Rixt Woudstra

DE WITTE RAAF

Editie 181 mei-juni 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

The Anatomy of the Architectural Book

The Anatomy of the Architectural Book, geschreven door André Tavares, is een boek over architectuurboeken. Met architectuurboeken bedoelt Tavares niet simpelweg alle boeken geschreven over bouwkunst, maar specifiek boeken geschreven door architecten zelf over de theorie en geschiedenis van de architectuur, waarbij het visuele materiaal – architectuurtekeningen, prenten of foto’s – vaak een belangrijke rol speelt. Het vormgeven van een boek over het ontwerp en de structuur van het architectuurboek door de eeuwen heen, is een lastige taak, juist vanwege deze vaak speciale relatie tussen beeld, tekst en vormgeving. Hoe ziet een boek eruit dat vermaarde architectuurboeken zoals Le Corbusiers Vers un architecture (1923) en Siegfried Giedions Befreites Wohnen (1929) analyseert? Tavares, zelf architect met een doctoraat van de Universiteit van Porto en redacteur van het Portugese tijdschrift Jornal Arquitectos, is hier met hulp van de Duitse uitgeverij Lars Müller, gespecialiseerd in architectuurboeken, goed in geslaagd. Vooral bijzonder zijn de vele afbeeldingen van opengeslagen architectuurboeken. De illustraties laten niet alleen de opmaak van de pagina’s van de boeken zien – de plaatsing van de tekeningen of de foto’s in relatie tot de tekst – maar benadrukken ook het boek als object, door bijvoorbeeld de vergeelde pagina’s van Viollet-le-Ducs Dictionnaire (1859) te tonen, de handgeschreven aantekeningen van Gottfried Semper in de proefdruk van zijn boek Der Stil (1862), of de loslatende binding van een kopie van Erich Mendelsohns Structures and Sketches (1924).

Tavares' interessante hypothese is dat er sprake is van een kruisbestuiving tussen het architectuurboek en het gebouw. Volgens Tavares denken architecten vaak op dezelfde manier na over een boek als over een gebouw, en benaderen zij ook boeken als een ruimtelijk object met een zekere structuur en een bepaald narratief. De nadruk ligt in The Anatomy of the Architectural Book dan ook op de druktechniek en de vormgeving van het architectuurboek. Of zoals Tavares schrijft: ‘how they [de architecten] have engaged with the techniques of bookmaking to become book constructors.’

In het eerste deel van het boek gaat Tavares dieper in op dit idee. Het essay Colorful Crossroads: From Paper to the Crystal Palace behandelt de relatie tussen de interesse voor polychromie in architectuur en de ontwikkeling van de chromolithografie, de techniek om afbeeldingen in kleur af te drukken. Tavares richt zijn aandacht op het werk van de Britse architect Owen Jones, die na een in-situstudie van het Alhambra een boek publiceerde over het Moorse paleis, Plans, Elevations, Sections, and Details of the Alhambra (1842-45), en daarbij de prachtige kleuren van de mozaïeken wist weer te geven in kleurenprenten. Een aantal jaar later was Jones verantwoordelijk voor het decoratieve programma van het Crystal Palace in Londen, gebouwd voor de eerste Wereldtentoonstelling in 1851. Onder andere geïnspireerd door de kleurrijke architectuur van het Alhambra, besloot Jones dat al het ijzer van het Crystal Palace in primaire kleuren moest worden geverfd – iets dat vaak vergeten wordt omdat de meeste foto’s van het bekende gebouw zwart-wit zijn. Tavares’ conclusie is echter twijfelachtig; het Crystal Palace zou een voorbeeld zijn van hoe kennis uit een architectuurboek, en een ontwikkeling in de boekdrukkunst invloed hebben gehad op de praktijk – maar is die kennis over het gebruik van kleur niet in eerste instantie verworven in de praktijk, op locatie?

 In het tweede essay, over het pamflet Befreites Wohnen van de Zwitserse architect Siegfried Giedion, wordt dit idee omgedraaid, en probeert Tavares te beargumenteren dat de structuur van Giedions boek gelijkenissen vertoont met het onderwerp dat erin wordt behandeld: de architectuur van het Nieuwe Bouwen. Befreites Wohnen bestaat uit een korte tekst, gevolgd door een foto-essay met zwart-witbeelden die de scherpe contouren en de moderne materialen van de architectuur benadrukken. Terwijl Tavares uitweidt over de invloed van bepaalde cinematografische technieken, en bijvoorbeeld de impact van Sergei Eisensteins montagetechniek op de ordening van het fotografische materiaal bespreekt, blijft echter onduidelijk wat precies de overeenkomsten zijn tussen Giedions boek en de architectuur. Tavares’ vergelijking is hier oppervlakkig en onnauwkeurig: 'The industrial composite nature of modern architecture is shown to have an equivalent in the industrially printed architectural book. Both are products of industry.' Het zegt tevens iets over de problematische kanten van Tavares’ initiële hypothese; kan je twee zo verschillende media als architectuur en het boek wel met elkaar vergelijken? Zijn de gelijkenissen tussen architectuur en architectuurboeken wel zo uniek? Zou een vergelijking van architectuur met kunstenaarsboeken niet dezelfde parallellen opleveren?

De vaagheid van deze vergelijkende oefening blijft Tavares achtervolgen in het tweede deel van het boek. In vijf hoofdstukken bespreekt hij er aan de hand van vele voorbeelden vijf specifieke eigenschappen van het architectuurboek: texture, surface, rhythm, structure en scale. Nergens lijkt Tavares de kern te raken van de uitwisseling tussen het ruimtelijke denken van architecten en het vormgeven van een boek.

Wel indrukwekkend is de reikwijdte van de onderwerpen die Tavares bespreekt. Hij weet feilloos te schakelen tussen uiteenlopende voorbeelden als Andrea Palladio’s I Quattro Libri (1570), Frank Lloyd Wrights Wasmuth Portfolio (1911) of een publicatie van de 18e-eeuwse landschapsarchitect Humphry Repton. Tavares lijkt hierbij het idee van een corpus van architectuurboeken te willen oproepen, en duidelijk te willen maken dat het publiceren van boeken altijd een intrinsiek onderdeel is geweest van het vak. Tegelijkertijd is het ook aan deze weidse blik te wijten dat Tavares’ relaas aan de oppervlakte blijft. De periode die Tavares bestrijkt is niet alleen enorm, al deze boeken zijn ook tot stand gekomen in zeer diverse omstandigheden en gepubliceerd met andere intenties. The Anatomy of the Architectural Book is een gedurfde onderneming, maar een specifiekere focus en scherpere probleemstelling zouden het boek zeker ten goede zijn gekomen.

 

• André Tavares, The Anatomy of the Architectural Book, verscheen in 2016 bij Lars Müller Publishers (i.s.m. Canadian Center for Architecture), Pfingstweidstrasse 6, 8005 Zürich (044/274.37.40; lars-mueller-publishers.com). ISBN 978-3-03778-473-0.