Marc Goethals

DE WITTE RAAF

Editie 182 juli-augustus 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nieuwe publicaties

Diana Baldon / Moritz Küng (red.). Heimo Zobernig – Books & Posters. Catalogue raisonné 1980–2015. Malmö: Malmö Konsthall / Köln: Verlag der Buchhandlung Walther König, 2016. 432 blz. 522 afb. ISBN 978-3-86335-945-4

De Oostenrijkse kunstenaar Heimo Zobernig speelde het sinds 1980 klaar om 114 publicaties en 117 posters te realiseren, die zijn tentoonstellingen begeleidden of er een onderdeel van vormden. Op het eerste zicht toont dit abondante drukwerk geen grote samenhang, maar wie het werk van Heimo Zobernig kent, weet dat men best voorbij de directe verschijningsvorm kijkt. Dan ontdekt men bijvoorbeeld dat veel publicaties herhalingen of fragmenten zijn van vroegere uitgaves. Dikwijls neemt Heimo Zobernig de vormgeving over van andere kunstboeken of catalogi. Daarenboven maakt hij voor de vormgeving van zijn boeken meermaals gebruik van gestandaardiseerde formats of (typo)grafische middelen, zoals het A4-formaat of het lettertype Helvetica zonder variaties in de lettergrootte. Als kleur gebruikt hij in dat geval alleen de vier basiskleuren waarmee de drukpersen uitgerust zijn, het zogenaamde CMYK-systeem (cyaan, magenta, yellow en key black). Maar deze grafische reductie leidt niet tot een systeempje. Zobernig vindt steeds een nieuwe invalshoek om zijn oeuvre uit te breiden en de codes van de grafische vormgeving te herdenken. Deze catalogue raisonné biedt voor het eerst de kans om dit complexe drukwerk, met zijn vele interne en externe verwijzingen, op zijn volle waarde te schatten. Zoals zijn kunstwerken soms ingelijfd worden bij het discours van de institutional critique, zo zou men zijn drukwerk publishing critique kunnen noemen. De vormgeving van het boek Heimo Zobernig – Books & Posters. Catalogue raisonné 1980–2015 is helder, wat noodzakelijk was om de complexe inhoud overzichtelijk te houden. De typische grafische reducties verraden meteen dat Heimo Zobernig zelf instond voor het ontwerp. De redactie is uitgekiend en waar nodig verwijzen de annotaties naar elkaar. Naast twee korte, inleidende teksten van de redacteuren bevat dit naslagwerk een opvallend essay van Anja Dorn onder de titel Function and Design in the Books of Heimo Zobernig. Hierin behandelt ze vooral de geschiedenis van het lettertype Helvetica. Ze onderzoekt hoe dit lettertype vanaf de jaren zestig door kunstenaars werd toegepast en hoe Heimo Zobernig zich daartoe verhoudt.

 

Hans-Peter Feldmann. Nur für Privat. Köln: Verlag der Buchhandlung Walther König, 2016. 152 blz. 259 afb. ISBN 978-3-86335-918-8

Het onderwerp van het vrouwelijk lichaam is nooit weggeweest uit de kunstgeschiedenis. Denk aan het kalkstenen beeldje Venus van Willendorf (Oostenrijk), dat minstens 25.000 jaar oud is. Maar het is merkwaardig hoe de erotische blik ‘erodeerde’ in de twintigste eeuw. Picasso versneed het vrouwelijk lichaam tot vlakken, lijnen en hoeken; de expressionisten zetten de uitzonderlijke en soms afstotelijke varianten ervan in de verf. Jean Dubuffet (de Corps de dames) en Willem de Kooning deconstrueerden het vrouwenlichaam nog verder. Onder het mom van de seksuele bevrijding en het doorbreken van taboes gleed de erotische blik af naar een pornografische blik. De beelden van de Wiener Aktionisten, Richard Prince of Jeff Koons zeggen genoeg. De verleiding, de opwinding en het geweld degradeerden de erotische kunst tot een randfenomeen voor amateurkunstenaars. Het nieuwste kunstenaarsboek van Hans-Peter Feldmann speelt met die grens tussen erotiek en pornografie. Hij doet dat met foto’s afkomstig uit de swinger scene. Onder impuls van de seksuele revolutie ontstond in de jaren zeventig een circuit voor partnerruil. De contacten werden vooral gelegd via advertenties in tijdschriften, waarna een correspondentie volgde. Deze bevatte vaak expliciete foto’s van echtgenotes (of partners) die zich presenteerden voor de ruil. Uit een anonieme collectie selecteerde Feldmann meer dan 250 foto’s die hij toont zonder enig commentaar. Hij plaatst de beelden ogenschijnlijk losjes op de pagina’s, maar voelt precies aan hoeveel witmarge een foto nodig heeft of welke foto’s beter aflopend gepresenteerd worden. Hij zorgt steeds voor een aangename afwisseling tussen reeksen kleine foto’s en individuele beelden, wisselt zwart-wit en kleur evenwichtig af of schuift onverwacht beelden over elkaar heen. Het is een werkwijze die hij toepast sinds de jaren negentig, maar voor het eerst bewerkt hij de foto’s ook. De ogen van de poserende vrouwen worden gemaskeerd met een vlakje grove pixels; hetzelfde gebeurt met de geslachtsdelen wanneer die te expliciet in beeld komen. Ik weet niet of hij dit deed om de anonimiteit van de modellen te garanderen dan wel om censuur te vermijden, maar het resultaat is dat de blik van de toeschouwer gericht wordt op het lichaam en de omgeving (interieurs en landschappen). De expliciet seksuele boodschap tempert Hans-Peter Feldmann ten voordele van het beeld zelf.

