Anna van Gerve

DE WITTE RAAF

Editie 179 januari-februari 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Work Home Apart Together: wonen en werken in Amsterdam door de eeuwen heen

Het voormalige hoofdkantoor van de ING-bank, een van de gezichtsbepalende gebouwen aan de Zuidas in Amsterdam, is een nieuw leven begonnen onder de naam ‘Infinity’. Over een paar jaar zal 18.000 vierkante meter vloeroppervlakte verhuurd zijn aan verschillende bedrijven en organisaties. Op de begane grond wordt hard gewerkt aan een publieke koffiebar en vergaderruimtes, op de derde verdieping wordt een business- en conferentiecentrum ingericht en op de zesde verdieping komt een restaurant. Voorlopig staat het grootste deel van dit enorme glazen gebouw echter nog leeg. Er is slechts een handvol portiers en bouwvakkers te vinden. Maar op de achtste etage, met uitkijk over de A10 en de hoogbouw van de Zuidas, leeft al iets van het bruisende centrum dat Infinity hoopt te worden. De verdieping is omgebouwd tot een tijdelijk museum, waar op dit moment een expositie te zien is over de geschiedenis van wonen en werken in Amsterdam.

Door de jaren heen zijn twee van de belangrijkste activiteiten in het leven, wonen en werken, steeds verder uit elkaar komen te liggen. Waar tot diep in de negentiende eeuw vaak aan huis of op loopafstand werd gewerkt, hebben de massamobilisering en stijgende welvaart er vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw voor gezorgd dat forensenstromen een dagelijks verschijnsel zijn geworden. Gemiddeld reizen mensen voor hun werk zo’n vijf kwartier per dag.

De expositie WHAT? Work Home Apart Together, samengesteld door ARCAM (Architectuurcentrum Amsterdam) en architectuurhistoricus Fred Feddes, speelt in op een nieuw verschijnsel, namelijk dat steeds meer mensen wonen en werken weer dichter bij elkaar willen brengen. Deze behoefte is niet alleen ontstaan door irritatie over files en het verlangen naar een duurzamer leven, maar ook door het feit dat er, zeker in een stad als Amsterdam, steeds meer zzp’ers (zelfstandigen zonder personeel) zijn. Aan de hand van thema’s als het ambachtshuis, de dienstwoning en het collectief laat WHAT? een rijke geschiedenis aan woon-werkvormen zien die inspirerend kunnen zijn voor de toekomst. Bovendien wordt deze geschiedenis in een grotere, stedelijke context geplaatst.

Tot diep in de negentiende eeuw was Amsterdam nog een kleinschalige stad waar artsen praktijk aan huis hielden, winkeliers bij hun winkels woonden en een schoolgebouw standaard voorzien was van een onderwijzerswoning. Vanaf begin twintigste eeuw veranderde Amsterdam in een planmatige stad waar een ver doorgevoerde ruimtelijke scheiding van wonen en werken de standaard was. Inmiddels is de stad met Purmerend, Haarlemmermeer en Almere uitgegroeid tot een metropoolregio waarin wonen en werken zich over een nog groter oppervlak hebben verspreid.

Bijzonder aan de expositie is dat ze de bezoeker een nieuw, levendig en gelaagd beeld van de stad Amsterdam geeft. Het toont hoezeer de wijze waarop mensen hun woon-werksituatie vormgeven, het karakter en de opbouw van de stad bepalen. En andersom, hoezeer ideeën over de stad en hoe idealiter geleefd wordt in de loop van de geschiedenis hun uitwerking hebben gehad op de manier waarop werk een plek in dit grotere geheel kreeg. WHAT? laat bijvoorbeeld zien dat het in het verleden heel normaal was dat veel mensen in groepsverband woonden en werkten. In de Middeleeuwen nam het klooster een belangrijke plek in de samenleving in. (De sporen van deze woon-werkvorm zijn in Amsterdam nog altijd aanwezig in de vorm van het Binnengasthuis en de Oudemanhuispoort, die beide al lang een andere bestemming hebben gekregen.) In de jaren zeventig gaf de krakersbeweging een nieuwe, seculiere impuls aan het collectieve wonen. En ook nu duikt de gemeenschappelijke woon-werksituatie weer op, in de vorm van broedplaatsen.

De expositie maakt de geschiedenis tastbaar door tal van verhalen te tonen die achter de gevels van Amsterdam verborgen liggen. Zo woonden er tot 1980 intern nonnen in het Onze-Lieve-Vrouwegasthuis, bestaat er sinds 2015 een klooster in de Kleiburgflat in de Bijlmermeer en was het directiekantoor van het Rijksmuseum ooit een directeurswoning. Dit alles wordt rijkelijk geïllustreerd aan de hand van maquettes van woningen en wijken, fotomateriaal, historische kaarten en documenten uit het Stadsarchief, en infographics van het Planbureau voor de Leefomgeving.

Het oude hoofdkantoor van de ING-bank aan de Zuidas is de perfecte locatie voor een dergelijke expositie. De Zuidas is een plek waar op vernieuwende wijze wordt gewoond en gewerkt. Zowel op wijk- als gebouwniveau wordt gestreefd naar functiemenging. De geschiedenis en de toekomst van de Zuidas hebben een plek gekregen in een kleine presentatie vol beeldmateriaal en maquettes. Als toegift is er nog een expositie te bekijken over het werk van het Amsterdamse architectenbureau MVSA Architects, dat het voormalige ING-hoofdkantoor ontwierp met de thema’s transparantie, innovatie en milieuvriendelijkheid als leidraad. Het feit dat zowel de geschiedenis van wonen en werken en van de Zuidas, als het werk van MVSA Architects belicht worden, maakt wel dat de informatiedichtheid van de expositie behoorlijk aan de hoge kant is. Dit neemt niet weg dat WHAT? inspirerende voorbeelden geeft die een nieuw licht werpen op de ruimtelijke verhouding tussen wonen en werken, in het verleden en het heden.

 

WHAT? Work Home Apart Together, tot 13 maart in Infinity, Amstelveenseweg 500, 1081 KL Amsterdam (020/620.48.78; arcam.nl).