Edo Dijksterhuis

DE WITTE RAAF

Editie 190 november - december 2017

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Maaike Schoorel, Londen / New York / Rome / Amsterdam

Het is aardig een kwartiertje te posten bij de ingang van Maaike Schoorels nieuwe overzichtstentoonstelling in het Haagse GEM om bezoekersgedrag te observeren. Negen van de tien bezoekers schuifelen naar binnen, werpen een schichtige blik op de drie doeken die onmiddellijk in het zicht hangen, lopen dan een klein en haastig rondje en staan binnen een halve minuut weer buiten. Zelfs de negen seconden die de gemiddelde museumbezoeker volgens onderzoek besteedt per kunstwerk wordt hier bij lange na niet gehaald. Onbedoeld bevestigen deze flitsbezoeken het gedachtengoed achter Schoorels werk. De schilder verzet zich tegen het op directe bevrediging gerichte kijken en de korte aandachtsspanne die daarbij hoort. Of haar doeken een effectief antidotum zijn is discutabel, feit is dat ze enkel geschikt zijn voor onthaaste ogen.

De ongeduldige voorbijlopers hebben waarschijnlijk niets meer gezien dan een verzameling monochroom witte en zwarte doeken. Pas na enige tijd geconcentreerd kijken doemen er uit die vlakken min of meer herkenbare voorstellingen op. Het is alsof je een donkere kamer betreedt of juist uit het duister de zon ingaat – het oog heeft aanpassingstijd nodig om aan de lichtovergang te wennen. In het geval van Parnassia Beach (2005), het grote werk dat als blikvanger op de eerste muur hangt, tekenen zich langzaam figuurtjes af, links en rechts. Er schemert geel door in het onderste deel van het schilderij en blauw in het bovenste: dat doet een horizon vermoeden. Geleidelijk ontstaat het beeld van een middag op het strand, waarbij de anticiperende verbeelding een minstens zo groot deel invult als de schilder met haar verf.

Sommige werken zijn makkelijker te lezen dan andere. In Picnic (2004) is duidelijk een fles wijn te herkennen, een roze jasje en een blauw colbert. Een van de afgebeelde vrouwen is een brunette. Veel minder prijs geeft Bed, gemaakt in hetzelfde jaar. Zelfs de titel helpt het onderscheidingsvermogen niet op gang. Waar matras en kussen beginnen en eindigen is onduidelijk in deze veellagige witte sluiers. Maar er hangt wel een onmiskenbare sfeer van intimiteit rond dit schilderij, die sterker wordt naarmate je er meer tijd aan besteedt.

Schoorel schildert haar diffuse beelden, opgebouwd uit vele dun aangebrachte lagen verf met accenten in epoxyhars, al sinds haar verblijf aan de Royal College of Art in Londen. Haar direct herkenbare werkwijze is sindsdien niet wezenlijk veranderd en is bijzonder populair bij musea en privéverzamelaars. Haar eerste museale solotentoonstelling had Schoorel al in 2008 in De Hallen Haarlem. Het huidige Haagse overzicht telt twee dozijn schilderijen die de periode 2004-2016 omvatten. En dan is er toch wel enige ontwikkeling te zien. Vergeleken met de vroege, redelijk statische werken is Schoorel steeds vrijer gaan werken en durft ze steeds meer. De manier waarop de waterspiegeling in Standing in the Lake (2014) de versluiering verdubbelt is daar een goed voorbeeld van. En in Droomvlucht en Engel (2017) gooit ze zelfs de eenheid van voorstelling overboord. Ze bouwt het beeld op met twee aparte doeken die door een ongekend harde en kaarsrechte streep van elkaar worden gescheiden.

Gedurende de periode van 2004 tot 2016 woonde en werkte Schoorel op verschillende plaatsen in de wereld en dat is terug te zien in het werk. Londense schilderijen zijn vooral grijswit. In New York maakte ze vooral zwarte werken – een soort ‘nachtvariant’ van de witte monochromen. In de Romeinse doeken overheersen pastelkleuren. En in Amsterdam liet Schoorel zich verleiden door de veelkleurigheid van de stad. De grondtoon van die verschillende groepen schilderijen zegt iets over het licht op de respectievelijke locaties en hoe de kunstenaar de urbane bebouwing ervaarde.

Natuurlijk zijn er ook de nodige schilderkunstige referenties. Dat geldt het meest uitgesproken voor het paars zwemende After Titian (2017), maar er zijn ook waterlelies te ontdekken en een odalisk. Zo expliciet lonken naar de kunstgeschiedenis als tijdens de tentoonstelling die ze in 2012 bij Maureen Paley had – ze koos toen Oude Meesters uit het Frans Hals Museum als onderwerp – doet Schoorel niet in Den Haag. Waarschijnlijk omdat ze zich inmiddels realiseert dat het eigenlijk niet belangrijk is en ze het zelfvertrouwen heeft om dat toe te geven. Schoorel schildert geen ‘nabeelden’ in de trant van Luc Tuymans, waarbij de voorstelling in verf een flauwe echo is van beladen iconen en als zodanig een eigen leven gaat leiden. Bij Schoorel maakt het niet uit wat het bronbeeld is, het is enkel de geschilderde realiteit die ertoe doet.

Schoorel is in de loop van de tijd steeds losser geworden in haar onderwerpskeuze. Eerst koos ze foto’s uit familiealbums of tijdschriften en deed ze nog haar best om aan te sluiten bij klassieke genres uit de schilderkunst als het stilleven of portret. Maar inmiddels kan ook een met de telefoon geschoten snapshot genoeg zijn, zoals te zien bij Selfie with Water and Boats (2017). De onbenulligheid van het afgebeelde kan frustrerend zijn voor kijkers die meer ‘beloning’ verwachten voor hun concentratie. Maar die zien Schoorels werk als een puzzel die moet worden opgelost, en dat is het niet.

Schoorels schilderkunst maakt duidelijk hoezeer het oog een verlengstuk is van het brein. De door de hersenen geregistreerde feitelijke titels zetten het oog op het spoor van het bijbehorende beeld. Schoorels methode werkt het beste als het oog deze oefening net niet helemaal kan voltooien en blijft ronddolen.

 

Maaike Schoorel: Londen / New York / Rome / Amsterdam tot en met 21 januari 2018 in GEM - Museum voor Actuele Kunst, Stadhouderslaan 43, 2517 HV Den Haag (070/33.811.33; gem-online.nl).