Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 176 juli-augustus 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Peter Buggenhout. We did it before, we will do it again. Paris: Editions de l’Amateur / Jnf Editions, 2015. 394 blz. 200 afb. ISBN 978-2-85917-550-4

Dit voorjaar was er in Museum M (Leuven) een retrospectieve te zien van het werk van Peter Buggenhout (°1963). Zijn soms kolossale constructies stelt hij samen met afbraakmaterialen, maar ook met amorfe substanties zoals bloed of huisstof. Zelf beschrijft hij zijn sculpturen als een georganiseerde chaos, analoog aan de wereld die ons omringt. Bij de tentoonstelling verscheen een publicatie die een overzicht toont van zijn werk, vooral van de laatste vijf jaar. Beelden van zijn werken op glanzend papier worden afgewisseld met foto's van Buggenhouts inspiratiebronnen op mat papier. Die laatste zijn verrassend veelzijdig: zo zien we onder andere de tempel van Angkor, Le Cirque van Alexander Calder, Le Palais Idéal van Facteur Cheval, fresco’s van Masaccio en Afrikaanse maskers, maar ook beelden van versneden scheepswrakken, mummies, verloederde achterbuurten en het wortelgestel van een oude olijfboom. Frappant is dat slechts twee hedendaagse kunstenaars figureren in deze beeldenverzameling: de Wiener Aktionist Otto Muehl en Paul McCarthy. Tussendoor zijn nog katernen in groen papier met drie teksten ingevoegd. Naast een interview afgenomen door Eva Wittocx en een essay van Selen Ansen, die het oeuvre in een breder filosofisch perspectief plaatst, valt er een wonderbaarlijke tekst te lezen van William Rathje. Als directeur van het Garbage Project aan de universiteit van Arizona schreef hij een verslag over een onderzoeksproject waarbij archeologen Fresh Kills onderzochten, een moerassig gebied nabij New York dat tussen 1948 en 1968 werd gedempt met vuilnis uit de miljoenenstad. Alle afbeeldingen zijn aflopend gedrukt en de teksten staan in een grote bladspiegel (met kleine marge). Elke pagina is tot de rand gevuld en als lezer moet je af en toe naar lucht happen. Dit is verrassend genoeg ook het effect dat optreedt wanneer men oog in oog staat met sommige werken van Peter Buggenhout.

 

Vaast Colson. Vaast Colson 10/14. Bornem: Maes & Matthys Gallery, 2015. 720 blz. ISBN 978-9081413015

De Antwerpse kunstenaar Vaast Colson stelt graag kunst in vraag. De positie van de kunstenaar, het publiek en de kunstmarkt onderwerpt hij aan een onderzoek. In zijn boek Vaast Colson 99 / 09 – een 590 pagina’s tellende publicatie die de eerste tien jaar van zijn artistieke loopbaan documenteert – herbekijkt hij ook het concept van de catalogue raisonné. Zopas verscheen een tweede deel onder de titel Vaast Colson 10 / 14 met een volledig overzicht van de laatste vijf jaar. Deze twee boeken, met een gelijkaardige vormgeving, doen vermoeden dat de komende decennia nog meer volumes zullen verschijnen. Dat een kunstenaar zijn oeuvre in volle ontwikkeling systematisch in kaart brengt, is ongewoon. Het redigeren van een catalogue raisonné gebeurt meestal post mortem door een of meerdere kunsthistorici, die het volledige oeuvre van een kunstenaar catalogeren en illustreren, en een uitgebreide bio- en bibliografie opstellen. De werkwijze van Vaast Colson heeft het voordeel dat hij de informatie kan presenteren volgens zijn eigen stijlnormen. En dat levert levendige boeken op. Vaast Colson 10 / 14 vangt aan met een twintigtal korte teksten van vrienden, verzamelaars en galeristen, gevolgd door meer dan driehonderd pagina's onder de titel Practice met foto’s van groepstentoonstellingen, boekpresentaties, performances, concerten en installaties. Doordat deze lange, chronologische beeldenreeks niet voorzien is van bijschriften, komt de lezer onmiddellijk in een duizelingwekkende visuele draaimolen terecht. De keuze van de beelden maakt duidelijk dat kunst voor Vaast Colson een totaalbeleving is waarbij hij andere kunstenaars en het publiek graag betrekt. Zoals bij Andy Warhol, Joseph Beuys of Martin Kippenberger is ook de artistieke pose bij Vaast Colson een onderdeel van zijn werk. Onder de titels Unique Works en Editions volgt een lange reeks reproducties van kunstwerken, multipels en kunstenaarsboeken, chronologisch geordend en netjes voorzien van een technische beschrijving. Ten slotte zijn enkele katernen in groen papier toegevoegd. Ze bevatten de verklarende informatie bij de lange fotoreeks in het hoofdstuk Practice. Een biografie sluit het boek af. Deze publicatie geeft een zeer geanimeerd beeld van de kunstpraktijk van Vaast Colson, maar zal later ook een handig werkinstrument zijn voor kunsthistorici, verzamelaars en musea.

