Birgit Cleppe

DE WITTE RAAF

Editie 182 juli-augustus 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Aglaia Konrad. From A to K

Het mag verbazen dat uitgerekend een kleine provinciehoofdstad als Leuven momenteel de setting is voor het zo nauw aan de metropool verbonden werk van Aglaia Konrad. Anderzijds had de Oostenrijkse fotografe in 2013 nog de bescheiden expo Frauenzimmer in STUK en sinds 2003 prijkt haar sculptuur Le Balcon pour les Fumeurs et les Voyeurs aan de blinde gevel van het Provinciehuis. Ook is Museum M een van de weinige museumgebouwen in ons land waar de stad, dankzij de grote raampartijen in de tentoonstellingszalen, nadrukkelijk aanwezig is. Samen met scenograaf Kris Kimpe speelt Konrad hier handig op in. Alle vensters in de tentoonstelling zijn ‘bewerkt’. De uiteenlopende manieren waarop dit gebeurt – een gele kleurfilter, tekst, houten lamellen die het zicht naar buiten verhinderen – lijken Konrads uiteenlopende strategieën te weerspiegelen om onze stedelijke omgeving in haar werk te vangen.

Al bij de hoofdingang is het glas in de voorgevel met twee van haar beelden bedrukt. Tokyo (2010) en Osaka (1994) tonen mensen die respectievelijk vanaf de straat naar een gebouw opkijken en vanuit een gebouw op de stad uitkijken. Dit zorgt voor een prelude op het tweeledige kijkperspectief dat in Konrads tentoonstelling doorschemert. Met werken als Dakar Cuts (2001/2016) of de haast abstracte luchtopnames van Boeing Over (2007) werpt ze een panoramische, afstandelijke blik op stedelijke structuren. Daartegenover staat werk dat de stad van binnenuit in beschouwing neemt. De immersieve installatie China Rushes (2009) toont het rumoerige Chinese straatleven op twintig monitors tegelijk. Met Rückbaukristalle (2016), steenresten van afbraakwerken, reduceert Konrad de stad tot haar elementaire grondstof.

Konrads aandacht gaat niet zozeer naar de talloze sociale contacten die in de stad plaatsvinden. Uit haar werk spreekt voornamelijk een voorliefde voor het 'stenige' van de stad. Ze gaat voortdurend op zoek naar de talloze architecturale verschijningsvormen en schaalniveaus waarin stedelijke vormen zich kunnen manifesteren. De onuitputtelijkheid van deze fenomenologie van de stad heeft Konrad ooit prachtig samengevat in haar publicatie Some Cities (2003-2004), een soort woordenboek met honderden termen die naar het woord ‘city’ verwijzen, gaande van ‘a city’ en ‘amateur city’ over ‘hard-to-define city’ tot ‘zoo city’. Konrad varieert op dit werk in een 'woordenwolk' die op een van de vensters in de tentoonstelling is aangebracht. Via dit soort hernemingen kijkt ze expliciet terug op haar oeuvre. Ook de titel From A to K suggereert zo’n terugblik, al wordt tegelijk duidelijk dat het niet om een retrospectieve gaat, een A to Z, maar slechts om een tussentijdse stand van zaken, bewust onvolledig en onaf. De tentoonstelling is niet zo rigide gestructureerd als het nieuwe kunstenaarsboek Aglaia Konrad. From A to K. Dat verscheen samen met de tentoonstelling onder redactie van Emiliano Battista en Stefaan Vervoort, en is als een alfabetische index opgebouwd. Elke zaal varieert op Konrads fascinatie voor het materiële van de stad: de basiselementen waaruit ze is opgebouwd, haar ambigue verhouding tot natuur en cultuur, haar veelvormigheid en onleesbaarheid.

De eerste zaal – de enige waarin het beeld van de stad Leuven in haar onbewerkte vorm achter het glas verschijnt – omschrijft ze zelf als een lapidarium. Ze presenteert er een reeks ‘bouwstenen’, essentiële bestanddelen van haar werk, als archeologische artefacten. Centraal staat de kartonnen sculptuur Katzenbaum (2016), die het beeld oproept van een boomvormige stenen totem. Aan de muur hangt 6 memo’s for the beloved. System – curiosity – memory – form – display – simplicity (2016), een reeks lithografieën met prenten uit historische publicaties die ze samen met haar partner Willem Oorebeek produceerde. Verder zijn twee stenen platen tegen de muur gezet (Strong remains (2AD), 2013-2014). De werken lijken allemaal restanten, getuigen van een vervlogen verleden. Daarnaast heeft ze ouder materiaal uit haar archief tot installaties verwerkt. Concrete City (2012) is bijvoorbeeld gebaseerd op haar collectie toeristische postkaarten van naoorlogse betonarchitectuur. De presentatie achter glasplaatjes op betonnen sokkeltjes is een reminiscentie in miniatuur aan Lina Bo Bardi’s scenografie met glaspanelen in het São Paulo Museum of Art uit 1968. Ook de vele kunstenaarsboeken die Konrad sinds 1993 publiceerde, zoals Atlas vol. I & II (2000) en Copy Cities (2003/2004), krijgen een prominente plek in het lapidarium.

