Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 189 september-oktober 2017

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

The Still Point of the Turning World

Nu bijna iedereen is uitgerust met een digitale minicamera, die zowel stilstaande als bewegende beelden kan capteren, lijkt het niet langer zinvol een strikt onderscheid te maken tussen film en fotografie. Ook de populariteit van nieuwe beeldsoorten, zoals GIF’s of Apple’s Live Photos, suggereert dat het verschil tussen beide media langzaam vervaagt. Vooral het stille fotografische beeld lijkt daarbij het onderspit te delven. Toch is dat niet het uitgangspunt van deze prikkelende tentoonstelling in het Antwerpse Fotomuseum. Zoals de ondertitel Between Film and Photography al suggereert, richt ze zich niet zozeer op de fusie van beide media, maar eerder op het gebied ertussen. De verzamelde fotografische films en filmische foto’s gaan op zoek naar de momenten waarop beide media elkaar raken, zonder in elkaar op te gaan.

Op het einde van de tentoonstelling, in een afgesloten ruimte achter een doorzichtig doek, staat een camera op een sokkel. Het apparaat is gemaakt in de jaren twintig en kan zowel foto’s, sequenties als (korte) films opnemen. Daarenboven is het in staat om die beelden, eenmaal ze ontwikkeld zijn, te projecteren (iets wat hedendaagse digitale toestellen zelfs nog niet vermogen). Het maakt duidelijk dat stille en bewegende beelden al veel vroeger konden worden geproduceerd door een en hetzelfde apparaat, en dat we daarvoor niet dienden te wachten op de komst van de hedendaagse digitale smeltoven. Fotografie en film zijn al merkelijk langer verwikkeld in een wederzijds spel van inspiratie en uitdaging. De toenadering tussen film en fotografie is geen louter hedendaags fenomeen.

Dat is ook geen verrassing, vermits film technisch in het verlengde ligt van de fotografie. Film is het resultaat van een poging om een ‘gebrek’ van het fotografische beeld (namelijk dat het de wereld stilzet) te verhelpen. Niet verwonderlijk dus dat de eerste films nog sterk bepaald worden door de fotografische vorm, zoals al meteen blijkt uit het werk waarmee de expo opent, een gerestaureerde film van de gebroeders Lumière uit 1895. De korte film toont een groep fotografen die net een boottocht achter de rug hebben en aan wal gaan om hun jaarlijkse bijeenkomst te houden. Een fotograaf vertraagt even, richt zijn camera naar de cameraman die het gebeuren filmt, en lijkt af te drukken. De fotograaf fotografeert de filmmaker: een broederlijk welkom aan de nieuwe speler op de beeldenmarkt. Maar belangrijker dan wat de film toont, is de manier waarop hij laat zien hoe het nieuwe medium schatplichtig blijft aan het oude. De vorm blijft fotografisch, met een zwart-witbeeld en een stug kader dat niet beweegt. Maar de wereld binnen het onwrikbare kader zit vol deining. Film is niet meer dan een fotografisch beeld dat plotseling tot leven komt.

Na de Lumièrefilm ziet de toeschouwer twee beelden van de Japanse fotograaf Hiroshi Sugimoto. Waar de film van de Lumières een blik biedt op de manier waarop film fotografie ‘herdenkt’, daar tonen de beelden van Sugimoto (uit zijn serie over filmtheaters) hoe fotografie film ‘ziet’. De confrontatie tussen beide werken geeft helder aan op welk punt film en fotografie in hun exploratie van tijd en beweging van elkaar verschillen. Sugimoto’s foto’s vatten de hele film die daar in de verte op het scherm te zien is samen in een enkele opname. Door de lange sluitertijd zien we echter niets meer van de film zelf, maar enkel nog een stralend wit filmdoek: de accumulatie van al het licht dat op het scherm is gevallen en terug in de zaal is gekaatst. Film en fotografie stellen tijd op een verschillende wijze aanwezig. Film reproduceert beweging, dat wil zeggen herhaalt een temporeel verloop, terwijl fotografie de tijd abstraheert. Beweging in film en fotografie functioneren anders omdat ze de relatie tussen tijd en ruimte anders articuleren. In de fotografische opnames van Sugimoto wordt een hoeveelheid tijd in een strak afgebakend vlak geperst, terwijl de suggestie van beweging (en dus van tijd) in de film ontstaat door de veranderende positie van een lichaam (of object) in een schijnbaar onbeperkte ruimte.

Het derde werk in de eerste zaal, van het Raqs Media Collective, bestaat uit de projectie van een (extreem) traag bewegend filmbeeld van een rij dicht opeengepakte mensen. Het is een hedendaagse herwerking van een fotografische opname die Henri Cartier-Bresson in 1948 maakte tijdens de laatste dagen van het Kuomintang-regime. Zijn foto toont een rij Chinezen die dicht op elkaar gedrumd staan aan te schuiven bij een bank om het goud in ontvangst te nemen dat de overheid had beloofd ter compensatie van de plotse geldontwaarding van de plaatselijke munt. Het beeld van het collectief is gemaakt naar aanleiding van een recentere bank run, die van de financiële crisis van 2008. Het beeld van het Raqs Media Collective roept twee verschillende temporele ervaringen op. Een eerste ontstaat door de extreme vertraging, waardoor de beweging eindeloos wordt opgerekt. De beweging van de duwende mensenmassa blijft onvoltooid. Zonder een echte start en duidelijke ontknoping roept ze het beeld op van een opgeschort tijdsverloop. Een tweede ontstaat door de keuze geen nieuw beeld te produceren, maar een reconstructie te maken van een opname van een eerdere bancaire crisis. Zo roept het werk het idee op van een cyclische tijd, de tijd van het kapitalisme waar een periode van hoogconjunctuur onvermijdelijk wordt gevolgd door een volgende crisisperiode. Het bewegende beeld legt de tijd open, het stille beeld toont een moment dat voorgoed achter de rug ligt.

Alhoewel de tentoonstelling vooral het gebied tussen beide media opzoekt, zijn de interessantste werken toch diegene die op een of andere manier het verschil tussen beide scherp laten aanvoelen. Zoals The Girl Chewing Gum bijvoorbeeld, de intrigerende film van John Smith uit 1976. De film bestaat uit een sequentie van korte shots van een onbeduidende straat in Londen gemaakt met een statische camera. Een dwingende stem roept buiten beeld allerlei instructies: nu wil hij rechts in beeld een man zien verschijnen, dan moeten er twee meisjes het beeld bovenaan links binnentreden enzovoort. Kort na het bevel vindt ook daadwerkelijk plaats waartoe de stem heeft opgeroepen. Dit spel van auditieve aankondiging en visuele bevestiging vestigt de aandacht van de kijker op wat er aan de rand van het beeld gebeurt. Plotseling wordt duidelijk wat misschien het meest fundamentele verschil is tussen film en fotografie: film heeft een makkelijk te doorbreken grens, een poreus kader, terwijl het fotografisch kader een scherpe, ondoordringbare grens aanbrengt. Of, anders gesteld: film is het domein van het verleidelijke avontuur, van het onverwachte dat dwars door het kader breekt, fotografie is het domein van de stugge zekerheid, de nuchtere vaststelling.

 

The Still Point of the Turning World – Between Film and Photography, tot 8 oktober in Fotomuseum Antwerpen (FOMU), Waalsekaai 47, 2000 Antwerpen (03/242.93.00; fotomuseum.be).