 

Christophe Daviet-Thery / Alice Dusapin (red.). Allan Kaprow Posters. Paris / London: Christophe Daviet-Thery / Koenig Books, 2015. 92 blz. ISBN 978-2-9539347-6-2

Happenings zoals Allan Kaprow die organiseerde vanaf de jaren vijftig, hadden niets te maken met spectaculaire evenementen. In zijn essay The Legacy of Jackson Pollock (1958) verwijst Allan Kaprow expliciet naar de action painting. Hij koppelde de ‘actie’ los van het ‘schilderen’ en legde zich toe op het organiseren van tijdelijke gebeurtenissen die geen artistieke objecten voortbrachten. Wat wel overbleef zijn de affiches die hij ontwierp om zijn happenings aan te kondigen. Deze nieuwe publicatie beschrijft en reproduceert voor het eerst de 42 affiches die Kaprow verspreidde tussen 1953 en 1996. Daarnaast zijn 27 affiches gereproduceerd op groot formaat. Ze zijn los gevat in een katern van 28 x 43 cm. De uitneembare folio’s meten, eenmaal opengevouwen, 56 x 43 cm. De kunstenaar Oscar Tuazon schreef een tekst over de happenings van Allan Kaprow. Steve Roden, ook een kunstenaar, behandelt in een tweede tekst de artistieke kwaliteit van de affiches. En daar valt nogal wat over te zeggen. Allan Kaprow designde zijn affiches niet, maar ontwikkelde ze los uit de pols, dikwijls op een stijlloze manier. Ze waren eerder bedoeld om te informeren dan om visueel te bekoren. Volgens Steve Roden was hij hiermee een voorloper van de DIY-houding van de punkbeweging, die in de late jaren zeventig ontstond aan de Amerikaanse Westkust. Het grote formaat en de ongebonden folio’s maken deze publicatie buitengewoon. Het is een boek dat zich niet laat schikken op een rek. Voor Kaprow moet de bibliothecaris op zoek naar een aparte plek.

 

Thierry De Cordier. Les fragments d’Héraclite selon Thierry De Cordier. Köln: Salon Verlag, 2015. 170 blz. ISBN 978-3-89770-454-1

In het beeldend werk van Thierry De Cordier is het verhalende altijd onderhuids aanwezig. Soms ook expliciet, wanneer hij titels of korte teksten in een naïef handschrift aanbrengt op zijn werken. Zijn aandacht voor taal komt helemaal tot uiting in redevoeringen, dichtbundels en kleine filosofische traktaten waarin hij zijn mystieke kijk op de wereld verwoordt. Voor zijn nieuwste publicatie heeft hij zich gewaagd aan een vertaling van de Fragmenten van Heraclitus. Heraclitus was een presocratische natuurfilosoof die het vuur beschouwde als de belangrijkste oersubstantie. Volgens hem verkeerde alles in een permanente toestand van beweging. Van de geschriften van Heraclitus zijn alleen fragmenten overgebleven, dikwijls met een hoog aforistisch gehalte. ‘Men kan niet tweemaal in dezelfde rivier stappen’ is een van zijn bekende uitspraken. In een korte inleiding bij zijn vertaling vertelt Thierry De Cordier hoe hij toevallig in het bezit kwam van een Nederlandstalige versie van de Fragmenten. Hij vraagt zich af door welke vlieg hij gestoken werd, maar een onweerstaanbare drang overviel hem om het werk te vertalen naar zijn moedertaal, het Frans. Hij deed dit zonder rekening te houden met bestaande vertalingen. Les fragments d’Héraclite selon Thierry De Cordier is uitgegeven als een bibliofiel kleinood. Het boekblok is gevat in een onbedrukte, zwarte omslag met goud op snee en is uitgegeven in een genummerde oplage van 300 exemplaren plus 40 gesigneerde exemplaren. Het zetwerk en het lettertype zijn klassiek. De bibliofiele kwaliteiten worden helaas tenietgedaan doordat het boekje gelijmd is als een paperback. Maar nog nefaster is dat het papier in de verkeerde looprichting werd gebruikt, waardoor de rug op termijn met grote zekerheid kraakt en scheurt. Nu reeds moet de lezer het rugje wringen om het boek open te leggen. Maar het blijft interessant om de intelligente teksten van Heraclitus te lezen onder deze omstandigheden. Als lezer ontdek je dat de Fragmenten op het lijf geschreven zijn van Thierry De Cordier en begrijpt je beter welke vlieg hem stak.

