Edo Dijksterhuis

DE WITTE RAAF

Editie 178 november-december 2015

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Cristina de Middel: Jan Mayen

De website van Cristina de Middel oogt als de schreeuwerige voorpagina van een Amerikaanse tabloid. De meest fantastische verzinsels, overgoten met een vettige sensatiesaus, knallen van het scherm: 'Hillary Clinton adopts alien baby!', 'Sex can drive you insane!', 'Israeli mermaids seen on shore!'. De Spaanse fotografe heeft een zwak voor dit soort hyperbolische ongein. Dat is ook te zien aan haar werk, waarin het historische en het fantastische naadloos en met veel humor in elkaar overlopen.

Hoe anders begon De Middel haar carrière. Na een fotografieopleiding in de VS doorliep ze nog een aparte cursus oorlogscorrespondentie bij het Spaanse leger en een mensenrechtenmodule van het Rode Kruis. Tien jaar lang reisde ze internationale brandhaarden af om onrecht en ellende in beeld te brengen. Haar documentaire werk uit die tijd is nuchter en geëngageerd. In de nu weer hoogst actuele serie Welcome zet ze in tweeluiken toeristenoorden tegenover nabijgelegen vluchtelingenkampen.

Op een gegeven moment was de rek eruit en wilde De Middel weg van de soms wel erg confronterende nieuwsactualiteit. Ze zocht naar een verhalende fotografie die minder beladen is, niet voortgedreven wordt door het hijgerige hier en nu. Ze vond die in een historische aanpak. Uit het amorfe collectieve bewustzijn zeeft De Middel kleine, vergeten verhalen en brengt die tot leven. Het is een soort journalistiek-historische ‘reverse engineering’ waarbij de verteller zichzelf de vrijheid gunt het verleden te 'corrigeren' en soms helemaal opnieuw uit te vinden.

Het fotoboek The Afronauts uit 2012, dat een jaar later tentoongesteld werd in het Amsterdamse FOAM, was meteen een groot succes. Dat zal grotendeels te maken hebben met het verhaal erachter. The Afronauts is geïnspireerd door het uitzinnige ruimtevaartprogramma dat een Zambiaanse dorpsschoolmeester medio jaren zestig voor zijn land had bedacht. Het zouden geen Russische kosmonauten of Amerikaanse astronauten zijn die de ruimte zouden verkennen, maar Zambiaanse afronauten. De benodigde 700 miljoen pond bleek echter onmogelijk bij elkaar te krijgen en het plan stierf een stille dood. Het verhaal van de Zambia National Academy of Space Research die tien ruimtevaarders, een ruimtemeisje en een ruimtekat naar Mars wilde sturen, raakte snel vergeten. Totdat De Middel deze droom van een net onafhankelijke staat in beeld bracht alsof hij werkelijkheid was geworden. In ruimtepakken gemaakt van kleurrijk Vlisco-textiel, raffia en boodschappentassen, planten de afronauten op Mars vlaggen met smileys en onderzoeken ze rotsen. Discochique en blaxploitation cool strijden om voorrang in dit verhaal dat draait om absurde ambities.

Voor Jan Mayen heeft De Middel een soortgelijk vergeten stukje geschiedenis gekozen. In 1911, toen de Noordpool al ontdekt was en de wereldkaart volledig ingekleurd, vatte de rijke en ietwat excentrieke Brit Joseph Foster Stackhouse het idee op om Jan Mayen te ‘herontdekken’, een vulkanisch eiland in de Noordelijke IJszee. Het was eigenlijk een heel vroege vorm van extreem toerisme. En zoals veel hedendaagse toeristen waren ook Stackhouse en zijn metgezellen slecht voorbereid. Hun schip was amper zeewaardig, een kompas was afwezig en geen van de opvarenden had noemenswaardige nautische ervaring. De kust van het eiland bleek ongeschikt om aan land te gaan en de mannen keerden onverrichter zake, zonder trofee of heldenstatus, naar huis.

De Middel heeft de missie van Stackhouse nagespeeld, maar dan als een succes: per sloep bereiken de avonturiers het eiland, gaan op verkenning uit en bakken een ter plaatse gevangen visje. Aan die historische re-enactment zijn echter weer de nodige vreemde elementen toegevoegd: pudding, zombiezeehonden, vliegende haaien. Baron van Münchhausen is er niets bij.

Het verhaal van Jan Mayen is in Galerie LhGWR verteld als een fotostrip. Op lange borden, die op verschillende hoogte achter elkaar zijn geplaatst om een golfeffect te bereiken, worden foto’s afgewisseld met kaarten en dagboekfragmenten van de kapitein. Sommige van De Middels zwart-witfoto’s zijn afgedrukt op krantenpapier, waardoor ze er overtuigend echt uitzien. Andere afdrukken zijn weer deels ingekleurd of ingelijst. De Middel speelt heel handig met het ongedefinieerde gebied tussen nieuws en nep, feit en fictie, documentatie en kunst. Wat uiteindelijk overblijft is het aantrekkelijke verhaal, dat niet per se authentiek hoeft te zijn om te werken.

 

• Cristina de Middel, Jan Mayen, 5 september – 31 oktober, Galerie LhGWR, Stationsweg 137, 2515 BM Den Haag (070/388.65.85; grotewittereus.nl).