Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 179 januari-februari 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

William Cobbing, Rosie Cooper (red.). Boooook, The Life and Work of Bob Cobbing. London: Occasional Papers, 2015. 208 blz. 146 afb. ISBN 978-0-9929039-5-4

Sinds jaren publiceert de Londense uitgeverij Occasional Papers monografieën over kunstenaars uit de underground van de Britse kunstwereld in de tweede helft van de twintigste eeuw. Na boeken over John Latham, Dom Sylvester Houédard, Adrian Henri en Roger Ackling is nu een monografie verschenen over Bob Cobbing (1920-2002), een concrete dichter die zich ook aan het klankgedicht waagde. De redacteurs stellen in hun inleiding dat het boek niet zozeer als een monografie, maar als een eerste verkenning van het nagelaten archief is bedoeld. Het bevat dan ook veel reproducties van brieven, drukwerk, gelegenheidsfoto’s, boeken, manifesten en posters. Dit diverse materiaal illustreert niet alleen dat Bob Cobbing een zoekende kunstenaar was, maar dat hij ook als organisator, uitgever en bezieler van vele groepsprojecten optrad. Zijn grillige loopbaan is moeilijk onder een noemer te vatten. Het boek is dan ook opgevat als een ‘grabbelton’. De kijker/lezer krijgt geen duidelijk leestraject voorgeschoteld, maar wordt uitgenodigd om te snuffelen in een reeks documenten, die af en toe onderbroken worden door korte teksten of interviews. Tris Vonna-Michell en Marc Matter leverden een artistieke bijdrage, terwijl Will Holder een onderdeel van het archief inventariseerde en annoteerde. Onlangs zijn de uitgevers van Occasional Papers, Antony Hudek en Sara De Bondt, verhuisd naar Antwerpen. Misschien laten ze zich verleiden om de Belgische of Nederlandse subculturen van de jaren zestig te onderzoeken?

 

Etienne Van den Bergh, Lies Daenen (red.). Luc Coeckelberghs. AB-I. Gent: AsaMer, 2015. 278 blz. ISBN 978-94-9177-561-1

Om het werk van Luc Coeckelberghs (°1953) te begrijpen is het nuttig om eerst naar het oeuvre van Dan Van Severen (1927-2009) te kijken. Van Severen herleidde zijn beeldtaal tot de grootste eenvoud van lijn en geometrische vorm. Dat leidde uiteindelijk tot een lineair kruis (in potlood, houtskool of etstechniek) op een witte ondergrond. Vanuit zijn fascinatie voor deze ‘simpele’ geometrie ontwikkelt Luc Coeckelberghs werk dat kleurrijker en tactiel is, en dikwijls ook ruimtelijk. In een interview met Etienne Van den Bergh stelt hij dat hij blijft zoeken naar wat het begrip ’ruimte’ zou kunnen betekenen binnen de context van de beeldende kunst. Coeckelbergs vertaalt het strikte idioom van de geometrie in schilderijen, tekeningen, sculpturen, installaties en recent ook in werken met gekleurd licht. Het boek Luc Coeckelberghs. AB-I toont een overzicht van zijn werk en bevat teksten van een zevental auteurs onder wie Frank Maes, Dirk Snauwaert en Etienne Van den Bergh. Het opent met 25 pagina’s vol kleine reproducties van Coeckelberghs’ werken, die verderop in het boek op groot formaat worden hernomen. Na deze visuele introductie volgen de geïllustreerde essays en beeldreeksen elkaar op. De vierkoppige ontwerpploeg (waaronder Luc Coeckelberghs zelf) koos ervoor om alle afbeeldingen te reproduceren met een jaartal en een referentienummer dat verwijst naar een lijst met bijschriften achteraan het boek. Het voordeel is dat de werken neutraal kunnen bekeken worden, maar het navigeren tussen de beelden en de lijst is onhandig. Aan de lijst met onderschriften gaat een geannoteerde lijst van alle tentoonstellingen van Coeckelberghs vooraf. Het boek eindigt zoals het begint: met afbeeldingen – in dit geval dertig paginagroot afgedrukte reproducties van details van schilderijen. Het boek probeert de klassieke regels van het kunstboek te doorbreken en dat leidt tot een levendig resultaat, maar gaat soms ten koste van de helderheid. Ik ben trouwens nog steeds op zoek naar de betekenis van de enigmatische titel van het boek. 

