Machteld Leij

DE WITTE RAAF

Editie 179 januari-februari 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Kasper Bosmans. Little Cherry Virus, Not Making Sense as Something Else VI

Kasper Bosmans (°1990) studeerde af in 2014, maar nam ondertussen al deel aan Un-Scene III in WIELS en Beaufort 2015. Nu stelt hij solo tentoon bij PAKT, een kleine expositieruimte in Amsterdam waar kunstenaars de kans krijgen om te experimenteren. Bosmans vertrok van een drietal anekdotes, die op zijn vraag door Samuel Saelemakers, filosoof en curator van Witte de With (Rotterdam), worden naverteld in een begeleidende tekst (zie pakt.nu). Op het eerste zicht hebben ze niet veel met elkaar gemeen en toch worden ze in de tentoonstelling op een kunstige manier aan elkaar gesmeed.

De belangrijkste anekdote die Saelemakers beschrijft, gaat als volgt. Ooit werd de Japanse kerselaar door een modegril in Zuid-Limburg ingevoerd. Deze boom is de latente drager van de Little Cherry Disease, die inmiddels via de wolluis op alle traditionele kersenboomgaarden is overgebracht. Door deze ziekte groeien de bomen minder, en leveren ze kleine kersen met een slechte smaak. Boeren in de streek rond Sint-Truiden moeten hun traditionele hoogstammen vervangen door laagstammen. Dit vormt dan weer een teleurstelling voor de hordes toeristen die van de kersenbloei komen genieten. Een tweede anekdote betreft de geschiedenis van de stichting van de Amerikaanse staat Pennsylvania. William Penn sloot in de zeventiende eeuw een verdrag met Tamanend, het opperhoofd van de Lenape Turtle Clan. Onder een oude olm tekenden ze hun pact. Toen deze boom eind negentiende eeuw omwaaide, kreeg het hout van de boom mythische kwaliteiten toebedeeld. Er werden kistjes van gemaakt, acht stuks, en minstens twee stoelen, die als ware relieken werden vereerd. De derde anekdote gaat over het ritueel van de amish om, bij de bouw van een nieuwe schuur, de eigen naam op houten deuvels te schrijven die men voor de constructie gebruikt. Het vreemde is volgens de kunstenaar dat dit bijna paganistische inwijdingsritueel – men gelooft dat het hout magische krachten bezit — moeilijk valt te rijmen met de conservatieve, protestantse aard van de amish.

Uit die anekdotes leidde Bosmans zowat de hele tentoonstelling af. Op een soort ereschavot, bekleed met tweed, waren paneeltjes uitgestald die enigszins zoals wapenschilden zijn opgedeeld in compartimenten. Ze bevatten eenvoudige motieven die naar de drie verhaaltjes verwijzen. Boomstronken, kersen, schildpadden, zilveren bollen en de amishfamilie Miller zijn onder de handen van Bosmans veranderd in licht naïeve, heraldische tekens, die doen denken aan de zelf geproduceerde familiewapens op het einde van de negentiende eeuw. Voorts presenteerde hij drie schildpadschilden met drie zilveren bollen, geleend uit het familiewapen van Penn. Ze lagen verspreid in de ruimte van PAKT, tussen andere objecten: acht gestapelde houtblokken en twee teakhouten tuinstoelen, zo uit het tuincentrum. De houtblokken en de armatuur van de stoelen legde hij in met stukjes hout van de zieke, door het virus aangetaste kerselaar. Zo werd de geschiedenis van Penns boom met de anekdote over zieke kersenbomen verbonden. Daarbovenop werden alledrie anekdotes nog eens verknoopt in een verhoogd stuk vloer waarop een lijnenspel was aangebracht dat aan de markeringen op sportvelden deed denken, maar in werkelijkheid gebaseerd was op geabstraheerde tekeningen van de Little Cherry Disease, en de familiewapens van Penn en de familie Miller. Tot slot bood de kunstenaar met een abstract-geometrisch lijnenspel op de muur alsnog een oplossing voor het probleem van de kersenboombesmetting. Hoe verder van elkaar, hoe veiliger de bomen zijn, zo redeneerde hij. Het lijnenspel kan met een zakelijke bril worden bekeken – de afstand geeft de kans op besmettingsgevaar aan – maar is ook prachtig efemeer uitgevoerd.

Op het eerste zicht vormen Bosmans' fascinaties de lijm die al deze anekdotiek samenbrengt, maar bij nader inzien hebben de uiteenlopende verhaallijnen ook een 'grotere' thematiek gemeen: hout als beladen drager van culturele betekenissen, als drager van mythische en paganistische krachten, maar ook van sociale en economische uitwisseling. Daarbij ontpopt Bosmans zich als een klassieke conceptueel in een hedendaags jasje: hij vertaalt gegevens en data in conceptuele abstracties, maar zijn thematiek van de geglobaliseerde wereld is eigentijds, net als zijn invulling van de rol van de kunstenaar, die de ene keer als onderzoeker, dan weer als geschiedkundige en bij tijd en wijle ook als sjamaan optreedt.

Alles in PAKT daagde uit tot ontrafelen, maar voor je het weet, zoek je er meer in dan de kunstenaar bedoelde. Want waarom tweed, en waarom zijn die acht blokken eigenlijk van eikenhout en niet van olm? Niet elke keuze blijkt een strikte rol en betekenis te hebben. Op dat punt knaagt er iets: de nadruk op die drie, uiterst specifieke anekdotes schept bijna de verplichting om niets aan het toeval over te laten. Als bijna alle materialen en objecten betekenisvol zijn en naar specifieke details in de gekozen verhalen verwijzen, waarom sommige dan weer niet? Wat dat betreft is Bosmans toch vooral tovenaarsleerling, eerder dan meester van zijn eigen universum.

 

• Kasper Bosmans, Little Cherry Virus, Not Making Sense as Something Else VI, 21 november – 20 december, PAKT, Zeeburgerpad 53, Amsterdam (info@pakt.nu; www.pakt.nu).

• Van 14 januari tot 28 februari stelt Kasper Bosmans tentoon in De Centrale, Sint-Katelijneplein, 1000 Brussel (02/279.64.35; centrale-art.be).