Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 181 mei-juni 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Stephen Bury. Artists’ Books. The Book as a Work of Art 1963-2000. London: Bernard Quaritch Ltd., 2015. 258 blz. 130 afb. ISBN 978-0-9563012-9-1

Over de geschiedenis van het kunstenaarsboek zijn de laatste decennia genoeg publicaties verschenen om een forse boekenplank te vullen. Wanneer nu nog een nieuw boek over dit onderwerp verschijnt, is de vraag niet zozeer welke boeken de auteur presenteert, maar hoe hij naar die boeken kijkt en welke selectiecriteria hij hanteert. Artists’ Books. The Book as a Work of Art 1963-2000 van de Britse auteur Stephen Bury valt op door zijn vierkant formaat en grijze linnen band. Het boek is verdeeld in drie delen, telkens gedrukt op een andere papiersoort. Het eerste deel (23 blz.) bevat zeven korte teksten met titels als Towards a history of artists’ books, Mallarmé and Broodthaers en Women and artists’ books. Opvallend is het tekstje A note on collecting artists’ books dat handelt over het verzamelen en catalogeren van kunstenaarsboeken. Het tweede en grootste deel van het boek bevat 130 afbeeldingen in kleur, telkens voorzien van de naam van de auteur, de titel en het jaar van uitgave. Elke toelichting over de selectie van de boeken en over hun inhoud ontbreekt, waardoor de indruk wordt gewekt dat het slechts om een toevallig samenraapsel gaat. De klassieke kunstenaarsboeken zijn present (zoals die van Ed Ruscha, Dieter Roth, Lawrence Weiner…), maar er zitten ook opvallend veel boeken van bekende en onbekende Britse kunstenaars tussen. Het derde deel ten slotte bevat vijf veeleer encyclopedische bijdragen gespreid over 83 pagina’s. Zo is er een 'bibliography' van kunstenaarsboeken (die uitgebreider is dan de reeks afgebeelde boeken), een ‘chronology’ (waarbij de belangrijkste momenten uit de boekdrukkunst en de geschiedenis van het kunstenaarsboek worden genoemd) en een ‘glossary’ van het boekenjargon. Maar het houdt niet op: er volgt nog een tweede, algemene ‘bibliography’ plus een namenindex van elf bladzijden – en dat terwijl het tekstgedeelte maar 23 pagina's bedraagt! De auteur Stephen Bury was zijn leven lang actief als bibliothecaris en is momenteel Chief Librarian van de Frick Collection in New York. Hij heeft zich ongetwijfeld erg geamuseerd met het opstellen en perfect redigeren van deze 'lijsten'. Inhoudelijk voegt dit veelbelovend ogende en prijzige boek weinig toe aan de bestaande literatuur.

 

Burcu Dogramaci (et al.). Gedruckt und erblättert. Das Fotobuch als Medium ästhetischer Artikulation seit den 1940er Jahren. Köln: Verlag der Buchhandlung Walther König, 2016. 280 blz. 88 afb. ISBN 978-3-86335-906-5

Het initiatief voor deze essaybundel kwam van de Bibliothek Herzog Franz von Bayern am Zentralinstitut für Kunstgeschichte in München. Niet minder dan vijftien auteurs leverden een bijdrage. Deze wetenschappelijke studie focust niet op de ‘mooie’ fotoboeken van Henri Cartier-Bresson, William Klein of Irving Penn, maar onderzoekt het fotoboek als een artistiek uitdrukkingsmiddel in een cultuurhistorische, maatschappelijke en politieke context. Het fotoboek wordt bekeken als onderdeel van een visuele cultuur die zich tot ver buiten de kunst uitstrekt en sporen nalaat in de literatuur, de economie, de politiek, het toerisme en zo meer. Tegelijk wordt ook de beeldredactie en de verhouding tussen beeld en woord geanalyseerd. Dit boek richt zich tot een publiek dat wil nadenken over de recente geschiedenis van de snel veranderende beeldcultuur en de rol die het fotoboek als nieuw medium daarin speelt.

