Louise Osieka

DE WITTE RAAF

Editie 176 juli-augustus 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

JEF GEYS in het S.M.A.K.

De solotentoonstelling van Jef Geys (1934, Leopoldsburg) in het Gentse S.M.A.K. gaat, zoals veel van Geys’ projecten, terug op een ontmoeting. Gecharmeerd door de professionele aanpak van het departement Collectie bij de herinstallatie van het werk Geel, rood, blauw, enz… (1979), nodigt Geys Iris Paschalidis, hoofd Collectie, in zijn woning te Balen uit en stelt haar voor een grote tentoonstelling te organiseren. Twee weken later ligt een door de kunstenaar tot in de puntjes uitgewerkt concept op tafel.

De tentoonstelling beslaat de hele benedenverdieping en wordt niet enkel begeleid door een 'Kempens Informatieboek', maar ook door een lijvige, tweedelige publicatie van Geys’ archiefstukken. Naast de infobalie bij de ingang staat een levensgrote gestileerde figuur, die qua vorm sterk doet denken aan de sjotterkes op een voetbaltafel. Op de wand achter de pop kleven stickers met daarop woorden als ‘sardonisch’, ‘eclecticisme’, ‘modern’, ‘kunst’, ‘realiteit’ en ‘isomorf’. Enkele van deze woorden keren terug op de afgeschuurde huid van de pop, haast onleesbaar in potlood genoteerd. De Pop is het resultaat van Geys’ betrachting om de gewichtige, misleidende kunsttaal op te roepen en te doorgronden, en prikkelt de bezoeker die op het punt staat de tentoonstelling binnen te stappen om hetzelfde te doen.

In de linkergang om de hoek, op de plek waar vaak de tentoonstellingen worden ingeleid, heeft Geys – als alternatief voor de klassieke muurtekst – een associatieve informatiemuur samengesteld. Schijnbaar willekeurig verspreid, scheppen verschillende tekstuele en visuele elementen een context waarin de bezoeker vrij verbanden kan leggen. Opvallend is Geys’ keuze om een volledige editie van De Standaard (6 februari 2015) tegen de muur te bevestigen. Die meterslange sliert krantenpagina's alludeert niet alleen op Geys' dagelijkse routine om de krant te lezen, maar kan ook beschouwd worden als een manifest: als kunstenaar is Geys namelijk voortdurend op zoek naar informatie die hij herschikt, hercontextualiseert en volgens een geheel eigenzinnige systematiek archiveert. Daarbij maakt hij geen onderscheid tussen lokaal en mondiaal nieuws, noch tussen sport en cultuur. Elke vorm van hiërarchisch denken wordt van tafel geveegd, want alles is nodig om inzicht te krijgen in het 'grotere geheel'. Links van De Standaard hangen de eerste twee Koffieonderleggertekeningen, die het resultaat zijn van Geys’ dagelijkse bezoek aan een lokale taverne waar hij een kop koffie drinkt en verschillende kranten doorbladert. De krantenkoppen die hem triggeren, schrijft hij neer op het papieren onderleggertje of verbeeldt hij met een tekening.

Ook de werken achter de informatiewand, in de centrale vleugel van de tentoonstelling, zijn haast volledig uit talige informatie opgebouwd. Zo wordt in één ruimte de rest van de 80 koffieonderleggertekeningen getoond, die elk een kritische en geregeld spottende blik werpen op het dagelijkse leven. In een andere zaal hangen 800 originele A4-bladen uit Geys’ archief in ordinaire plastieken insteekhoezen. Deze verzameling – en dat geldt voor het archief als zodanig – is het resultaat van Geys’ fanatieke poging om het dagelijkse leven in al zijn heterogeniteit te capteren. Het archief omvat alle mogelijke onderwerpen, hangt nauw samen met Geys’ directe leefomgeving en is wederom radicaal antihiërarchisch van aard. Wie de overdaad aan beelden trotseert, ontdekt geleidelijk aan wat er in Geys’ leven en werk toe doet. Naast schetsen, notities en technische fiches, hangt er ook een groot aantal briefwisselingen, e-mails, krantenknipsels en neergepende overpeinzingen.

