Agentschap

DE WITTE RAAF

Editie 188 juli-augustus 2017

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

AGENTSCHAP PRESENTEERT

Ding 000850 (My Sweet Lord)

In 1962 componeerde Ronald Mack het lied He's So Fine. De zanggroep The Chiffons nam het op voor een grammofoonplaat. The Chiffons was een in 1960 opgerichte, uitsluitend uit meisjes bestaande groep uit de Bronx in New York, die werd gevormd door Judy Craig, Patricia Bennett, Barbara Lee en later Sylvia Peterson. In december 1962 bracht Bright Tunes Music He's So Fine uit als een single van The Chiffons op Laurie Records. Het lied heeft een goed in het gehoor liggende melodie die in wezen bestaat uit vier herhalingen van een kort basismotief 'sol-mi-re' (motief A), waar nodig aan de woorden aangepast, gevolgd door vier herhalingen van een ander basismotief, 'sol-la-do-la-do' (motief B). Geen van beide motieven is nieuw, maar de viermalige herhaling van A, gevolgd door vier herhalingen van B, was ongebruikelijk. Bij de tweede keer dat de reeks van motief B optreedt, wordt bovendien een versiering toegevoegd, zodat dit basismotief als volgt klinkt: 'sol-la-do-la-re-do'. He's So Fine was vier weken lang de best verkochte plaat in de Verenigde Staten en nummer 16 in Engeland. Na het overlijden van Ronnie Mack kwamen de auteursrechten op het lied He's So Fine in handen van Bright Tunes Music Corp.

In december 1969 componeerde George Harrison, voormalig lid van de Britse popgroep The Beatles, in de kleedkamer na een optreden in Kopenhagen in Denemarken het lied My Sweet Lord. Als eerbetoon aan de hindoegod Krisjna speelde Harrison enkele gitaarakkoorden die pasten bij de woorden 'halleluja' en 'hare Krisjna', in diverse variaties. Hij wisselde af tussen wat musici een mineur II akkoord noemen en een majeur V akkoord, in een vierstemmige harmonie. George Harrison droeg het nummer op aan Edwin Hawkins omdat hij geïnspireerd was door diens Oh Happy Day. Hij gaf de song aan Billy Preston, een gospelzanger uit de Verenigde Staten. In januari 1970 werd My Sweet Lord door Billy Preston opgenomen in Londen. In september 1970 werd My Sweet Lord door Apple Records uitgebracht als een onderdeel van Billy Prestons langspeelplaat Encouraging Words en als een single. De opname van My Sweet Lord door Billy Preston vermeldde George Harrison als componist. De muziek werd vervolgens genoteerd in de vorm van een akkoordenschema met de melodie, de woorden en de harmonie om copyright aan te vragen in de Verenigde Staten. De onderliggende melodie bestond uit vier herhalingen van een zeer kort basismotief: 'sol-mi-re' (motief A), aangepast aan de woorden, gevolgd door nog zo'n kort basismotief, 'sol-la-do-la-do' (motief B), dat driemaal werd herhaald. Aan de tweede herhaling van motief B was een versiering toegevoegd, zodat het motief nu luidde: 'sol-la-do-la-re-do'. In november 1970 bracht George Harrison zijn eigen versie van My Sweet Lord uit op zijn eerste soloplaat All Things Must Pass. Op zijn opname zong hij niet zozeer in gospelstijl, maar meer in de trant van popmuziek. Harrisons single My Sweet Lord stond in de Verenigde Staten eind 1970 en begin 1971 vier weken op nummer één en was later ook een internationale hit. In deze versie viel de kleine versiering weg, en ook in de gepubliceerde partituur van het lied ontbrak deze versieringsnoot.

Op 10 februari 1971 daagde Bright Tunes Music George Harrison voor de rechter met de klacht dat het liedje My Sweet Lord een plagiaat zou zijn van He's So Fine. Ondertussen woedde deze discussie ook in de muziekwereld. In mei 1971 zong de countryzangeres Jody Miller haar versie van He's So Fine in voor een plaatopname, waarbij ze inspeelde op de overeenkomst tussen beide nummers door van dezelfde gitaarakkoorden gebruik te maken die worden gespeeld op de opname van Harrison. In 1971 voegden The Belmonts een a-capellaversie van My Sweet Lord toe aan hun langspeelplaat Cigars, Acapella, Candy gebruikmakend van de woorden van zowel He's So Fine als My Sweet Lord, die op sommige plaatsen onderling verwisseld werden. Kort na de dagvaarding kwam Harrison met het voorstel om de gehele catalogus van Bright op te kopen. Maar het kwam niet tot een akkoord. In 1975 nam Jonathan King nog een versie op van He's So Fine in de stijl van George Harrisons My Sweet Lord, met als tekst een parodie die onder meer de regel 'See you in court!' ['Tot in de rechtbank'] bevatte. In hetzelfde jaar schreef Harrison over de rechtszaak een nummer dat hij ook op plaat zette, This Song, met onder meer de volgende zin: 'This tune, there's nothing bright about it' ['Er is niets speciaals aan deze melodie']. Tussen 23 en 25 februari 1976 kwam de zaak Bright Tunes Music Corp vs. Harrisongs Music Ltd. voor het United States District Court in New York. Het grootste deel van de discussie voor de rechtbank ging over de 'versieringsnoot' die te vinden is op de eerste plaatopname van de song door Billy Preston en op de bladmuziek die werd genoteerd aan de hand van die opname, maar die niet voorkomt op Harrisons eigen opname. De eerste bladmuziek was echter gedeponeerd bij het U.S. copyrightbureau, en de rechtbank nam de eerste registratie van de song als uitgangspunt voor de discussie. De rechter ondervroeg Harrison:

'Is het mogelijk dat Billy Preston toevallig op die noten stootte die samen motief B vormen?'