 

Alfred Jarry. Roemruchte daden en opvattingen van doctor Faustroll, patafysicus. Neowetenschappelijke roman. Amsterdam: Uitgeverij Bananafish, 2016. 368 blz. 92 afb. ISBN 978-94-92254-00-9

Het verzameld werk van de uitvinder van de ‘patafysica, de Franse auteur Alfred Jarry (1873-1907), verscheen meer dan dertig jaar geleden in de Pléiade-reeks van uitgeverij Gallimard. De drie volumes van deze uitgave bevatten meer dan 3.500 pagina’s. De bekendste titel uit Jarry's oeuvre is natuurlijk het theaterstuk Ubu roi, maar wie de essentie van de ‘patafysica wil leren kennen, leest best Gestes et opinions du docteur Faustroll, pataphysicien. Reeds tweemaal vertaalde Liesbeth van Nes deze roman van Jarry, maar omdat beide versies te veel ‘waren toegesneden op het Nederlandse publiek’ maakte ze nu een derde vertaling die dichter bij de oorspronkelijke Franse tekst aanleunt. Jarry werkte doelbewust met verwrongen zinnen, verschuivingen en weglatingen, en creëerde daarmee allerlei dubbelzinnigheden. Daarbij komt nog dat hij dikwijls zestiende-eeuwse woorden gebruikte die vervreemdend werken en eenduidige betekenissen ondergraven. Al deze ‘kwaliteiten’ wilde de vertaalster behouden. Het boek dwingt de lezer om traag en alert te lezen. De 140 pagina’s van de roman worden gevolgd door een indrukwekkend notenapparaat van meer dan tweehonderd bladzijden. Wie bereid is om zich bij het lezen van de roman door deze noten te laten begeleiden, komt terecht in het vreemde universum dat Jarry creëerde. Het is een heikele zaak om ‘patafysica te definiëren, maar de bekendste omschrijving luidt dat zij de 'wetenschap van denkbeeldige oplossingen' is, en ze wordt ook wel de 'wetenschap van de uitzondering' genoemd. De 'patafysica is een vorm van humor waarbij ernst een grote rol speelt. Bekende patafysici waren onder anderen Marcel Duchamp, de Marx Brothers en Raymond Queneau. Maar de invloed van de ‘patafysica strekt zich nog verder uit in de 20e eeuw, tot bij Fluxus, Frank Zappa en Panamarenko, hoewel die laatste zich hiervan wellicht niet bewust was. De vormgeving van het boek is eclectisch. Het coverontwerp neigt naar de stijl van de late pop art, de tekst is gezet volgens voorbeelden uit de 19e eeuw en het notenapparaat oogt wetenschappelijk neutraal. Die diversiteit staat de kennismaking met deze vorm van humor echter niet in de weg.

 

Philippe Van Snick. Voyage. Graz / Haarlem: Frans Hals Museum De Hallen / Grazer Kunstverein, 2016. Leporello, 20 blz. 17 cm x 11,2 cm

De Hallen Haarlem en Grazer Kunstverein organiseerden dit voorjaar samen twee complementaire solotentoonstellingen rond het werk van Philippe Van Snick (°1946). In plaats van de obligate catalogus publiceerden deze twee musea een editie in de vorm van een leporello. Vorig jaar bezocht Philippe Van Snick de botanische tuin van Rio de Janeiro. Van de foto’s die hij daar nam selecteerde hij er tien, die in de leporello telkens op de rechterpagina zijn gereproduceerd. Op elke linkerpagina vinden we een monochroom vlak in een kleur uit het tiendelig kleursysteem dat Philippe Van Snick sinds de jaren tachtig toepast (rood, geel, blauw, oranje, paars, groen, zwart, wit, zilver en goud). Over deze tien 'tweeluiken' bracht Van Snick uitgeknipte vlakken aan in blauw en zwart, symbool van de dag en de nacht. Soms zijn deze vlakken geometrisch, soms organisch. Zo ontstaat een ingewikkelde wisselwerking tussen beelden, kleuren en symbolen. De foto’s van de tropische planten contrasteren fel met de monochrome vlakken, terwijl de typische vorm van de leporello het ritme van de dag- en nachtcyclus versterkt. Deze editie biedt een mooie synthese van de zienswijze van Philippe Van Snick. Het kleinood verscheen in een oplage van honderd gesigneerde exemplaren, maar is te koop voor de prijs van een doorsnee kunstboek.