Marnix Van Strydonck

DE WITTE RAAF

Editie 187 mei-juni 2017

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Anna Oppermann – Neverending Paradox. Filosofische Ensembles van de jaren 80

Anna Oppermanns (1940-1993) complexe, holistische en grootschalige composities bieden inzage in een psychologisch universum waarvan zijzelf het absolute centrum is. Haar ensembles vervlechten een innerlijke wereld van persoonlijke observaties en een buitenwereld in permanente verandering. Het werk van de Duitse kunstenares kwam vooral onder de aandacht door haar deelname aan Documenta 6 (1977) en Documenta 8 (1987), maar is niettemin nog in hoge mate onbekend. Drie latere werken uit de jaren tachtig, die werden gereconstrueerd door curator Ute Vorkoeper, zijn nu te zien in het S.M.A.K.

Anna Oppermann werkte tijdens haar leven aan meer dan zestig ensembles met een vergelijkbare omvang als die in het S.M.A.K. Het gaat om verzamelingen van notities, foto's, tekeningen, schilderijtjes en diverse objecten — gevonden voorwerpen, sculpturen en andere parafernalia – die vaak georganiseerd zijn in een altaarvormige compositie en meestal gepresenteerd worden op een symmetrisch verhoog of platform. In deze ensembles verwerkt Oppermann zowel persoonlijke of collectieve herinneringen als abstracte ideeën, via een combinatie van bijvoorbeeld portretten, krantenknipsels en verwijzingen naar literaire of filosofische teksten. Net als onze herinneringen zijn de onderdelen fragmentair, is hun keuze selectief en lijkt hun ordening volledig arbitrair.

In het ensemble Enerzijds… anderzijds; zowel… als (M+M) vormt een massieve, antieke en versleten kast het meest opvallende onderdeel. De rest van het decor suggereert een bescheiden leefruimte met een tafel, twee bijzettafeltjes en een tapijt. Aan de muur hangen schilderijen; op de tafels en het tapijt zijn tekeningetjes uitgestald alsof het kostbare memorabilia of heiligenprentjes betrof. Formeel vertrekt de installatie van enkele grondvormen (de kast met geprononceerde kroonlijst, het motief van twee handen op een zwangere buik) die in de foto’s en ingekleurde tekeningen worden opgesplitst, ontrafeld, gespiegeld, vervormd en vanuit variërende perspectieven getoond. In de typische stijl van haar latere werken, liet Anna Oppermann zich inspireren door een filosofische studie: in dit geval is dat Massa en Macht van Elias Canetti, waarin de auteur het verband analyseert tussen de massa’s en het ontstaan van machtsrelaties. Het werk benadert dit thema als een onafgewerkte denkoefening en spoort ons aan om onze eigen positie binnen de 'massa' en ten opzichte van de 'macht' te overdenken. Via de talloze verdubbelingen en spiegelingen wordt die problematiek in een bredere context geplaatst, en betrokken op onze ambigue relatie met de werkelijkheid.

Mythe en Verlichting, het tweede ensemble, gaat terug op een scenografisch ontwerp voor een bewerking door regisseur Claus Peymann van het toneelstuk Leonce und Lena van Georg Büchner. Het geheel van papieren knipsels, nota’s en tekeningen staat verspreid over een podium met niveauverschillen die oplopen naar de hoek. De opstelling van dit hele ensemble wordt herhaald, gefragmenteerd en bewerkt in de schilderijen en tekeningen die de twee wanden achter het podium vullen. Geregeld keren een groene en een blauwe figuur terug: de respectievelijke personificaties van de mythe en de verlichting, de twee krachten waartussen Leonce in Büchners stuk gevangen zit. Het feit dat de figuren steeds samen voorkomen, suggereert dat mythe en verlichting met elkaar verwant zijn en dat ook de verlichting op een mythe uitdraait. Via de tweedimensionale beelden, die dezelfde fragmenten van de installatie vanuit steeds wisselende perspectieven tonen, wordt die kwestie met het probleem van schijn en zijn, taal en werkelijkheid verbonden.

Het spel van repetitie, weerspiegeling, perspectiefverandering en distorsie bereikt een hoogtepunt in Paradoxale Intenties – Het Blauw van de Hemel neerhalen. Bij het binnenkomen van de tentoonstelling krijgen we – via een gat in de muur vlakbij de hoek waar de installatie staat opgesteld – de achterkant van dit ensemble te zien. Aan de voorkant blijkt de installatie uit een gelijkaardige platformstructuur te bestaan als in Mythe en Verlichting. Achteraan in de hoek staat een schrijn met rood-blauwe beglazing opgesteld dat als vertrekpunt diende voor het ensemble. Het motief van het kastje en de installatie eromheen worden op caleidoscopische wijze gespiegeld, gefragmenteerd en vervormd in de schilderijen en bewerkte foto's die de wanden bedekken. Het effect daarvan wordt aanzienlijk versterkt door spiegels die hier en daar op het podium liggen. De voorstelling wordt echter niet alleen in visuele zin versplinterd, maar ook letterlijk doorbroken door de reeds aangehaalde uitsnijding in de wand vlakbij de hoek. In die opening is een vrijstaande vensterconstructie geplaatst; het ‘venster op de werkelijkheid’ lijkt daarmee als een letterlijk en materieel gegeven in het werk geïncorporeerd. Op verschillende manieren – de fragmentatie van de voorstelling, maar ook concrete objecten of ingrepen – wordt het probleem van schijn en zijn, van waarheid en leugen, op scherp gesteld. De thematiek wordt nog onderstreept doordat de installatie heel wat tekstfragmenten bevat – onder meer van de filosoof Jean-François Lyotard, de kunstenaar Pablo Picasso en de schrijvers Oscar Wilde en Ingeborg Bachmann – die opvallend vaak gaan over waarheid en leugen, en over de beperkingen van de taal in de benadering van de realiteit. Het thema van het werk wordt overigens ook al door het populaire gezegde opgeroepen waaraan de installatie zijn titel ontleent en dat eveneens verschillende malen in het werk terugkeert – Das Blaue vom Himmel herunterlügen betekent zoveel als 'liegen tot je zwart ziet'.

De hiëratische opstelling van Oppermanns ensembles – op een podium in een hoek – lijkt te verwijzen naar de sacrale beeldcultuur van iconen en christelijke veelluiken. De duizelingwekkende illusionistische vermenigvuldiging van de voorstelling staat echter haaks op de cultuur van het 'ware beeld', van het beeld als openbaring die met dergelijke voorstellingen verbonden is. Bovendien wordt de voorstelling in Paradoxale Intenties letterlijk doorbroken of doorzichtig gemaakt. Oppermann voert de illusie op, ze laat werkelijkheid en illusie in elkaar kantelen en versplintert onze perceptie om een ontnuchterende bewustwording te bewerkstelligen.

 

Anna Oppermann. Neverending Paradox. Filosofische ensembles van de late jaren '80, tot 4 juni in het S.M.A.K., Jan Hoetplein 1, 9000 Gent (09/240.76.01; smak.be).