Sanne Sinnige

DE WITTE RAAF

Editie 188 juli-augustus 2017

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Evidence

Evidence is de eerste grote solotentoonstelling van Jan Dietvorst en Roy Villevoye in België en vindt plaats in een open ruimte op de bovenverdieping van Argos in Brussel. Villevoye (°1960) werkte als assistent voor Sol LeWitt. In de jaren tachtig stapte hij als jonge schilder op het vliegtuig naar Papoea-Nieuw-Guinea, een voormalige kolonie in Nederlands-Indië. Hij werd er opgenomen in een familie van Asmat Papoea’s die leven in een afgezonderd gebied. Hij keerde er regelmatig terug en ontwikkelde een bijzondere band met de Papuaan Omomá, die een belangrijke rol speelt in deze tentoonstelling. Villevoye werkt sinds 2000 intensief samen met kunstenaar Jan Dietvorst (°1953), die antropologische thema’s onderzoekt aan de hand van documentaire media.

Een ander thema in Evidence is de Eerste Wereldoorlog en de wijze waarop deze wordt herinnerd in de gebieden in Vlaanderen en Noord-Frankrijk waar gevochten is. Het 75 minuten durende After the Battle (2012), een herwerking van de drie korte video’s Winter Prayers (2006), The Scrap-Iron Age (2008) en War is Over (2011), toont beelden van mannen die de oorlog re-enacten door op te treden als soldaten, naast scènes die getuigen van het hedendaagse toerisme dat de loopgraven getransformeerd heeft tot publieke attracties. Twee fanatieke verzamelaars die de bossen afstruinen op zoek naar achtergelaten oorlogstuig zijn de meest opmerkelijke karakters uit de film. Hun bezetenheid blijkt bijvoorbeeld wanneer een van hen de overblijfselen van een soldaat opspoort – het doet denken aan de obsessionele zoektocht van Jacques Brassinne de La Buissière naar de boom waartegen Patrice Lumumba geliquideerd werd in Sven Augustijnens Spectres (2011). Het verlangen naar historische kennis plaatst deze verzamelaars echter voor een existentieel dilemma. Wanneer professionele bommenexperts ingeschakeld worden om de oude bommen waarmee de bossen bezaaid liggen onschadelijk te maken, vernemen we dat een vriend van de verzamelaars is overleden doordat een dergelijke bom alsnog is geëxplodeerd. Daarmee manifesteerde het verre verleden van de oorlog zich in het heden, een gebeurtenis die appelleert aan wat de verzamelaars in het diepst van hun wezen lijken te verlangen: de ervaring van de oorlog aan den lijve ondervinden.

Naast bestaand werk worden er ook twee nieuwe werken getoond in Evidence. De installatie Showcase (2017) is een verlichte vitrine die centraal tegen een muur staat, en waarin objecten uitgestald liggen die de kunstenaars in de loop van hun carrière hebben verzameld. In eerste instantie lijken de objecten niet in logisch verband met elkaar te staan: een pakje Van Nelleshag ligt bijvoorbeeld naast een rol verroeste prikkeldraad. Hiermee brengen de kunstenaars de onmogelijkheid van neutraliteit in antropologische en historische musea aan het licht, en refereren ze – in de woorden van de tentoonstellingstekst – aan het idee van de 'willekeurige collagetechniek'. De boodschap dat de ordening van tentoongestelde objecten nooit neutraal is en dat zij als zodanig verschillende verhalen kunnen vertellen, is een open deur, en een diepgaande bespreking van de betekenis van de uitgestalde objecten ontbreekt. Bovendien blijft onduidelijk wat er precies bedoeld wordt met de 'willekeur' van de 'collagetechniek'. Hierdoor blijft het werk enigszins oppervlakkig.

Het tweede nieuwe werk in deze tentoonstelling betreft de video Evidence (2017), die getoond wordt op een groot langwerpig scherm dat naast Showcase (2017) hangt. De dubbelprojectie bestaat uit videofragmenten die elkaar continu afwisselen. Sommige stukken komen uit vroeger werk van Villevoye en Dietvorst, maar verschijnen nu in een andere context waardoor er nieuwe betekenissen en verbanden ontstaan: een strategie waarmee de kunstenaars een rigide betekenis of objectieve interpretatie van hun eerdere werk afwijzen.

Achter Evidence (2017) staat een beeldscherm op de grond tegen de muur. Het toont de korte video The Video Message (2009), een krachtig en persoonlijk werk waarin Omomá een urgente boodschap overbrengt aan Villevoye. Hij vertelt met grote ernst over een droom waarin een voorouder hem waarschuwde dat hij een taboe geschonden heeft door Villevoye een gelijkend wassen standbeeld, Madonna (After Omomá en Céline) (2008), van hem te laten maken. Volgens de Asmattraditie mogen enkel van overleden personen standbeelden worden gemaakt. Omomá worstelt zichtbaar met deze culture clash en het feit dat hij Villevoye niet wil teleurstellen.

De kracht van het werk wordt versterkt door de video Voice-Over (2014) aan het einde van de tentoonstelling. Terwijl een aantal Asmatmannen een traditioneel houten standbeeld maakt, horen we een discussie tussen Villevoye en een medewerker van het Mondriaan Fonds over geld dat is toegezegd om de productie van dit standbeeld te bekostigen. Gaandeweg wordt duidelijk dat het standbeeld Omomá voorstelt, en het vermoeden dat Omomá overleden is, wordt aan het einde van de video bevestigd. Onvermijdelijk roept dit de vraag op of Villevoye en Omomá het lot getart hebben door Madonna (After Omomá en Céline) (2008) te maken toen Omomá nog in leven was – een vraag waarmee Villevoye eveneens geworsteld heeft, wat aantoont dat spiritualiteit en bijgeloof ook in de 'rationele' westerse cultuur blijven spelen.

The Video Message (2009) en Voice-Over (2014) tonen hoe culturele verschillen, ondanks een innige band, tot onbedoelde complicaties kunnen leiden. Eveneens dient de vraag gesteld te worden of Villevoye de Asmattradities voldoende heeft gerespecteerd. Door deze gebeurtenissen expliciet te tonen kaart Villevoye onomwonden zijn positie als blanke westerse kunstenaar aan.

Evidence bevat voldoende materiaal om een volledige middag ondergedompeld te worden in de werelden van Villevoye en Dietvorst. De moeite waard zijn voornamelijk de reeds bestaande werken van de kunstenaars, waarin ze de traditioneel problematische kanten van antropologische thema’s overwinnen door de complexiteit van het individu te ontrafelen, hun eigen positie te erkennen en de vraag te stellen hoe betekenis wordt gegenereerd. Het overlijden van Omomá aan het einde van de tentoonstelling is een desillusie die indruk maakt, en toont eveneens dat de kunstenaars de tentoonstelling zo hebben opgevat dat er een verhaal wordt verteld. Wie geen volledige middag kan uittrekken, wordt aangeraden in ieder geval naar After the Battle (2012) te gaan kijken.

 

Jan Dietvorst & Roy Villevoye, Evidence, tot 16 juli 2017, Argos, Werfstraat 13, 1000 Brussel (02/229.00.03; argosarts.org).