Leen Bedaux

DE WITTE RAAF

Editie 180 maart-april 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Hans de Vries. Works 1968-1975 in Kunstverein Amsterdam

In 2009 ging Kunstverein van start met performances en tentoonstellingen in het huis van kunstenaar Germaine Kruip aan de Ruyschstraat te Amsterdam. Geïnspireerd door het Duitse model van de Kunstverein, vormde de organisatie een ontmoetingsplek voor kunstenaars, kunststudenten, critici, curatoren, verzamelaars en publiek. Het Amsterdamse Kunstverein is grotendeels zelfbedruipend: kleine en grotere financiële bijdragen van de leden worden aangevuld met een bescheiden overheidssubsidie.

Inmiddels is de organisatie gevestigd in de Gerard Doustraat in Amsterdam, in het hartje van de Pijp, een van de populairste woon- en uitgaanswijken van Amsterdam. De voorste ruimte vormt een permanente tentoonstellingsplek, in de achterruimte is er een kleine bar en vinden op donderdag- en vrijdagavonden activiteiten plaats. De hippe omgeving staat in schril contrast met het introspectieve karakter van de huidige presentatie. Het werk van Hans de Vries (°1947) uit de vroege jaren zeventig gaat over de relatie van de mens tot zijn ‘natuurlijke’ habitat, en getuigt van een houding die je romantisch zou kunnen noemen. In een 'gegentrificeerde' stadswijk als de Pijp komt dat des te sterker tot uiting.

De tentoonstelling is samengesteld door medeoprichter van Kunstverein Krist Gruijthuijsen en past binnen het project Archiving Disappearance over succesvolle kunstenaars die besluiten te stoppen met hun kunstproductie om buiten de kunstcontext in dezelfde geest activiteiten te ontplooien. Gruijthuijsen houdt zich bezig met de vraag of het überhaupt mogelijk is om een kunstenaarschap stop te zetten, en of dit einde niet juist het ultieme kunstwerk is: de radicale verzoening van kunst en leven. Hij kwam terecht bij De Vries via het werk On Becoming Something Else (2009) van de Amerikaanse kunstenaar Ben Kinmont waarmee hij eerder heeft samengewerkt in Kunstverein. Deze liet verschillende chef-koks recepten uitdenken op basis van werk van zeven kunstenaars – waaronder De Vries – die hun activiteiten buiten het domein van de kunst verlegd hadden. Het is de eerste overzichtstentoonstelling waarbij De Vries betrokken is sinds hij aan het einde van de jaren zeventig uit de kunstwereld stapte om zich volledig op zijn agrarisch bedrijf te richten.

De Vries wordt over het algemeen geplaatst in de traditie van de 'micro-emotive art', alhoewel hij niet deelnam aan de gelijknamige groepstentoonstelling in de Galerie Riekje Swart in 1969. In 1971 deed hij wel mee aan de tentoonstelling Binnen en buiten het kader in het Stedelijk Museum in Amsterdam en aan de legendarische manifestatie Sonsbeek buiten de perken. Met zijn projecten sloot De Vries vooral aan bij kunstenaars die op de groeiende verstedelijking reageerden door hun voorliefde voor het platteland te etaleren, zoals Ben d’Armagnac en Gerrit Dekker. Hij had echter geen contact met hen. Evenals deze kunstenaars stelde De Vries tentoon in destijds toonaangevende expositieruimtes als Galerie Mickery in Loendersloot, De Waag in Almelo, het Goethe Instituut in Amsterdam en The Fruit Market in Edinburgh.

In zijn werken deed De Vries nuchter verslag van zijn dagelijkse omgang met de natuur. Minuscule situaties legde hij vast in korte handgeschreven of getypte beschrijvingen. Een citaat uit de publicatie handelingen door weersomstandigheden, een jaar rond (1969): ‘de waterleiding naar buiten, het kippenhok en de w.c. afgetapt, de buizen toegedekt’. Of nog: ‘na de eerste vorst boerenkool gegeten’ – naast deze notitie krijgen we de betreffende situatie op een zwart-witfoto te zien. Met zijn obsessieve drang om verslag uit te brengen van zijn dagelijks leven, gaf De Vries blijk van een ecologisch geïnspireerde affiniteit met de natuur.

Een academie of kunstschool heeft De Vries nooit bezocht. Hij zag het nut van een scholing tot kunstenaar niet in. In plaats daarvan studeerde hij aan de landbouwschool. Op het vlak van biologisch-dynamische landbouw ging De Vries dan ook professioneel te werk – hij was trouwens lid van de vereniging tot bevordering van biologisch-dynamische landbouw. Zijn film De koeien en pinken van boer Kremer (1971), gemaakt voor de manifestatie Sonsbeek buiten de perken, is tekenend voor zijn weifelende houding ten opzichte van de kunstenaarspraktijk. Het betreft een filmopname van koeien die uit hun stal huppelen. De film ging destijds vergezeld van een vel papier met een getypte tekst waarop een biologisch-dynamisch weidegebruikersplan staat beschreven ten behoeve van ecologische bedrijfsvoering.

In een recent interview met Gruijthuijsen vertelt De Vries onomwonden dat hij zich nooit echt met kunst heeft beziggehouden. Dit maakt zijn kunstenaarspositie ondoorgrondelijk en relativeert in zekere zin het belang van het einde van zijn kunstenaarschap. De basishypothese van Archiving Disappearance – dat het einde van het kunstenaarschap een ultieme vorm van (met het leven verzoende) kunst is – kan aan de hand van het werk van De Vries dan ook niet echt expliciet worden gemaakt, als dat al de bedoeling zou zijn geweest.

De tentoonstelling in Kunstverein doet overigens geen specifieke uitspraken in die richting; de presentatie oogt als een klassieke archieftentoonstelling. In een ruimtevullende en L-vormige vitrinetafel liggen documenten, artikelen en kunstenaarsboeken – met De geschiedenis van de citroengeranium (1973) en ’t Dooiebeestenboek (1973) als bekendste. Op een van de uiteindes van de tafel is een monitor gezet waarop De Vries' bijdrage aan Sonsbeek buiten de perken te zien is – een van de hoogtepunten uit zijn relatief korte kunstenaarscarrière. Hier kan je Gruijthuijsens vraagstelling nog het duidelijkst herkennen: kan het werk De koeien en pinken van boer Kremer gezien worden als bewijs voor een succesvolle kunstenaarspraktijk of is deze opname van bevrijde koeien een pleidooi voor een biologisch-dynamische levensvorm?

De medewerkers van Kunstverein weten de bezoeker op een pikant detail te attenderen. Het blijkt dat de kunstenaar in zijn carrière nog een zijstapje maakte: hij solliciteerde als brugwachter. Bij het concept van een niet gerealiseerde film over de 'verstilling van de tijd' voegde De Vries zowel de vacaturetekst als de afwijzing van zijn sollicitatie toe. Op die manier legde hij een – weliswaar vaag – verband tussen de romantiek die met het werk als brugwachter kan worden verbonden en het droombeeld dat hem voor ogen stond in de film.

 

Hans de Vries. Works 1968-1975, tot 19 maart in Kunstverein, Gerard Doustraat 132, Amsterdam (020/331.32.03; kunstverein.nl).