Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 184 november-december 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Helena Almeida

De compacte overzichtstentoonstelling van de Portugese kunstenares Helena Almeida (°1934) in het Brusselse WIELS presenteert een divers, maar uiterst consistent oeuvre. Corpus, de titel van de expo, vat de ambitie ervan mooi samen: het is tegelijkertijd een overzicht en een analyse van wat dit werk nu specifiek aan de orde stelt. De tentoonstelling onderscheidt drie fases in Almeida's oeuvre, waarin de vraag naar het fysieke of lichamelijke aspect van het artistieke proces en het object waarin dat proces uitmondt, telkens weer centraal staat: eerst beproeft Almeida de materialiteit van het schilderij en het schilderdoek, vervolgens ontleedt ze de fysieke geste van het schilderen en ten slotte richt ze haar aandacht op haar eigen (ouder wordende) lichaam.

De expo opent met werk uit de late jaren zestig waarin op het schilderij als fysiek object wordt ingegrepen. In één werk is het canvas naar rechts geschoven zodat het uit de lijst breekt, in een ander is het opgespannen doek losgemaakt zodat het naar beneden zakt, in nog een ander scharniert het spanraam naar voren zodat de kijker een blik wordt gegund in de 'binnenkant' van het schilderij. Almeida demystificeert het artistieke object door de materialiteit van de drager tot het feitelijke onderwerp te maken: niet de betovering van het beschilderde canvas, niet de voorkant telt, maar wel de achterkant, of de constructie die het object schraagt. Het schilderij wordt binnenstebuiten gekeerd, zijn sacraliteit vernietigd: kijk, het is ‘maar’ een object. Maar tegelijkertijd brengen haar interventies het schilderij ook tot leven, veranderen ze het in een bezield wezen, een ademend, levend lichaam dat uit zijn kader breekt en in de ruimte eromheen begint door te dringen.

De exploratie van het schilderij als een lichaam kent een hoogtepunt in een zelfportret uit 1976. Almeida poseert er in een witte jurk met lange mouwen en met een wit vierkant canvas tussen kin en bekken geperst: kunstenares en doek lijken elkaar wederzijds te doordringen. Het portret vormt de aanleiding tot een nieuwe reeks waarin ze het idee van het ‘bewoonde schilderij’ verder ontwikkelt. Het is meteen ook het startpunt van de tweede fase in haar oeuvre. In enkele vroege werken uit die periode laat ze fijn getekende lijnen overgaan in paardenhaar dat doorheen het canvas priemt. Het canvas verliest zijn tweedimensionaliteit en het getekende begint een eigen leven te leiden. Maar belangrijker nog is de ontdekking van de fotografie. Ze gebruikt de camera onder meer voor de creatie van korte geënsceneerde series waarin ze speelt met de relatie tussen verf, foto en haar schilderend lichaam. Een voorbeeld daarvan is de serie van zeven beelden uit 1976: in de eerste vier opnames maakt Almeida zich geleidelijk aan onzichtbaar door achter de verf te verdwijnen, om dan in de drie laatste beelden het geschilderde vlak 'vast te pakken' en uit het fotografisch kader te duwen. Ging het in het vroege werk om de drager van het schilderij, in deze ‘pinturas habitadas’ staan de materialiteit van de verf en de fysieke act van het schilderen zelf centraal.

Ook fotografisch gebeuren er bijzondere dingen. Een triptiek uit 1975 toont driemaal een gelijkaardige handeling: Almeida staat voor een spiegel en is met een verfborstel in de weer. In het eerste en derde beeld plaatst ze de borstel op de spiegel, en zien we haar al schilderend (of dat denken we tenminste). In het tweede beeld keert ze zich om naar de kijker, waarbij ze de verfborstel laat rusten op de onderste rand van het beeld. In het eerste en derde beeld zien we op de voorgrond de rug van de kunstenares, en op de achtergrond (in de virtuele ruimte van de spiegel) haar gelaat. Enkel in het middelste beeld wendt ze haar lichaam naar de camera zodat we haar in de spiegel op de rug zien. En dan is er ook nog die opvallende blauwe vlek. Ze is aanwezig in elk beeld, maar nooit op dezelfde plek. In het eerste en tweede beeld bedekken de blauwe en ruw aangebrachte strepen het 'echte' lichaam op de voorgrond, in het derde beeld wordt het gespiegelde lichaam erdoor aan het zicht onttrokken. Ook de verhouding van de vlek tot het beeld verschuift. In het eerste beeld bevindt de vlek zich op het fotografische oppervlak. In het tweede beeld lijkt het blauw zich in het beeld op te houden, ergens op een onzichtbaar scherm tussen de kijker en de schilderende figuur op de voorgrond. In het derde beeld dringt het blauw nog dieper het beeld in en lijkt het op de spiegel in de achtergrond te zijn aangebracht. Via dit uitgekiende optische spel met de blauwe vlek slaagt Almeida erin een onvermoede densiteit in het fotografische beeld bloot te leggen. Vooral in de overgang van het eerste naar het tweede beeld gebeurt er iets wonderbaarlijks. Via de subtiele suggestie van een blauwe vlek die zich inwaarts beweegt, activeert ze de chemische (en normaal onzichtbare) laag die zich tussen ons en de papieren drager bevindt. Die transparante laag openbaart zich hier als een doorzichtig membraan, een flinterdun vlies dat binnen van buiten scheidt, een huid die het fotografische beeld tot een bewoonbare ruimte maakt.

Een derde fase begint in de jaren negentig, wanneer haar werk een nieuwe transformatie ondergaat. De fotografische afdrukken worden groter, de spiegel en het spel met oppervlakte en diepte verdwijnt, maar het lichaam blijft aanwezig, al houdt ze haar gelaat nu consequent buiten beeld. In plaats daarvan beklemtoont ze de handen en de voeten, de twee lichaamsdelen die het nauwst in contact staan met de wereld (en waarlangs de wereld rauw en ongefilterd het lichaam binnendringt). Het voelen, het direct lichamelijk contact tussen kunstenares en wereld, wordt niet langer vertaald in een cerebraal spel met en rond de schildersact, maar op fysieke wijze geëxploreerd, in al zijn ontwrichtende brutaliteit. In Seduzir ['Verleiden'], een video waarin Almeida zelf de hoofdrol speelt, zien we hoe ze moeizaam, één voet in een schoen met hoge hak en de andere ongeschoeid, poogt om overeind te blijven en een elegante, verleidelijke pose aan te houden. De ontroerende video van een wankel, broos en in zekere zin ook falend lichaam, maakt duidelijk dat de instabiliteit van het schilderij en het tastende van de artistieke geste zich nu in haar lichaam hebben genesteld.

 

Helena Almeida: Corpus, tot 11 december in WIELS Centrum voor Hedendaagse Kunst, Van Volxemlaan 354, 1190 Brussel (02/340.00.53; wiels.org).