Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 187 mei-juni 2017

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Daisuke Yokota

Elk jaar bekroont het Amsterdamse Foam een veelbelovende fotograaf jonger dan 35 jaar. De winnaar van de tiende Foam Paul Huf Award (laureaat van het jaar 2016) was de Japanse fotograaf Daisuke Yokota (°1983). Een jaar na de prijsuitreiking presenteert Foam nu een solotentoonstelling van de prijswinnaar. Matter is de titel van deze tentoonstelling en ze vat puntig samen waar het Yokota om te doen lijkt.

De tentoonstelling valt uiteen in drie grote delen. De eerste en de laatste zaal thematiseren de materialiteit van het fotografische beeld, terwijl de tweede zaal inspeelt op het specifiek fotografische probleem van de ‘beeldselectie’. In de eerste zaal belandt de bezoeker tussen grote lappen verkreukt fotopapier, gedrapeerd over ijzeren draden die kriskras door de ruimte gespannen zijn. De brede stroken zijn geknipt uit een reusachtig uitvergrote contactafdruk van een rolletje kleurenfilm dat Yokota direct belicht heeft. Het resultaat is een donker, duister bos van afhangende lappen stijf papier, nu en dan onderbroken door een uitbundige veeg kleur. De toeschouwer moet zich een weg zoeken langs de verfrommelde papiervellen, op weg naar de deuropening die toegang biedt tot de volgende zaal. Onderweg kijkt hij niet naar wat de beelden bevatten, maar is hij vooral geïmponeerd door de imposante massa waar hij door waadt. Wat hij ervaart, is de plechtstatige stilte van een monumentale installatie waarin zich ‘niets’ lijkt te openbaren. De eerste les van Yokota: wie zich concentreert op de materiële condities van het fotografische beeld zal ‘niets’ te zien krijgen. De materiële ondersteuning van het fotografische beeld, hoe noodzakelijk ook om sowieso ‘iets’ te kunnen zien, bevat zelf geen visuele informatie. Ze is niet meer dan dode materie.

De tweede zaal bevat twee installaties. De eerste bestaat uit vier projectieschermen waarop voortdurend andere beelden uit het archief van Yokota worden geprojecteerd. De beelden worden door een algoritme lukraak gekozen uit zijn gigantisch archief, en dan via het internet naar de projectoren in Amsterdam gestuurd om op grote schermen te worden getoond. De willekeurigheid van de selectie wijst op een centraal probleem waar elke fotograaf mee te maken krijgt, namelijk de verplichting een keuze te maken uit de door de camera gemaakte beelden. Het geplande fotoboek kan immers niet alles bevatten, de tentoonstelling kan niet alles tonen: er moet geselecteerd worden. De eerste taak van de fotograaf bestaat erin te bemiddelen tussen wat de camera maakt en wat het publiek uiteindelijk te zien krijgt. Door die rol te weigeren, confronteert Yokota ons met een volledig losgeslagen medium dat enkel nog zijn eigen finaliteit volgt: fotografie is niet meer dan een beeldenspuwend apparaat dat zich voedt met werkelijkheid.

Daarmee lijkt Yokota de fotografie zelf aan het woord te laten. En ze spreekt ook echt (of brengt althans een eigen geluid voort), zo suggereert de tweede installatie in deze zaal. In het midden van de ruimte staat een kopieermachine die net zoals de projectoren regelmatig een digitaal bestand ontvangt, en dat vervolgens uitprint. Voor de kopieermachine bevindt zich een microfoon die het geluid dat de machine tijdens het ‘printen’ maakt oppikt en versterkt terug de ruimte instuurt. Het versterkte geluid markeert de overgang van een gedematerialiseerde stroom van data naar een materieel en tastbaar object (de barensweeën bij een beeldgeboorte). Terwijl de willekeur van de selectie op de projectieschermen verwijst naar de onmogelijkheid van een keuze, markeert de kopieermachine de futiliteit van de eenmaal gemaakte keuze. Een ‘beslissing’ is gevallen; een vel papier dat met een beeld is bedrukt, wordt simpelweg toegevoegd aan een reeds bestaande stapel. De tweede les van Yokota: vanuit het standpunt van de fotografische productiemethode heeft kiezen geen zin. Fotografie is een volautomatische activiteit die genoeg heeft aan zichzelf. Elk beeld dat het apparaat capteert, is een geslaagd beeld, klaar om te worden toegevoegd aan de talloze beelden die ons al omringen.

In de laatste zaal bereikt Yokota’s bevraging van de materiële conditie van het fotografische beeld haar ontnuchterende conclusie. Ook hier weer een ruimtevullende installatie, bestaande uit verschillende opeengehoopte stapels donker papier van variërende hoogte. Het fotografisch materiaal lijkt zwartgeblakerd, alsof het door vuur verteerd is. Tussen de stapels is een smal pad voor de bezoeker uitgestippeld. De beelden zijn een verdere uitwerking van een eerdere installatie uit 2015, Matter/Burn Out, waarbij hij foto’s uit zijn archief verbrandde. De resten die deze verbranding opleverde fotografeerde hij opnieuw en verwerkte hij in een nieuwe installatie, Matter/Vomit. De derde zaal toont deze laatste stap (in een video op de doorloop tussen de tweede en derde zaal is een registratie te zien van de oorspronkelijke actie). De infernale cyclus van transformaties, van beeld over afval naar (nieuw) beeld, suggereert dat er geen ontsnappen is aan de fotografische machinerie. Zelfs uit de vernietiging van haar eigen voortbrengselen weet ze nieuw ‘leven’ (lees: nieuwe beelden) te putten: elke foto is hier een feniks die uit haar as verrijst. De derde les van Yokota: wie het materiële aspect van het fotografische beeld centraal stelt, viert zijn kwetsbare onvergankelijkheid.

 

• Daisuke Yokota, tot 4 juni in Foam, Keizersgracht 609, 1017 DS Amsterdam (020/551.65.00; foam.org).