Edo Dijksterhuis

DE WITTE RAAF

Editie 179 januari-februari 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Jasper Rigole: 81 dingen waarvan ik dacht dat ik ze vergeten was

Weinig dingen zijn zo treurigmakend als een fotoalbum in een vuilcontainer. Daar wordt toch zomaar een stuk leven weggegooid. Gelukkig zijn er mensen als de Belg Jasper Rigole, die verweesde herinneringen adopteren. Op zijn achttiende vond hij een pakketje met 8mm-filmpjes op een rommelmarkt. Hij raakte gefascineerd door de beelden van mensen die hij niet kende, levens waar hij eerst geen weet van had, en begon systematisch afgedankte homemovies te verzamelen. Zijn collectie bestaat inmiddels uit meer dan duizend stuks, plus foto’s, opschrijfboekjes en andere persoonlijke parafernalia. Ze vormt de basis van zijn eerste solotentoonstelling in Nederland, die behoort tot het beste van wat er het afgelopen jaar in Amsterdam te zien was.

De Brakke Grond is speciaal voor de tentoonstelling enigszins verbouwd tot een opeenvolging van vier ruimtes die samen één grote installatie vormen. Bij het binnentreden van de eerste, verduisterde, zaal komen je stemmen tegemoet, begeleid door het geratel van filmprojectoren. De blik wordt meteen naar de verre wand getrokken, waar al die filmpjes van Rigole in een veertien meter lange stellage opgestapeld liggen. Ze zijn keurig gerangschikt, op merk, kleur en grootte. Dit is de grondstof van wat Rigole The International Institute for the Conservation, Archiving and Distribution of Other people’s Memories (IICADOM) heeft gedoopt. Alle opnames zijn bestudeerd en gerubriceerd volgens een eigenzinnige, maar tegelijk ook logische taxonomie. Zo zijn er beelden van water – met subcategorieën als ‘zwemmen in zee’ en ‘zwemmen in zwembaden’ – maar ook dubbel belichte filmpjes onder het kopje ‘error’ en filmpjes waarin tv-toestellen te zien zijn die lang vergeten programma’s uitzenden. Ze worden vertoond op flatscreens die in het bovenblad van het rek zijn gemonteerd, en voorzien zijn van korte archiefbeschrijvingen. Het meubilair uit de jaren zeventig, de uitjes naar het dierenpark, zelfs de dames en heren met ouderwetse kapsels – alles komt vagelijk bekend voor, alsof het verre familieleden betreft. De individuele verledens krijgen iets archetypisch, de scheidslijn tussen persoonlijke ervaringen en collectief geheugen vervaagt.

Omgekeerd gebruikt Rigole die anonieme beelden ook om er uitzonderlijke verhalen bij te fabriceren. Zo nam hij als uitgangspunt voor Kemel (2012) een serie foto’s van kinderen op de rug van een kameel. Vanuit het perspectief van een van de geportretteerden vertelt de kunstenaar een fictief verhaal over het leven van het dier. Dat zou als gastarbeider naar België zijn gekomen, zonder werk zijn gevallen door de industrialisering en zijn gaan zwerven om later een nieuw leven als kermisattractie op te bouwen. Deze heerlijk absurdistische geschiedenis wordt via een koptelefoon in je oor gefluisterd door een samenzweerderig klinkende kinderstem. Op de vloer is een strandje van lettervermicelli aangelegd waarboven op de wand een zwart-witfilm van winderige zandvlaktes wordt geprojecteerd. In één shot focust de camera op twee duintopjes met een toefje helmgras – hier is de kameel opgegaan in het Belgische kustlandschap.

Onder Rigoles handen verandert een half vergaan erotisch filmpje uit de jaren vijftig in een abstracte verhandeling over ouderdom, waarin het naakt oplost in rimpels en grijstinten. Achter elkaar geplakte beelden van lege tuinen, slapende huisdieren en recreërende families – opnames die zijn gemaakt om na vakanties het laatste restje film op te gebruiken – worden door de combinatie met een lp vol vogelgeluiden tot idylle getransformeerd.

Maar het verste in zijn narratieve heruitvindingen gaat Rigole in Outnumbered, a brief history of imposture (2009). Deze installatie bestaat uit een panoramische schoolfoto uit 1936 die door een computergestuurd systeem langs een camera beweegt. Zodra het beeld stilstaat en de camera een van de honderden jongens en mannen in beeld brengt, produceert de computer een verhaal op basis van de namen en biografische gegevens in een uitgebreide database. De gebruikte informatie wisselt echter van keer tot keer en wordt door de computer soms door elkaar gemengd. Zo ontstaan steeds nieuwe, alternatieve geschiedenissen.

Rigoles encyclopedische aanpak verraadt de invloed van de fotografen van de zogenaamde Düsseldorfer Schule. Zijn werk doet soms ook denken aan dat van Erik Kessels, die eveneens verhalen vertelt aan de hand van found footage. Of dat van Thomas Elshuis, die al bijna twintig jaar werk maakt op basis van het 20.000 dia’s tellende beeldarchief dat hij erfde. Maar Rigole gaat verder en dieper. In zijn gelaagde spel met feit en fictie, het geheugen, en de wisselwerking tussen collectief en individu, overstijgt hij het simpelweg vermengen van narratieven.

Met zijn onderwerp en aanpak kan Rigole nog jaren voort, misschien wel zijn hele leven. Zijn archief dijt als vanzelf uit waardoor het web aan verhalen steeds verder verdicht om telkens weer te worden opengebroken met een intelligente, verrassende bespiegeling op de narratieve structuren. Passend is dan ook dat zijn tentoonstelling in De Brakke Grond wordt gepresenteerd met behulp van het modulaire systeem dat ontwikkeld is door Thomas Lommée. De verschillende onderdelen zijn de ene keer sokkel en dan weer archiefkast. Net als Rigoles films zijn hun functie, waarde en betekenis afhankelijk van het verhaal dat verteld wordt.

 

Jasper Rigole: 81 dingen waarvan ik dacht dat ik ze vergeten was, tot 31 januari in Vlaams Cultuurhuis de Brakke Grond, Nes 45, 1012 KD Amsterdam (020/622.90.14; brakkegrond.nl).