Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 183 september-oktober 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Josef Sudek

De tentoonstelling Josef Sudek, Le monde à ma fenêtre in het Parijse Jeu de Paume bevat vooral kleine beelden, vaak niet groter dan het negatief, zonder visuele grootspraak of opzichtige artistieke effecten. Ze zijn (nogal voorspelbaar) chronologisch en thematisch geschikt. De onderwerpen zijn spectaculair onspectaculair. Het gaat om poëtische observaties van de onmiddellijke leefwereld (in casu Praag en omgeving) van de fotograaf. De foto’s laten een bescheiden en in zichzelf gekeerde fotograaf vermoeden. Ze tonen ook dat Sudek, naarmate hij ouder werd, steeds dwarser inging tegen de vigerende fotopraktijken: terwijl de Europese fotografie na de Tweede Wereldoorlog zich ofwel tot de humanistische reportagefotografie, ofwel tot de steriele formele experimenten van de Subjectieve Fotografie bekende, keerde Sudek zich koppig af van deze twee stromingen. Hier geen hijgerige jacht op de scoop of een halsbrekende ontwrichting van fotografische conventies. Buiten een paar portretten van intimi, fotografeert hij hoofdzakelijk natuur, architectuur en stillevens. En toch, ondanks de geringe grootte van zijn beelden, ondanks de afwezigheid van een opzienbarend onderwerp, ondanks hun vreemde ‘oneigentijdsheid’, hebben ze een magnetiserende werking op de kijker.

Josef Sudek (1896-1976) werd eerder toevallig fotograaf. Opgeleid als boekbinder, kon hij zijn ambacht door het verlies van zijn rechterarm tijdens de Eerste Wereldoorlog niet langer uitvoeren. Dan maar fotografie, een praktijk waarmee hij al kort voor de uitbraak van de Grote Oorlog even in contact was gekomen. Dat het kleinbeeldtoestel relatief gemakkelijk met één hand te bedienen viel, hielp uiteraard ook. De eerste inspiratiebronnen waren de picturalistische beelden van vóór de oorlog. Wat hem daarin aantrok, was niet zozeer de artistieke pretentie om fotografie op het niveau van de schilderkunst te brengen, wel de gevoeligheid voor licht en atmosfeer. In een van zijn eerste reeksen, gewijd aan de Sint-Vituskathedraal in Praag, speelt het licht de hoofdrol. Maar in tegenstelling tot het gestremde, zwaarmoedige licht van de picturalisten is dat van Sudek levendig, dartel, uitbundig: een stralend, jubelend licht stroomt de kerk binnen en laat het interieur fonkelen. Het licht is hier telkens anders, telkens verrassend: het laat ronddwarrelend stof tintelen, het streelt een stenen haut-reliëf, kerkramen filteren het tot een gestreept tapijt. Ook in zijn studiowerk als reclamefotograaf tijdens het interbellum blijft hij uitermate gevoelig voor de manier waarop licht en materie met elkaar interageren. Terwijl hij in zijn reclamebeelden het licht vooral dienstbaar maakt aan een zo helder mogelijke articulatie van het onderwerp, zal hij het in de stillevens die hij vanaf de jaren veertig maakt veel subversiever inzetten. Daar wordt het licht grillig, stuitert het door het beeld.

Het is aanlokkelijk om Sudeks beelden te interpreteren als symbolische verdichtingen van een geplaagde ziel, en zijn voorliefde voor natuur en licht als een symptoom te zien van een licht misantropisch karakter, getekend door de verschrikkingen van de twee wereldoorlogen. Maar een dergelijke lectuur miskent de wezenlijk fotografische vraag die aan de basis van dit oeuvre ligt. In al zijn bescheidenheid blijkt Sudek immers een radicale fotograaf, dat wil zeggen iemand die de basiscondities van het fotografisch kijken zelf tot thema maakt. Zijn fascinatie voor licht deelt hij met de moderne fotograaf en beeldend kunstenaar László Moholy-Nagy. Net zoals deze laatste, definieert hij fotografie als de kunst van het licht, dat tegelijkertijd werkmateriaal en onderwerp is. Maar waar Moholy-Nagy het licht als een ingenieur manipuleert om zo nieuwe werelden te construeren, kijkt Sudek wat licht doet met de bestaande wereld. Zijn fascinatie voor licht lijkt eerder aan te sluiten bij een oude, spirituele traditie van de christelijke lichtmystiek. Zie bijvoorbeeld de adembenemende reeks The Magical Garden. De avondbeelden, gemaakt in de tuin van een bevriend architect, zijn wonderlijke studies van het samenspel tussen licht en donker. In één beeld uit de reeks staan lege, wit oplichtende stoelen wat verloren in een voor de rest in schemerduister gehulde tuin: spookachtige geraamtes die naar de kijker staan toegewend alsof ze ons een onuitspreekbaar geheim willen toefluisteren.

In zijn reeks The Window of my Studio – zijn beroemdste serie, waar de tentoonstelling ook naar genoemd is – manifesteert het licht zich weer op een andere manier. Hier richt Sudek zijn toestel, ondertussen een kloeke grootbeeldcamera, simpelweg op een venster in zijn studio en legt hij vast wat er door (en op) het raam te zien is. Dat raam – wazig, bedauwd, beregend of bezaaid met ijsbloemen – plaatst zich als een filter tussen fotograaf en wereld. Wat Sudek capteert, is de manier waarop het glas de buitenwereld tot een beeld omtovert. De ruit is niet zomaar een transparante doorkijk, maar opereert hier zoals de dunne lichtgevoelige pellicule in de fotocamera: beide ontvangen en transformeren het weerkaatste licht van de wereld tot een onuitgegeven beeld. Wat slechts tijdelijk verschijnt op het raam, wordt in de fotografische emulsie gebrand.

Ook in zijn panoramische beelden van Praag stelt Sudek het fotografische kijken zelf aan de orde. Gemaakt met een aftandse camera, die de perspectivische vertekeningen eigen aan de breedhoeklens nauwelijks verdoezelt, tonen ze een vreemde, langgerekte stad, wegijlend aan de randen. De optische vervormingen van het panoramische formaat brengen gebouwen en straten samen in een vloeiende, lyrische beweging. De blik van de kijker wordt afwisselend naar links of rechts getrokken, of soms via een snijdende, diagonale lijn de diepte van het beeld in. Ook in deze langgerekte beelden experimenteert Sudek met licht: slechts zelden kiest hij voor het harde licht van een zomermiddag, meestal gaat zijn voorkeur uit naar het gedempte licht van een bewolkte winterdag of een late herfstavond. De stad verschijnt hier als een betoverende modulator van het licht. Het kleine formaat dwingt de kijker dicht bij het beeld te komen, het magische spel met licht laat hem uiteindelijk helemaal verdwijnen in de feeërieke wereld die Sudeks camera aan ons openbaart.

 

Josef Sudek, Le monde à ma fenêtre, tot 25 september in Jeu de Paume, 1 place de la Concorde, 75008 Paris (01/47.03.12.50; jeudepaume.org).