Het is opmerkelijk hoe Konrad, voornamelijk in de tweede zaal van de tentoonstelling, architectuurklassiekers expliciet op dezelfde lijn plaatst als gevonden vormen van architectuur en stedelijkheid. In haar film Concrete Carrara & Samples III (2010) registreert ze de marmergroeven van Carrara alsof het om stedelijke ruïnes gaat. Ze brengt de rotsmassa op gelijkaardige wijze in beeld – met dezelfde aandacht voor licht, ruimte en compositie – als de betonarchitectuur in films zoals La Scala (2016), over een villa van Vittorio Vigano, en Concrete and Samples I Wotruba Wien (2009), over de brutalistische kerk van Fritz Wotruba. In dezelfde zaal vinden we ook de hoger vermelde Rückbaukristalle (2016). Deze verzameling bouwafval op de vloer vindt haar tegenpool in het werk Full Circle Avebury (2016) aan de overkant van de zaal: een print op een lage tafel die de megalieten van de prehistorische site Avebury als archeologische brokstukken presenteert. De tegenstelling wordt op de spits gedreven in de monumentale mozaïek Shaping Stones (2016) op het einde van de tentoonstelling. Daarin plaatst Konrad beelden van betonarchitectuur, steengroeves en natuurlijke rotsformaties kriskras door elkaar.

De blik van Konrad lijkt analytisch. Toch doet ze de schijnbaar wetenschappelijke objectiviteit van haar beelden voortdurend zelf teniet. Films als La Scala (2016) en Concrete Carrara & Samples III (2010) zijn via een splitscreen in twee licht afwijkende helften verdeeld, wat een eenduidige lezing van het beeld ondergraaft. In de reeks Undecided Frames (2013) speelt een gelijkaardige dubbelzinnigheid. Deze diptieken met tweemaal eenzelfde stedelijke omgeving die net iets anders gekadreerd is, duiken in alle tentoonstellingszalen op. De manipulatie van de leesbaarheid van beelden – en van de stad – is het meest expliciet in de dubbel belichte beelden van de reeks Zweimal belichtet (2016). Konrad presenteert zo de stad als een gelaagde, kaleidoscopische en onbevattelijke realiteit die zich niet in één helder beeld prijsgeeft. Ook Demolition City (1992-2016) thematiseert de gelaagdheid van de stad. De foto’s van afbraakwerken leggen de fysieke bewerkingen op de lagen bloot die het beeld van de stad bepalen. Diezelfde onbevattelijkheid krijgt ook vorm in de Some City-woordenwolk op het raam vlakbij.

Haar oeuvre behandelt ze in deze tentoonstelling op een gelijkaardige manier. From A to K blijkt een voorlopige constellatie van materiaal uit een archief dat voortdurend aan reorganisatie en herwerking onderhevig is. Zelfs titels worden gerecycleerd. Zo is Frauenzimmer (2016) hier een installatie van een besloten houten kamer met een zitbank. In het Duits wordt de term met onkuise, vrijpostige vrouwen geassocieerd. Bij Konrad wordt het, als enige ruimte waar geen venster is, een intieme en beschermde plek. Ze heeft er enkele spiegelende glazen gevelpanelen van de Brusselse Astro Tower, gerecupereerd door het collectief ROTOR, tegen de muur neergezet. Het is een plek waar de zelfreflexieve blik die de hele tentoonstelling kleurt nu ook aan de toeschouwer wordt opgedrongen.

Aan het einde van het tentoonstellingsparcours maakt Konrad plaats voor het groepskunstwerk TOKONOMA, naar een concept van Suchan Kinoshita. Zij schikte er werken van Olivier Foulon, Jörg Franzbecker, Kris Kimpe, Willem Oorebeek, Eran Schaerf, Walter Swennen, Aglaia Konrad en zichzelf langs een diagonale balk zodat een grillige constellatie in de vorm van een visgraat ontstaat. Het ensemble werkt als een postscriptum dat de blik terug naar buiten richt, naar andere kunstenaars, en naar de stad. Tot hij onverhoeds op haar werk Le Balcon pour les Fumeurs et les Voyeurs botst.

 

• Aglaia Konrad, From A to K, tot 18 september in Museum M, Leopold Vanderkelenstraat 28, 3000 Leuven (016/27.29.29; mleuven.be).