 

Brad Freeman (red.). Journal of Artists’ Books JAB#37. Chicago: Center for Books and Paper Art, 2015. 64 blz. ISSN 1085-1461

In 1993 publiceerde Brad Freeman het eerste nummer van Journal of Artists’ Books (JAB). Ondertussen is het tijdschrift aan zijn 37e aflevering toe. Dit recentste nummer is bijna volledig gewijd aan Les Editions Incertain Sens: Artist’s Books and Editorial Practices, een onderzoeksprogramma aan de universiteit van Rennes (F). Editions Incertain Sens publiceert naast kunstenaarsboeken ook de periodiek Sans Niveau ni Mètre, die telkens verschijnt naar aanleiding van een tentoonstelling in het Cabinet du Livre d’Artiste. Naast deze hoofdmoot bevat JAB#37 een nieuw essay van Anne Moeglin-Delcroix. Als een van de belangrijkste autoriteiten op het terrein analyseert ze hier de recente evolutie van het kunstenaarsboek. Ze ergert zich aan de normvervaging, het overvloedige parodiëren van klassieke kunstenaarsboeken en het ‘bibliofiliseren’ door marktgerichte uitgevers. Als enige lichtpunt ziet ze dat veel kunstenaarsboeken uit de jaren zestig en zeventig goedkoop worden heruitgegeven met het oog op een brede verspreiding. En dat is nu net waar Editions Incertain Sens de laatste jaren op inzet. Voor deze aflevering van JAB werden ook kunstenaars gevraagd om een bijdrage te leveren. Zo behandelde Peter Downsbrough de cover en is er een kleine multipel toegevoegd van Bernard Villers. Op de website van JAB laat Brad Freeman weten dat het volgende nummer (#38) een verrassingsnummer wordt. 

 

Mariken Wessels. Taking off. Henry my Neighbor. [Gent]: Art Paper Editions, 2015. 330 blz.ISBN 978-9490800345

De Nederlandse kunstenares Mariken Wessels ontdekte tijdens haar verblijf in Long Island (NY) het fotoarchief van een zekere Henry. Hij was gehuwd met Martha, van wie hij in de jaren tachtig duizenden naaktfoto’s nam. Het uitzonderlijke is dat Henry leed aan een obsessie voor de borsten van zijn vrouw. Niet de fotografische of artistieke mogelijkheden interesseerden hem. Het was deze amateur te doen om het ‘plezier’ van de herhaling. Telkens opnieuw fotografeerde hij Martha naast of op het echtelijke bed en steeds zijn haar borsten de focus van zijn aandacht. Het beperkte gamma van poses dat Martha aanneemt, maakt het beeld van de obsessie compleet. Nu presenteert Mariken Wessels dit archief in een groot boek. Zowat de helft van de publicatie is gevuld met deze foto’s, 36 per pagina, met een overrompelend effect. En er is meer. Toen het tot een breuk kwam tussen Henry en Martha, begon Henry de foto’s te verknippen en maakte er collages van. Later vond men in zijn woning ook nog zeventien figuren in klei, geïnspireerd door de collages. Al deze werken zijn door Mariken Wessels gefotografeerd en gereproduceerd op groot formaat. Het is een verademing om te zien hoe Henry er ten slotte in slaagt om zijn obsessie artistiek te sublimeren. Mariken Wessels koos ervoor om een fotoboek te maken zonder tekst. Enkel op de achterflap valt een tekstje te lezen met de essentiële informatie. Tussen de drie hoofdstukken voegde ze nog anonieme foto’s toe die de omgeving en levensomstandigheden van het koppel documenteren, beelden van hun kindertijd, hun huwelijk en Henry’s werkkamer. De visuele impact van dit boek is groot en dat betekent dat de inhoud adequaat is vormgegeven.