beïnvloed door het werk van Paul Klee, maar in de jaren vijftig evolueerde hij naar een eigenzinnige vorm van materieschilderkunst door met karton en papier maché reliëf toe te voegen aan zijn doeken. In 1958 was hij medeoprichter van de Nederlandse Nul-beweging en werd zijn werk nog rigoureuzer. Met papier maché en karton construeerde hij nu gridstructuren die hij op paneeltjes aanbracht. Daarop lijmde hij papier en tot slot overschilderde hij het reliëf met witte latexverf. Het werk sloeg onmiddellijk aan bij de internationale ZERO-beweging. Nadat hij in 1967 een prijs won op de biënnale van São Paulo, nam zijn succes nog toe. Jan Schoonhoven werkte tot het einde van zijn leven binnen zijn Nul-idioom, maar aangezien hij verknocht was aan zijn job als kantoorklerk bij de Nederlandse overheid liet hij de uitvoering van zijn werk steeds meer over aan zijn assistent Aad in’t Veld. De begeleidende publicatie bij deze tentoonstelling bevat een prima introductie op het werk van Schoonhoven door Antoon Melissen, geïllustreerd met relevant beeldmateriaal. Hierna volgen 80 bladzijden met paginavullende kleurenreproducties van de werken die David Zwirner in zijn galerie toonde, en zaalzichten. Het is tegenwoordig evident om catalogi te drukken in kleur, maar het werk van Jan Schoonhoven, dat speelt met licht en schaduw, heeft meer baat bij zwart-witreproducties. Oude catalogi, waarin Schoonhovens werk staat afgebeeld in zwart-wit, tonen scherper de essentie van zijn oeuvre: licht!

 

Sandra van Beek. ‘Ik een nieuwe Mondriaan? Ik ben een ouwe Schoonhoven!’ Leven en werk van de ambtenaar-kunstenaar J. J. Schoonhoven. Zoetermeer: Uitgeverij Free Musketeers, 2014. 174 blz. 42 afb. ISBN 978-9048434718

In 2005 maakte regisseur Sherman de Jesus een documentaire over het leven van Jan Schoonhoven onder de titel Jan Schoonhoven, beambte 18977 (53’, Memphis Film&TV). Hiervoor werden nogal wat archieven geraadpleegd, maar ook getuigenissen van kennissen van de kunstenaar kwamen aan bod. Nu, tien jaar later, heeft Sandra van Beek met dit materiaal een biografie geschreven. Jan Schoonhoven leidde als ambtenaar een onopvallend en sober leven. Toch beschikte Sandra van Beek over voldoende anekdotes, verhalen en informatie uit zijn privéleven en de kunstwereld van die tijd om de figuur levendig naar voor te brengen. Je leest de biografie in één ruk uit en krijgt het gevoel de man persoonlijk te kennen.

Het boek oogt evenwel niet indrukwekkend. Het is een povere pocket met een gelijmde rug. De kleurenreproductie op de cover is schraal en de illustraties in het boek zijn pieterig en grijzig. Deze biografie verdiende een betere aanpak. Bij dezelfde uitgever verscheen ook een Engelse versie onder de titel ZerOman Jan J. Schoonhoven.

 

Jan Hoek. The Pattaya Sex Bubble. Gent: Art Paper Editions, 2015. 10 x 16 blz. ISBN 978-9490800314

Vorig jaar opende in Gent de boekenwinkel Riot (Dendermondsesteenweg 80, vlabij Dampoort). Oprichter Jurgen Maelfeyt is tevens uitgever van Art Paper Editions (APE). Riot is gespecialiseerd in fotografie, grafische vormgeving en kunstenaarsboeken, en verkoopt publicaties van kleinere uitgeverijen zoals Sternberg Press, Karma, Rollo Press, Occasional Papers, Valiz, Kodoji en vele andere. In de kelders van de boekenwinkel is een galerie ingericht waar onlangs een tentoonstelling te zien was van de Nederlandse fotograaf Jan Hoek (°1984) met de titel Me and My Models: the Golden Edition. Jan Hoek houdt niet van een esthetiserende beeldtaal en onderzoekt de verhouding tussen fotograaf en model. Zelf zegt hij: ‘I believe there is always a certain degree of ethics involved in photography. It is almost impossible to take photographs of people without consciously, or unconsciously, crossing boundaries and with things happening that you don’t want or expect. I feel this is often covered up in photography, while I would like to show it […]‘. Om zijn doel te bereiken werkt hij met would-bemodellen, junkies, daklozen of mensen die hij vindt via internet. Bij de tentoonstelling in Gent verscheen een opmerkelijke publicatie waarin Jan Hoek een van zijn recente projecten presenteert: The Pattaya Sex Bubble. Pattaya is een badstad in Thailand die tijdens de Vietnamoorlog in de jaren zeventig ontdekt werd door Amerikaanse militairen. Het vroegere vissersdorp reageerde hier meteen op met het oprichten van restaurants, hotels, disco’s en nachtclubs. Na de Vietnamoorlog evolueerde Pattaya tot de hoofdstad van het sekstoerisme. In deze omgeving zocht Jan Hoek contact met prostituees en sekstoeristen van allerlei slag, die zich wilden laten fotograferen. De verzameling foto’s, tekeningen en gespreksfragmenten die dat opleverde, bracht hij samen in deze publicatie, die samengesteld is uit tien boekjes van zestien pagina’s. Doordat ze allemaal voorzien zijn van een nummer, een coverbeeld en een colofon op de achterflap, lijken de boekjes op een stapeltje afleveringen van een tijdschrift. Elk deel bevat het gedocumenteerde verslag van een ontmoeting, en wordt gepresenteerd in een andere stijl. De vormgeving is erg nadrukkelijk, met schreeuwerige kleuren, decoratieve achtergronden, gemanipuleerde beelden en grafisch ‘strooisel’. Alle registers trekt Jan Hoek open, om de lezer te bedwelmen met eye candy en smeuïge anekdotes. In deze felle omgeving figureren de ‘modellen’ als ontheemde schepsels, die zich volledig bewust zijn van de aanwezigheid van de cameralens en het voyeuristische oog van de fotograaf. Jan Hoek legt het artificiële contact tussen model en fotograaf akelig bloot.

 

Walter Swennen. Works on Paper. Brussel: Xavier Hufkens, 2015. 286 blz. 137 afb. ISBN 978-94-912-4510-7

Vorige winter toonde Walter Swennen tekeningen in Galerie Xavier Hufkens te Brussel. Ze werden gepresenteerd als een rechtlijnige reeks, lopend over drie muren. De meeste werken waren kleiner dan een A4’tje en dateerden van 1985 tot 2012. Enkele maanden na de tentoonstelling verscheen een uitstekend verzorgde catalogus in pocketformaat. Hierin staan alle 135 tekeningen een voor een afgebeeld, telkens op de rechterpagina, waarna een genummerde lijst volgt met de technische beschrijvingen. Op de achterflap staat een korte tekst afgedrukt, geschreven door Bart Verschaffel. Deze kraakheldere opbouw vertoont opvallende overeenkomsten met de oorspronkelijke definitie van het begrip catalogus: ’…register van voorwerpen, boeken enz. van een verzameling, meestal met korte omschrijving…’ (cfr. Van Dale). Aldus laat deze catalogus zien dat het mogelijk is om op basis van een strenge definitie toch een originele en aantrekkelijke publicatie te ontwerpen. Wie een meer uitvoerige tekst over het werk van Walter Swennen wil lezen, raad ik het essay De methode van Walter Swennen aan van Bart Verschaffel, verschenen in De Witte Raaf van januari 2014.