Laure Dhooge

DE WITTE RAAF

Editie 180 maart-april 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Congres 'Kunst & Stad'

De 'Klasse van de Kunsten' van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB) ging afgelopen jaar van start met het Denkersprogramma 'Kunst & Geld'. Onder leiding van de Nederlandse schrijver en hoogleraar Cees Hamelink werden in dat kader (op 2 en 8 juni 2015) debatten georganiseerd met de verschillende stakeholders – kunstenaars, beleidsmakers, sponsors, verzamelaars, curatoren – en een eerste congres onder de titel Naar een duurzaam kunstenlandschap (25 september 2015). Een tweede congres rond Kunst & Stad was gepland voor eind november 2015, maar moest vanwege de verhoging van het terreurniveau worden uitgesteld. Het vond uiteindelijk plaats op zaterdag 27 februari jongstleden.

Sven Gatz, Vlaams minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel, zette in zijn openingsrede het fundamentele belang van de stad als voedingsbodem voor cultuur uiteen. Gatz benadrukte de nood aan diversiteit binnen de kunsten en het belang van een duurzaam kunstenaarslandschap in tijden van besparingen.

Het eerste deel van het congres focuste op de verhouding tussen kunst en stad in het verleden en het heden. Koenraad Jonckheere (UGent) plaatste het belang van een stedelijke omgeving voor de kunsten in historisch perspectief aan de hand van de casus van Michelangelo's David en de stad Firenze omstreeks 1500 – of wanneer kunst symbool komt te staan voor een stad. De Gentse politicus Sas van Rouveroij van Nieuwaal ging in op de hedendaagse situatie. In de 21e eeuw fungeert cultuur steeds meer als uithangbord voor de stad, aldus Van Rouveroij. Kunst wordt een zaak van citymarketing en krijgt dus onvermijdelijk een mercantiel kantje. Van Rouveroij besloot – opvallend poëtisch – dat cultuur de wereld niet kan redden, maar we zonder cultuur reddeloos verloren zijn.

Tijdens het namiddagprogramma werden toekomstscenario's voor kunst en stadseconomie uitgewerkt. De experts van dienst – kunstenaars (in de brede zin van het woord) als Siegfried De Buck, Katelijne De Corte, Ugo Dehaes, Frederik De Wilde, Lucien Posman en Anne-Mie Van Kerckhoven; stedenbouwkundigen en architecten als Michiel Dehaene, Lionel Devlieger en Pieter Martens; en onderzoekers als Erik Mannens, Maximiliaan Martens, Noël Salazar, Karel Vanhaesebrouck en Bart Verschaffel – werden opgedeeld in drie groepen die elk een denkoefening opzetten. De verhouding van het individu tot het collectief enerzijds, en de relatie tussen particulier en overheid anderzijds vormden het referentiekader waarbinnen de resultaten moesten worden uitgezet en dat als uitgangspunt diende om van gedachten te wisselen over de wenselijke verhoudingen tussen kunst en stad. Belangrijk was het onderscheid dat Bart Verschaffel aanbracht tussen cultuurproductie – als productie van betekenissen – en kunst als een individueel product. Een consensus leverde de oefening niet op. De ene gaf de voorkeur aan een uitgesproken middenpositie waarbij geen enkele van de vier uitersten als wenselijk werd beschouwd, terwijl een andere groep zijn geloof uitte in de stuwende kracht van het individu onder de sturende werking van de overheid. Genoeg voer voor het daaropvolgende debat.

Aan het einde van het congres dienden aanbevelingen te worden geformuleerd. Hamelink merkte daarbij op dat adviezen van experts voor de overheid vaak weinig bruikbaar zijn omdat overheden en wetenschappers een totaal andere werkwijze hanteren. Niettemin uitte hij de wens om in de toekomst multidisciplinaire denkgroepen samen te stellen rond thema's als de veranderende betekenis van de kunsten in de geschiedenis van de mens, de plaats van de kunst binnen het regime van de mensenrechten, de betekenis van kunst en cultuur in een geglobaliseerde 'diasporasamenleving', de rol van kunst binnen stedelijke communicatienetwerken en de impact van de institutionalisering op de culturele sector.

 

• Het congres Kunst & Stad vond plaats op 27 februari in de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten (KVAB), Hertogsstraat 1, 1000 Brussel (02/550.23.23; kvab.be).