Niet alleen de werken, ook de aanpak van de hele tentoonstelling is antihiërarchisch. De klassieke verhouding tussen randinformatie en kunstwerk wordt doorbroken; zowel de informatiewand als de 'eigenlijke' werken zijn immers uit 'informatie' opgebouwd. In de rechtervleugel wordt zichtbaar hoe Geys die overvloed aan informatie in bedwang houdt. Het Gesloten archief (1957 – heden), weer een deelverzameling van Geys’ grote documentatiecentrum, bestaat uit een honderdtal ringmappen die op ooghoogte en onder plexiglazen boxen op een schap staan. Met uitzondering van vier raadpleegbare mappen op een tafel is de inhoud verzegeld. De confrontatie tussen het open en het gesloten archief brengt een belangrijke paradox in Geys’ oeuvre aan het licht. Enerzijds spoort hij ons aan tot een bewuste en kritische omgang met de werkelijkheid – een houding die veel tijd en inspanning vereist. Anderzijds geeft hij via werken zoals het Gesloten archief aan dat de werkelijkheid – en bijgevolg ook zijn oeuvre – nooit volledig toegankelijk is. Instituten of individuen die pretenderen de waarheid in pacht te hebben, worden op intelligente wijze ontmaskerd.

Opmerkelijk in dat verband is Geys’ 'infiltratie' in de werking van het CAHF (Contemporary Art Heritage Flanders), een overheidsinstelling die de samenwerking tussen de vier Vlaamse musea voor actuele kunst moet bevorderen en hun collecties internationaal moet promoten. Vooreerst zien we in de tentoonstelling vier originele werken afkomstig uit de collecties van de betrokken musea: de foto Zwarte Overall (1991) uit het M HKA; een klein schilderij van een zaadzakje Gypsophila Elegans (2008) uit Mu.ZEE; het Gesloten Archief (2001), een langdurige bruikleen van de Vlaamse Gemeenschap aan het S.M.A.K.; en ten slotte de recente Sokkel #7 (2014), een interactieve aanplakzuil in de collectie van het Middelheimmuseum. In de vier aanpalende kamers tonen flatscreens de webpagina’s van de musea en projecteert de kunstenaar afbeeldingen van andere werken die op een of andere manier in relatie staan met de respectievelijke collecties. Aan het begin van de zaal prijken de logo’s van de musea die voor deze gelegenheid een specifieke kleur kregen toebedeeld – rood voor het M HKA, blauw voor Mu.ZEE, geel voor het Middelheimmuseum en paars voor het S.M.A.K.

In de tegenoverliggende linkervleugel heeft Geys met kleefband in dezelfde vier kleuren een halfcirkelvormig grondplan getekend. Het lijnenspel, met reminiscenties aan Geys’ Wereldkaart (1968), herneemt de plattegrond van een tentoonstelling die hem eind jaren tachtig door Jan Hoet beloofd was, maar onverwacht door de conservator werd afgeblazen. Ten slotte onderstreept Geys zijn ambivalente houding ten opzichte van de macht van het kunstinstituut via zijn bijdrage voor Chambres d’Amis (1986), de bekende tentoonstelling waarvoor hedendaagse kunstenaars in meer dan vijftig Gentse burgerhuizen werken realiseerden. Terwijl het gros van de werken onderdak vond in woningen van de begoede (kunstminnende) burgerij, had Geys in zes kleine (arbeiders)huisjes telkens een blinde deur geplaatst met daarop de leuze van de Franse Revolutie in het Nederlands, Frans en Duits. Hij eiste twee minuten zendtijd voor elk van de (minder begoede) inwoners bij wie hij een deur geïnstalleerd had, zodat de persoon in kwestie zijn (sociale) 'problemen' aan het grote publiek kon ventileren. Op die manier nam Geys de valse 'democratiserende' pretenties van de tentoonstelling op de hak.

In het S.M.A.K. wordt Geys' bijdrage aan Chambres d'Amis op twee manieren aanwezig gesteld: in de linkergang bij het binnenkomen via een van de blinde deuren, zopas aangekocht door het S.M.A.K., en in de rechtervleugel via fragmenten uit Jef Cornelis’ De langste dag, een zes uur durende reportage van de openingsmanifestatie van de befaamde Gentse kunstzomer van 1986. Het werk verenigt dan ook de twee aspecten die in de tentoonstelling in het S.M.A.K. centraal staan, met aan de ene kant de sociale werkelijkheid en de verwerking van de dagelijkse informatiestromen (de informatiewand, de koffieonderleggers, de uittreksels uit het archief…) en aan de andere kant de kritiek op de macht van het kunstinstituut. Via de installatie voor Chambres d'Amis wordt duidelijk dat het om twee kanten gaat van eenzelfde project: Geys verwerpt de dominantie van een bepaald discours door onze kennis en ervaringen consequent op het 'dagelijkse leven' te betrekken.

 

• Jef Geys, tot 6 september in het S.M.A.K., Jan Hoetplein 1, 9000 Gent (09/240.76.01; www.smak.be).