 

Marc Holthof (red.). Hugo Roelandt. Let’s Expand the Sky. Antwerpen: Occasional Papers, 2016. 160 blz. 84 afb. ISBN 978-0-9929039-7-8

Het is altijd spannend om een nieuw boek over een vergeten kunstenaar open te slaan. Het plezier van de herontdekking schuilt achter elke pagina. Hugo Roelandt (1950-2015) was een fotograaf, performance- en installatiekunstenaar die experimenteerde met nieuwe media. Vanaf 1974 was hij actief in de Antwerpse scene, met onder anderen Anne-Mie Van Kerckhoven, Narcisse Tordoir en Ria Pacquée. Zijn werk nam meestal de vorm aan van een tijdelijke gebeurtenis. Wat overbleef zijn foto’s, affiches, ontwerpteksten, catalogi, getuigenissen en commentaren. Het werk bleef grotendeels afwezig op de kunstmarkt waardoor het snel ‘onzichtbaar’ werd. Deze publicatie heeft de ambitie om Hugo Roelandt terug onder de aandacht te brengen en de relevantie van zijn werk te tonen voor een hedendaags publiek. Het boek verscheen naar aanleiding van twee tentoonstellingen die dit voorjaar te zien waren bij Objectif Exhibitions te Antwerpen. Na de inleiding van uitgever Antony Hudek volgt een korte tekst van Bart De Baere (directeur M HKA), waarna Marc Holthof het leven en werk van de kunstenaar bespreekt. Tot slot bevat het boek nog een overzicht van een twintigtal werken in chronologische volgorde, voorzien van heldere annotaties (in het Nederlands en het Engels) door Holthof en relevant beeldmateriaal. Holthof was sinds 1980 bevriend met de kunstenaar. Zijn informatie is dus uit de eerste hand. Jammer genoeg slaagt hij er niet in om het oeuvre in een historische of internationale context te plaatsen of om de actuele relevantie ervan aan te tonen. Een jaar na het overlijden van de kunstenaar is dit boek veeleer een eerbetoon, al is het een unieke publicatie voor wie het werk van Hugo Roelandt wil leren kennen. Ook bij de vormgeving loopt het soms fout. In het werkoverzicht staan de Nederlandse en de Engelse tekst de ene keer onder elkaar en de andere keer op de recto- en versozijde van een pagina; af en toe worden ze zelfs gescheiden door verschillende pagina’s met afbeeldingen. Daarenboven kreeg elke tekst een andere gekleurde ondergrond mee, wat het geheel verwarrend en onoverzichtelijk maakt. Door de aard van het werk zijn de beelden inhoudelijk zeer divers. Posters, documenten, catalogi, schetsen en foto’s worden door elkaar gepresenteerd. Zo poogt men een levendig beeld op te roepen – maar te veel levendigheid irriteert.

 

Hubert Robert 1733-1808. Un peintre visionnaire. Paris: Somogy éditions d’art / Louvre éditions, 2016. 544 blz. 280 afb. ISBN 978-2-7572-1064-2

De Franse schilder Hubert Robert is niet zo bekend als zijn tijdgenoten Jean-Honoré Fragonard, Jean-Baptiste Greuze of Jean-Baptiste Chardin. Toch was hij een zeer succesvol kunstenaar, die grote opdrachten uitvoerde voor Louis XVI en de Russische tsaar Alexander I. Als jonge schilder verbleef Hubert Robert meer dan tien jaar in Italië, waar hij onder de indruk kwam van de Romeinse monumenten en gebouwen, maar ook van het werk van Giovanni Battista Piranesi. Hij specialiseerde zich in landschap- en architectuurschilderkunst, maar het waren vooral zijn schilderijen met ruïnes van klassieke romeinse bouwwerken die hun weg naar de Salons vonden. Algauw kreeg hij de bijnaam Robert des ruines, alhoewel hij buitengewoon veelzijdig was. Zo ontwierp hij tuinen en meubilair voor de kastelen van de Franse koning. Op het einde van zijn leven was hij betrokken bij de oprichting van het Louvre. Dit voorjaar was in dat Louvre een overzichtstentoonstelling te zien met 144 werken. Momenteel loopt ze in de National Gallery of Art in Washington, waar ze nog tot 2 oktober te zien is. Voor het publiek en de mensen die de tentoonstelling niet kunnen bezoeken is er de indrukwekkende catalogus. Niet minder dan negentien auteurs werkten mee aan deze publicatie. Het boek start met een reeks essays die stuk voor stuk belangrijke fases uit het leven van Hubert Robert beschrijven en relevante vragen pogen te beantwoorden. Daarna begint de eigenlijke catalogus, die is opgedeeld in vijftien hoofdstukken met titels als Le Salon de 1767, L’Anticomanie et ses caprices, Décors, Des ruines et des prisons of Hubert Robert et la Révolution. Het gaat duidelijk om een wetenschappelijk werk van de hoogste rang, alhoewel ik me bij het lezen heb gestoord aan enkele capriolen van de vormgever, zoals de wijze van pagineren en de decoratieve symbooltjes die de essays afsluiten. Maar dat is muggenzifterij in de marge van dit imposante werkstuk.