Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 184 november-december 2016

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Provoke

In Parijs de situationisten, in Amsterdam provo en in Japan provoke. Allemaal bewegingen aan het eind van de roerige jaren zestig waar kunst en politiek vaak nauw op elkaar betrokken werden. Provoke is vandaag vooral bekend als naam van een kortlopend (maar invloedrijk) fotomagazine dat amper drie keer verscheen, een keer in 1968 en tweemaal in 1969. Minder bekend (althans voor een westers publiek) is dat de leden wel degelijk een hechte kliek van fotografen en critici vormden met een uitgesproken artistiek programma. Ook de invloed van de verschillende Japanse protestbewegingen uit de jaren zestig en de gelijktijdig opkomende performancekunst op de beeldtaal van het blad, is tot op heden relatief onderbelicht gebleven. Een lacune die de tentoonstelling in het Parijse Le Bal nu wil opvullen.

De kern van Provoke bestond uit de fotografen Takuma Nakahari en Yutaka Takanashi, dichter-fotograaf Takahiko Okada en kunstcriticus-fotograaf Kōji Taki (vanaf het tweede nummer zou ook Daido Moriyama tot de groep toetreden). Het tijdschrift stond voor een nieuwe, provocatieve fotografie. Provocatief, omdat het scherpe kritiek uitte op bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen, aansluiting zocht bij de radicale avant-garde in de beeldende kunst en de gangbare normen van fotografische productie in vraag stelde. Dat laatste uitte zich niet alleen in een bewust verstoorde beeldtaal – met ruwe, wazige en grofkorrelige beelden die ofwel extreem contrastrijk ofwel monotoon grijs zijn, en vaak gekenmerkt worden door een scheefgetrokken kader – maar ook in experimenten met de grafische vormgeving en in de opeenvolging van de beelden. De eerste twee nummers waren nog opgehangen aan een (weliswaar ruim gedefinieerd) thema, in het derde en laatste nummer ontbrak een dergelijk verbindend element. Die vrijheid gebruikten de makers om voluit te spelen met de mogelijkheden van de gedrukte fotografie: door bijvoorbeeld eenzelfde portret te herhalen (zij het vergroot, verdubbeld) over verschillende pagina’s werd elke narratieve ontwikkeling in de kiem gesmoord. Hier geen vertellende sequentie, geen aaneenschakeling van beelden volgens beproefde (en dus geruststellende) schema’s, maar de koppige onverzettelijkheid van (bijvoorbeeld) telkens hetzelfde gelaat.

De tentoonstelling ziet het tijdschrift niet als een uniek fotografisch experiment, maar plaatst het resoluut binnen de sociaal-economische en culturele ontwikkelingen van het naoorlogse Japan. Provoke bouwt verder op de verschillende protestbewegingen die vanaf de jaren zestig het licht zagen. Vooral de ratificatie van een akkoord met de Verenigde Staten, waardoor de Amerikanen hun marinebasis in Okinawa konden behouden en de nieuw aangelegde luchthaven van Narita konden gebruiken als uitvalsbasis voor de Vietnamoorlog, hitste de gemoederen op. Maar ook op het eerste gezicht banale sociale conflicten, zoals het ontslag van een werknemer van een drukkerij, ontspoorden maar al te vaak in koppig, langdurig en gewelddadig verzet. Fotografen registreerden deze conflicten, maar omdat hun beelden vaak de weg niet vonden naar de reguliere pers, begonnen ze boeken in eigen beheer uit te geven. Verschillende van deze baldadige publicaties uit de vroege jaren zestig worden ook in de tentoonstelling gepresenteerd. Een nieuw genre fotoboek was geboren: het protestboek. Deze publicaties, in kleine oplage en soms gefinancierd door vakbonden, stakende werknemers of links georiënteerde studentenverenigingen, hadden vaak een wat pamflettair karakter. Ze waren het werk van fotografen die, in de urgentie van het moment, niet bang waren positie te kiezen en zich solidair te verklaren met de actievoerders. Ze stelden zich niet op als verslaggevers, maar als deelnemers, activisten. Het verklaart de opvallend hectische en directe stijl, de brutale kadrering, de grove korrel en de fysieke directheid. De visuele stijl die in deze protestboeken werd ontwikkeld, is even later ook in Provoke terug te vinden, maar de vertolking van een particuliere strijd maakte daarbij plaats voor de articulatie van een algemener gevoel van onbehagen.

Naast deze activistische en strijdbare fotografie werd de ruige beeldtaal van Provoke ook beïnvloed door butoh-dansers, performancekunstenaars zoals Hi Red en kunstenaarscollectieven zoals de Gutaigroep. Het belang van deze groepen lag niet zozeer in het feit dat hun efemere acties en interventies vaak gefotografeerd en gefilmd werden, maar vooral in de specifieke manier waarop zij hun lichaam tot inzet maakten van hun werk. De camera is voor Provoke geen scherm tussen de fotograaf en de wereld, maar een verlengstuk van het verlangende lichaam (niet toevallig was 'Eros' het thema van het tweede nummer). De fotografische act is hier een puur lichamelijke daad: ze wordt eerder gevoed door een viscerale impuls dan door een beredeneerde actie. Wat men fotografie vaak verwijt (haar automatisme, haar fragmentair karakter) werd door de leden van Provoke juist gevierd. Precies omdat de camera de wereld in stukken en brokken hakt, opent ze volgens hen de mogelijkheid tot een andere, vrijere verhouding tot de wereld, waarbij de fotograaf zijn wil om de wereld in een totaliserende visie te vangen opgeeft. Precies omdat de camera automatisch opereert en niet meer nodig heeft dan een druk op de knop, is zij het instrument bij uitstek om ons de wereld te laten zien vanuit een puur lichamelijk perspectief (een foto denkt niet). In een manifest van Kōji Taki uit 1970 merkt de auteur op dat hij de onbewust gemaakte beelden, die volgens de geijkte standaarden als mislukt of onbelangrijk moeten worden beschouwd, vaak juist interessanter vindt dan die waarvoor hij bewust op de knop drukte. Deze beelden missen ‘iets’, ze zijn onscherp of slecht gekadreerd, of hun compositie klopt niet helemaal, maar ze ruilen dat gemis aan helderheid, aan informatie in voor een grotere emotionele impact. Het zijn beelden die zich eerder als raadsel dan als feit aan de kijker openbaren, die hem eerder fysiek belagen dan intellectueel prikkelen. Het zijn beelden die je voelt, als een stomp in je maag.

 

Provoke. Entre contestation et performance – la photographie au Japon 1960-1975, tot 11 december in Le Bal, 6, Impasse de la Défense, 75018 Paris (01/44.70.75.50; le-bal.fr).