Maarten Van Den Driessche

DE WITTE RAAF

Editie 180 maart-april 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Het Huis. De Mentor. Het Archief. Christian Kieckens

De monografische tentoonstelling Het Huis. De Mentor. Het Archief. Christian Kieckens – gecureerd door Katrien Vandermarliere, Maarten Lambrechts en de architect zelf – schetst het portret van een man die zijn leven in het teken van de architectuurcultuur heeft geplaatst en die als architect, docent, auteur, en misschien ook als een van de belangrijke woordvoerders van de zogenaamde 'stille generatie', het architectuurdebat decennialang heeft gekleurd. De expositie toont Kieckens ook als iemand die zijn actieve leven met een frenetieke nauwgezetheid heeft gedocumenteerd ('het archief') en de door hem verworven kennis als 'mentor' op een genereuze manier heeft gedeeld. Tegelijk vindt in de tentoonstelling een historiografische operatie plaats die noch in de brochure, noch in de zaalteksten wordt geëxpliciteerd. De expliciete referentie aan de architectuur van het Deutsches Architektur Museum en de stille aanwezigheid van de ontvangende instellingen (het VAi en deSingel) spelen daar een belangrijke rol in.

In de museumzaal werd met tentzeil een replica van Kieckens’ woning uit 1995 te Baardegem gebouwd. Het elementaire, wigvormige volume refereert aan Oswald Mathias Ungers’ Haus im Haus. Ungers was de architect van het Deutsches Architektur Museum uit 1982. In Frankfurt heeft hij in het centrum van een bestaande stadsvilla een archetypisch huis ingevoegd. Net zoals het huis in de scenografie van de tentoonstelling in deSingel, organiseert dit witte, stilzwijgende object de tentoonstellingsruimte van het DAM. Tegelijk functioneert Haus im Haus als een architecturaal tentoonstellingsobject dat een aantal thema’s uit de architectuuropvatting van Ungers expliciteert.

Ook in deSingel legt de replica van het huis aan de ruimte zijn orde op en demonstreert enkele van de ontwerpprincipes die Kieckens in de loop van zijn oeuvre heeft bespeeld: de relatie tussen het object en de plaats waar het zich bevindt, de band tussen grondplan en opstand, de interesse in geometrie, getallenreeksen en perspectief, de lichamelijke presentie van het gebouwde artefact, de verhalende kracht van een ruimtelijke organisatie enzovoort. Het geloof in de autonome taal van de architectuur wordt met dit zwijgzame object nadrukkelijk beleden.

De binnenruimte van het huis is zo goed als leeg gelaten. In de aldus ontstane white cube is een wisselend tentoonstellingsprogramma gepland. In de ruimte rond het volume wordt op een min of meer chronologische manier het levensverhaal van de architect verteld. Op tafels die tegen de zaalwanden zijn geschoven, worden maquettes getoond; erboven hangen foto's en ingekaderde tekeningen. Samen bieden ze een chronologisch en thematisch overzicht van het werk van Christian Kieckens. Tegen de linkerwand wordt de eerste periode van 1974 tot 1995 belicht, toen de architect nauwelijks bouwde. We zien de intrigerende studietekeningen die hij na zijn opleiding maakte en de prille ontwerpvoorstellen en wedstrijdinzendingen. Vooral de nauwgezet gecomponeerde geometrische schema’s van barokkerken en de gevelanalyses van de Aalsterse modernist Antoon Blanckaert spreken tot de verbeelding, omdat ze de toeschouwer dwingen om de minimale architectuur van Kieckens anders te lezen. De inzendingen voor wedstrijdvoorstellen waaraan Kieckens in die periode deelnam, geven dan weer blijk van de grote – en internationale – ambities van de architect. De rechterwand documenteert de periode tussen 1995 en 2016, en staat in het teken van het gebouwde werk, dat geordend is volgens schaalgrootte. Via schaalmodellen, digitale tekeningen (met hier en daar handmatig aangebrachte notities) en de wedstrijdbundels uit Kieckens' archief die op de tafels ter inzage liggen, krijgen we een breed scala aan projecten te zien en wordt duidelijk op welke schaalniveaus de architect werkzaam was – van meubel tot stad.

Een derde luik van de tentoonstelling handelt over Kieckens’ werk als docent en werd in het lage deel van de tentoonstellingszaal opgesteld. Aan de hand van referenties, kernachtig geformuleerde gedachten, enigmatische aforismen, filmaffiches, lezingencycli, maar vooral aan de hand van het studentenwerk, wordt de intellectuele wereld van de 'docent' ontsloten. In deze derde sectie worden de zaalteksten evenwel node gemist – ook in de rest van de tentoonstelling zijn ze al te zuinig aangebracht. Dat gebrek aan informatie valt vooral op omdat de eigen tekeningen en documenten nauwgezet gesigneerd en gelabeld zijn. De tentoonstellingsgids, die in de huisstijl van de Singel is vormgegeven en zich zo buiten de tentoonstelling plaatst, ondervangt dit euvel gedeeltelijk, maar is duidelijk ontoereikend. Annotaties zijn vooral daar nodig waar er veel materiaal samenkomt, heel wat namen worden genoemd en er dus ook heel wat verbanden te leggen zijn: tussen de geprojecteerde citaten en referentiebeelden, de readers met secundaire literatuur die de atelieropdrachten en dus ook het studentenwerk van een referentiekader voorzien, de boeken uit Kieckens’ persoonlijke bibliotheek en de ontwerpbundels in het eerste luik van de tentoonstelling.

De tentoonstelling Het Huis. De Mentor. Het Archief wil meer zijn dan een oeuvreoverzicht. Dat blijkt nog het meest uit de aandacht die, via de replica van het huis, aan de Stichting Architectuur Museum (S/AM) wordt besteed. Deze stichting werd door Christian Kieckens en Marc Dubois in het leven geroepen vanuit een bekommernis voor de architectuurcultuur in Vlaanderen. In 1983 schreven beide initiatiefnemers een prijsvraag uit voor de realisatie van een architectuurmuseum, een project dat echter nooit werkelijkheid werd. Dubois en Kieckens verwezen bij de oprichting van hun ‘papieren’ instelling naar Ungers' Deutsches Architektur Museum, dat toen in aanbouw was en al voor het begin van de bouwwerken naam maakte vanwege het vermelde ‘Haus im Haus’-motief. De ondubbelzinnige referentie aan dit historische project door een van de initiatiefnemers van de nooit gerealiseerde Vlaamse pendant, in de schoot van twee instellingen – het VAi en deSingel – die zich impliciet aan de werking van het DAM spiegelen, brengt de vroegere ambitie van de architect in herinnering. Wordt door het curatorenteam gesuggereerd dat er vandaag in Vlaanderen nog steeds een leemte bestaat, die enkel door een echt architectuurmuseum kan worden gevuld?

 

Het Huis. De Mentor. Het Archief. Christian Kieckens, tot 5 juni 2016 in deSingel, Desguinlei 25, 2018 Antwerpen (03/248.28.28; desingel.be).