Dominic van den Boogerd

DE WITTE RAAF

Editie 176 juli-augustus 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Neïl Beloufa. Counting on People

Als Molly drie blikjes Budweiser heeft gedronken, is de kans dat zij het aanlegt met Noël tachtig procent. Neemt zij een vierde biertje, dan neemt het percentage af. Als ze langer door blijft drinken, slinken haar kansen tot nul. Dat is wat enkele Franse studenten berekend hebben op hun laptops terwijl zij het sociale gedrag van enkele jonge Amerikaanse vakantiegangers bestudeerden. De ene groep jongeren observeert de andere, koppelt nieuwe gegevens aan bestaande bestanden. Big Brother in het kwadraat. Vreemd misschien, maar niet onwaarschijnlijk. Google en Netflix doen niet anders. In de tentoonstelling bij Stroom Den Haag van Neïl Beloufa (1985, Parijs), de rijzende ster van zijn generatie, regeert het algoritme.

De titel Counting on People is dubbelzinnig. Enerzijds willen we kunnen rekenen op mensen, worden we verliefd, krijgen we ruzie, leggen we het bij en drinken we samen een biertje, zoals de Amerikaanse jeugd laat zien. Anderzijds worden onze affecties en verlangens in toenemende mate gekwantificeerd en economisch geëxploiteerd. YouTube berekent naar welke muziek je wilt luisteren, Amazon welk boek je wilt lezen. Het is geen vrolijk stemmend wereldbeeld dat de Frans-Algerijnse kunstenaar ons voorschotelt. Toch is zijn werk lichtvoetig, inventief, uitdagend. De video over rekenende Fransen en feestende Amerikanen (Data for Desire, 2014) is te zien op een flatscreen die is opgehangen in een driedimensionale tekening van betonijzer, een soort Flintstonesversie van cyberspace (Rational Room, 2015).

Beloufa weet in zijn sculpturen en video-installaties hightechproducten als computers, camera’s en bekabeling met speels gemak te combineren met gesmolten schuimrubber en sigarettenpeuken. Enkele stalen bankjes bijvoorbeeld zijn voorzien van uit hout gesneden lichaamsdelen, zoals voeten, een paar borsten, een achterhoofd. Twee aan de wand bevestigde deuren, met wulpse rondingen en uitstulpingen, functioneren als fitnesstoestellen. Een elektronische teller houdt bij hoe vaak de deur wordt geopend. Meten is weten, nietwaar, ook in de sportschool. De bizarre hybriden van object en organisme doen denken aan Videodrome van David Cronenberg.

De meeste aandacht trekt de video VENGEANCE (2014). Het is een met amateurs gemaakte soap waarin stervoetballer Cristiano Ronaldo, een desperate housewife, een beroepsworstelaar en het robotje Wall-E verwikkeld zijn in affaires vol passie en jaloezie. Opnieuw gaat het over menselijke affectie, zij het niet voor leeftijdgenoten, maar voor levenloze spullen, fictieve personages en wezenloze abstracties. De film is gemaakt in samenwerking met kinderen uit de Parijse banlieue, die meeschreven aan het script en die af en toe in beeld opduiken wanneer zij decorstukken vervangen. Het resultaat is ontwapenend en onderhoudend.

Soundbites uit de video weerklinken elders in de expositieruimte, alsof ze zijn losgezongen van het beeld. Niets in de wereld van Beloufa heeft een vaste plaats. Een meterslange grotwand van schuimrubber verplaatst zich op gezette tijden heen en weer over rails. Op de rijdende muur verschijnen filmbeelden van zakenlui in boardroom meetings, tobbend over cijfers en statistieken. De vier sculpturen met dezelfde titel VENGEANCE (2014) vormen een gesloten tv-circuit dat de tentoonstellingsruimte verandert in een filmset. Het zijn kapstokachtige staketsels, waarop min of meer willekeurig plaatjes en voorwerpen zijn gegroepeerd rond een centrale surveillancecamera. Met enige vertraging worden de surveillancebeelden op de wand geprojecteerd, elders in de expositieruimte, zodat je even later jezelf in beeld ziet verschijnen, kijkend naar een sculptuur die terugkijkt.

De video-installatie Home Is Whenever I’m With You (2014) is een humoristisch melodrama over de behoefte voortdurend met anderen in contact te staan, waar ook ter wereld, via Skype of Facebook of hoe dan ook. De beelden worden geprojecteerd op en gereflecteerd door enkele glazen wanden die parallel aan elkaar staan opgesteld. De letterlijke veelzijdigheid van de installatie, oftewel de verveelvoudiging van het scherm, geeft aan wie de werkelijke hoofdrol in de video speelt: de interface zelf.

Twitter en Facebook versturen dagelijks honderden miljoenen berichten. Het zijn deze relatief nieuwe vormen van dataproductie die geïnfiltreerd zijn in de manier waarop wij onszelf en de ander zien, de wijze waarop we ons tot elkaar verhouden. Dat klinkt misschien alsof HuxleysBrave New World is aangebroken, maar Beloufa onthoudt zich van commentaar. Hij laat zien wat de digitale systemen van Koning Algoritme aanrichten, niet wat wij ervan moeten vinden.

STROOM verdient een compliment dat het deze tentoonstelling, eerder te zien in Londen, Alberta en Madrid, naar Den Haag heeft gehaald. De inrichting paart vindingrijkheid aan een prettige nonchalance. Volmaakt is het niet. De werken staan dicht op elkaar; het licht is beroerd. Dat neemt niet weg dat Counting on people een verfrissende blik werpt op de nieuwe gedaantes van de aloude controlemaatschappij en – precairder – op de verstrengeling van begeerte en berekening. Als u de tentoonstelling nu even liket op Facebook wordt de kans op een vervolg groter.

 

• Neïl Beloufa: Counting on People, 25 april – 21 juni 2015, Stroom, Hogewal 1-9, 2514 HA Den Haag (070/365.89.85; www.stroom.nl).