Harrison antwoordde:

'Ja, maar het is ook mogelijk dat ik er bij toeval op kwam, al toen ik in de kleedkamer een beetje voor me uit zat te zingen.'

De rechtbank:

'Meneer Harrison, wat ik enkel probeer te achterhalen, is of u zich herinnert wanneer de versieringsnoot ontstond zoals die is vastgelegd op de plaatopname van Billy Preston.' 

Harrison:

'[…] Billy Preston kan deze noot bij elke versie van de opnames hebben gezongen, maar het kan ook zijn dat ze maar op één versie voorkomt, of dat hij ze tijdens verschillende versies op wisselende plekken heeft aangebracht.' 

Harrison verklaarde dat het lied iets is dat bestaat op het moment waarop hij het zingt en niet iets dat op een blad papier is vastgelegd. De aanwezigheid of het ontbreken van die versieringsnoot moest worden toegeschreven aan toevallige omstandigheden tijdens de uitvoering. De rechtbank:

'Als ik dit zo zorgvuldig mogelijk mag samenvatten, kunt u niet met stelligheid beweren dat u, of Billy Preston, of iemand anders dit niet tijdens het scheppingsproces heeft gesuggereerd; het enige dat u zeker weet is dat toen Billy Preston het op die manier tijdens de plaatopnamen zong, u besefte dat het een geslaagde manier was om het lied te zingen en u besloot het te behouden?' 

Harrison:

'Ja, waarmee ik wil zeggen dat we op dat moment voor een geslaagde vertolking hebben gekozen.'

De rechtbank:

'En u had het gevoel dat het als muziekstuk geslaagd was.' 

Harrison:

'Ja […]' 

Op 31 augustus 1976 werd het vonnis uitgesproken in de rechtszaak Bright Tunes Music Corp. vs. Harrisongs Music Ltd. voor het United States District Court in New York. Rechter Owen hield:

'[…] De harmonie van beide liedjes is identiek. […] Het speuren naar de bronnen van een compositie en het onderzoeken van de vraag waarom een componist een bepaalde opeenvolging van noten en een harmonie kiest, is een fascinerende bezigheid, of het nu George Harrison of Richard Wagner betreft. Uit de uitvoerige [discussie] tussen de rechtbank en Harrison, die in transcript veertig pagina's telt, mag blijken dat Harrison noch Preston zich bewust waren van het feit dat zij gebruikmaakten van het thema van He's So Fine. Maar feitelijk deden ze dat wel, want voor het oor is duidelijk dat beide songs in muzikaal opzicht op één motief na praktisch identiek zijn. Motief A wordt viermaal herhaald, gevolgd door motief B, dat viermaal herhaald wordt in één geval en driemaal in het andere geval, met dezelfde versieringsnoot in de tweede herhaling van motief B. Hoe zit de vork in de steel? Ik kom tot de slotsom dat de componist, op zoek naar muziekmateriaal om zijn gedachten mee te bekleden, verschillende mogelijkheden bekeek. Terwijl hij de ene mogelijkheid na de andere uitprobeerde, kwam er in zijn geest een zekere combinatie naar boven die hem behaagde, omdat deze volgens hem bij de toekomstige luisteraar in de smaak zou vallen. Met andere woorden, voor zijn gevoel zou deze klankcombinatie functioneren. Waarom? Omdat hij onbewust wist dat het ooit had gefunctioneerd in een song die zijn bewuste geest zich niet herinnerde. Eens tot deze aangename klankencombinatie gekomen, werd de opname gemaakt en kon de notatie vervaardigd worden ten behoeve van het auteursrecht. De song werd een enorm succes. Heeft Harrison opzettelijk de muziek van He's So Fine gebruikt? Volgens mij deed hij dat niet opzettelijk. Niettemin is het duidelijk dat My Sweet Lord dezelfde melodie is als He's So Fine, alleen de woorden zijn verschillend, en Harrison had toegang tot He's So Fine. Volgens de wet is dit een schending van het auteursrecht, zelfs wanneer het onbewust geschiedt. […] In het licht van het voorafgaande stel ik [Bright Tunes Music] wat betreft de kwestie van het plagiaat in het gelijk […].'

Het vonnis luidde dat Harrison 'onbewust' He's So Fine had gekopieerd. Voor de wettelijk vereiste registratie voor het auteursrecht geldt de keuze van een welbepaalde opname en niet de verschillende mogelijke interpretaties van het liedje. Het ene ogenblik waarop Billy Preston Harrisons compositie had uitgevoerd gold als de wettelijke registratie. Na het proces kocht de firma ABKCO van George Harrisons ex-manager Allen Klein de firma Bright Tunes Music. In 1978 werd Harrisongs Music verplicht om 75 procent van de inkomsten voor My Sweet Lord en een gedeelte van de inkomsten voor de langspeelplaat All Things Must Pass af te dragen aan ABKCO Music. Vervolgens namen The Chiffons een single op van My Sweet Lord onder regie van ABKCO Music.

 

vertaling uit het Engels: Ronald Jonkers