Dominic van den Boogerd

DE WITTE RAAF

Editie 180 maart-april 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Roni Horn

Tweeëntwintig jaar na haar tentoonstelling in De Pont Museum keert Roni Horn terug naar Tilburg. De Amerikaanse kunstenaar is inmiddels uitgegroeid tot een internationale ster, met eervolle exposities in het Whitney Museum, het Centre Pompidou en Tate Modern op haar naam. De Pont, dat de lovenswaardige gewoonte heeft kunstenaars meer dan eens voor een tentoonstelling uit te nodigen (denk aan Tacita Dean, Fiona Tan, Anish Kapoor, Robert Zandvliet, Anton Henning, Toon Verhoef, David Claerbout), toont ditmaal hoofdzakelijk werken uit de afgelopen twintig jaar, waaronder fotoseries, zeefdrukken, collages en gloednieuwe sculpturen van glas. Daarnaast zijn ook enkele vroege tekeningen uit de jaren tachtig te zien.

Het eerste werk dat je tegenkomt, leent zich perfect voor een hernieuwde kennismaking. Op een vijfenzestig meter lange wand, geplaatst tegenover de zogenaamde wolhokken van de voormalige textielfabriek, hangen dertig portretten van de kunstenaar, gegroepeerd in vijftien paren (aka, 2008-2009). We zien Horn in verschillende fasen van haar leven, van de kleine peuter eind jaren vijftig tot de kortgeknipte, wat mannelijk ogende vrouw die zij nu is. De duo’s zijn zorgvuldig samengesteld. Poses spiegelen elkaar, nodigen uit tot vergelijkingen. Het bedachtzaam starende kind heeft precies dezelfde blik in de ogen als de ietwat vermoeid kijkende volwassene, maar het onderscheid tussen de pafferige wangetjes van de een en het scherp gesneden gelaat van de ander kan niet groter zijn. Van de verlegen adolescent met warrig haar tot de zelfverzekerde New Yorkse met zonnebril – het is dezelfde persoon, maar ze oogt telkens anders. Op zichzelf is dat niet opzienbarend. Dat het leven haar gezicht getekend heeft, kan evenmin een verrassing zijn. Toch blijft de eindeloze variëteit in uiterlijk verbazen en roept ze vragen op over het androgyne karakter van de geportretteerde. Identiteit is volgens Horn vloeibaar, veranderlijk, niet feminien óf masculien, maar beide. De titel, een afkorting van ‘also known as’, onderstreept dat. Elders in de tentoonstelling lopen de woorden ‘also known as’ als een dierbaar mantra over een reeks van twaalf aan elkaar geschakelde tekeningen (Alias Frieze, 2011).

Met aka worden meteen de belangrijkste thema’s in deze tentoonstelling aangestipt: eigenheid, de dunne scheidslijn tussen gelijkheid en onderscheid, alsook de voorkeur van de kunstenaar voor koppelen, spiegelen en verdubbelen, voor duplicaten en series. Neem Portrait of an Image (with Isabelle Huppert) (2005). Het werk is samengesteld uit vijftig foto’s waarin actrice Isabelle Huppert haar belangrijkste filmrollen nog eens naspeelt, ditmaal zonder make-up. De portretten zijn verschillend, maar sommige lijken zoveel op elkaar dat ze identiek schijnen. Huppert, gewend om niet zichzelf te zijn maar een personage te spelen, kan onze vorsende blik slechts spiegelen. Enkele zaaltjes verder sta je plotseling opnieuw oog in oog met de Franse filmster, wederom in vijftigvoud. De verdubbeling doet je even twijfelen: dit hebben we toch al eerder gezien? Het effect is intentioneel. Horn mag graag in herhaling vallen, opdat we beter opletten, zorgvuldiger kijken.

This is Me, This is You (1998-2000) bestaat uit 98 portretfoto’s van Roni Horns kleine nichtje. Sommige lijken griezelig veel op Horns eigen jeugdfoto’s. Misschien zien we hier een glimp van het raadsel dat DNA heet, de onmiskenbare gelijkenis tussen verschillende leden van dezelfde familie. De foto’s hangen in twee groepen tegenover elkaar, zodat ze niet in één oogopslag zijn te overzien. Zij lijken hetzelfde, maar zijn net een tikje anders – bijvoorbeeld omdat de ene foto een fractie later is gemaakt dan de ander. Als in een tenniswedstrijd kijk je van links naar rechts, van rechts naar links, en ondertussen verandert de wereld ongemerkt van aangezicht.

IJsland is de bakermat van een deel van dit oeuvre. De kunstenaar verblijft er regelmatig, herkent iets van zichzelf in het ruige natuurlandschap: ze heeft iets met warmwaterbronnen, stomende geisers en glinsterende gletsjers. Tekeningen als Lavaland en Island, Island zijn gemaakt op oude landkaarten die zijn versneden, gedraaid, gespiegeld en verdubbeld, zodat ze nieuwe, onbekende werelden vormen. Horn heeft er pijlen en cijfers op getekend, alsof zij de weersomstandigheden van dit terra incognita in kaart heeft willen brengen.

Enkele vroege tekeningen tonen door maanlicht beschenen lettertjes tegen een nachtelijke hemel. Droge feiten krijgen daardoor een vreemde resonantie. Een vaststelling als ‘Franz Kafka did not like teeth, fur, children, flowers, medicine, music and heavy furniture’ blijft ongewenst hangen en kruipt onder de huid (Franz Kafka Did Not Like, 1985). A Social History of Mushrooms #1 (1984) daarentegen werkt op de lachspieren. De serie Hack Wit uit 2014 bestaat uit collages. Letters, geschilderd met waterverf, zijn versneden tot talrijke snippers die vervolgens weer zijn samengevoegd – ze zien eruit zoals een stotteraar klinkt. De verhakte letters vormen verhaspelde spreuken. Standaarduitdrukkingen als ‘chasing rainbows’ en ‘a fools paradise’ raken vermengd in A fools rainbow chasing paradise (2014). De betekenis van de woorden raakt reddeloos verstrikt in een spinnenweb van snippers.

Na deze reeksen van tekeningen en fotoseries in de kleine kabinetten, volgt de laatste ruimte van de expositie, die zich uitstrekt als een weidse vlakte. Er staan tien cilindrische sculpturen van massief glas, die als vanzelfsprekend deel uitmaken van de omgeving – alsof ze hier altijd hebben gestaan. Ze zijn uitgekiend gepositioneerd – zoals overigens de enscenering van de gehele tentoonstelling uiterst afgewogen is. De zacht glanzende beelden zijn kobaltblauw, duifgrijs, zachtroze, frisgroen. Aan de onderzijde lijken zij door de weerkaatsing van het licht te gloeien, wat een feeëriek effect geeft. Reusachtige ijsklonten lijken het, afkomstig uit een ijzig stille poolvlakte. Na de vluchtigheid van een gezichtsuitdrukking, na de veroudering die het leven beheerst, zijn we aanbeland op een veel grotere tijdschaal, de geologische tijd van gletsjervorming. De potsierlijke titels met lange citaten uit poëtische geschriften heb je niet nodig om de sublieme kracht van deze wonderlijke beelden te ervaren. Roni Horn mag een dagje ouder zijn geworden, haar sculptuur nadert een tijdloze schoonheid.

 

Roni Horn, tot 29 mei in De Pont Museum, Wilhelminapark 1, 5041 Tilburg (013/543.83.00; depont.nl).