 

Antoon Melissen. Jan Schoonhoven. Rotterdam: nai010 uitgevers, 2015. 192 blz. 237 afb. ISBN 978-94-6208-249-6

Het laatste jaar stond het werk van Jan Schoonhoven (Delft, 1914-1994) flink in de belangstelling. Zo vond er een tentoonstelling van zijn werk plaats bij David Zwirner in New York en ook in de grote tentoonstelling over ZERO, die zowel in de VS als in Europa te zien was, kwam Schoonhoven goed aan bod. Schoonhoven was samen met Armando, Henk Peeters en Jan Hendrikse lid van de Nederlandse Nul-beweging. Nadat die in 1966 ophield te bestaan, bleef de belangstelling voor zijn werk groeien. Nu loopt nog tot 14 februari 2016 een overzichtstentoonstelling van zijn werk in het Stedelijk Museum Schiedam, waar deze nieuwe monografie werd voorgesteld. De auteur Antoon Melissen is momenteel een van de belangrijkste onderzoekers van de internationale ZERO- en de Nederlandse Nul-beweging, en deze nieuwe monografie is wellicht het meest volledige overzicht van Schoonhovens werk dat beschikbaar is. In vijf hoofdstukken behandelt Melissen op chronologische wijze het leven, het werk en de carrière van de Delftse kunstenaar. Naast vele reproducties bevat het boek ook afbeeldingen van documenten, tijdschriften en boeken. De monografie sluit af met een reeks korte kunstenaarsteksten en een overzicht van Schoonhovens tentoonstellingen van 1938 tot 1993. Jammer is dat een bibliografie ontbreekt. Het boek oogt aantrekkelijk omdat het dezelfde verhoudingen heeft als het werk (R62-14, 1962) dat de kaft siert, waardoor het er als een paneeltje van Schoonhoven gaat uitzien. De vormgevers kozen ervoor om de teksten van Antoon Melissen te drukken in een zachte, grijze tint (in plaats van het gebruikelijke zwart) en gebruikten hiervoor een schreefloos lettertype. Daar ben ik dan weer minder enthousiast over.

 

Gerhard Richter. Birkenau. Köln: Verlag der Buchhandlung Walther König, 2015. 144 blz. 93 afb. ISBN 978-3-86335-775-7

In het Albertinum in Dresden is sinds februari 2015 het werk Abstrakte Bilder (937/1–4) uit 2014 van Gerhard Richter te zien. Het bestaat uit vier schilderijen gebaseerd op evenveel foto’s die in 1944 door een krijgsgevangene in Birkenau (ook bekend als Auschwitz II) werden genomen. Het is op deze plek dat meer dan een miljoen joden en andere gedeporteerden tijdens de Tweede Wereldoorlog vergast en gecremeerd werden. Die foto’s heeft Richter tot abstracte schilderijen verwerkt door – naar eigen zeggen – de foto's eerst na te schilderen en die figuratieve beelden vervolgens onder abstracte verflagen te laten verdwijnen. Wat we zien, zijn kleurpartijen in rood, roodbruin, violet en groen, en veel zwart, wit en grijs in alle mogelijke schakeringen. Voor zijn nieuwste kunstenaarsboek Birkenau liet Richter van dit vierluik honderden detailfoto's nemen waarvan hij er 93 uitkoos. Deze selectie verdeelde hij in 29 kleinere reeksen van één tot negen foto’s. Ze zijn in het boek aflopend afgedrukt (zonder witte marge) zodat de groepjes hechte beeldreeksen vormen, die telkens onderbroken worden door een witte pagina. Deze schikking doet een nieuwe kijk op het werk ontstaan, gebaseerd op de onderlinge confrontatie van de verschillende details, de paginasequentie en de kadrering van het fototoestel. De beladen titel van het boek dwingt de kijker om de abstracte details als dramatische miniatuurlandschappen te interpreteren. Afgezien van de titel en een kort colofon bevat de publicatie geen letter tekst.