Sepp Eckenhaussen

DE WITTE RAAF

Editie 190 november - december 2017

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

André Kertész. Mirroring Life. FOAM

Wie een eerste blik op Mirroring Life werpt, merkt onmiddellijk dat het om een klassieke tentoonstelling gaat. Op de zachtgroene muren hangen zwart-witfoto’s van homogeen formaat. Ze werden voorzien van grote passe-partouts omkaderd door fijne, houten lijsten. De uitgebreide selectie foto’s biedt een conventioneel maar solide overzicht van het enorme oeuvre van de Hongaarse fotograaf André Kertész (1894-1985). De ophanging van het werkt volgt een geografisch en chronologisch indelingsprincipe dat de levensloop van de kunstenaar weerspiegelt: de Hongaarse (1894-1925), Franse (1925-1936), Amerikaanse (1936-1962) en internationale (1962-1985) periodes. Die traditionele opbouw lijkt een bewuste keuze geweest te zijn om de grote hoeveelheid foto’s van Kertész op een prettige en toegankelijke manier te ontsluiten. Maar een kritische houding ten opzichte van het oeuvre van de kunstenaar gaat deze expositie jammer genoeg uit de weg. 

Kertész’ vroege foto’s uit de Hongaarse periode zijn weinig opmerkelijk: een zoenend stelletje, een soldaat die hurkt voor een stier, twee gitaar spelende zigeuners die zo uit een schilderij van Frans Hals geplukt hadden kunnen zijn. Dit vroege werk heeft een erg banaal en anekdotisch karakter, en is verre van het resultaat van de formele of conceptuele experimenten waarmee de kunstenaar later bekend zou worden.

Uit Kertész’ Parijse werken kan wel meteen worden afgeleid waaraan de fotograaf zijn canonieke status heeft overgehouden, en waarom hij deel uitmaakt van het lijstje van grote avant-gardefotografen zoals Eugène Atget, Brassaï en Man Ray. In Parijs ontwikkelde Kertész de formalistische, maar nooit volledig abstracte, beeldtaal die zijn handelsmerk werd. Dit werk bevindt zich ergens tussen de poëtische beeltenissen van Henri Cartier-Bresson en de abstracte, formalistische experimenten van Alfred Stieglitz of Paul Strand. Door het vogelvluchtperspectief blijven een brandende straatlantaarn, een boom in een besneeuwde tuin, of de schaduw van een trapleuning op de treden herkenbaar, maar ze krijgen een verstilde, afstandelijke en abstracte kwaliteit.

De tijd die Kertész in New York woonde is opgedeeld in twee periodes: de Amerikaanse periode en de internationale periode. Kertész verliet omwille van politieke en economische omstandigheden Parijs om in New York als modefotograaf aan de slag te gaan. Hij zou zijn hele verdere leven in deze stad wonen. Zijn werk werd er niet naar waarde geschat en hij verloor er zijn faam. Door het gevoel van gevangen te zijn op een plek waar hij niet hoorde, cultiveerde Kertész de afstandelijke en gereserveerde kwaliteit van zijn materiaalbeheersing. Zijn foto’s tonen niet langer het romantisch beeld van een nachtelijk Parijs, maar een melancholische, dwalende blik op de verlorenheid in de industriële grootstad.

Na deze periode van kommer en kwel werd Kertész herontdekt. Zijn autonome werk werd in 1964 geëxposeerd in het MoMA en in tijdschriften gepubliceerd. De foto’s uit de internationale periode bestaan uit romantische beelden zoals die uit de Parijse periode, maar ook meer cynische composities met postmoderne kwaliteiten. Een foto van een façade waarop in grote letters ‘BUY’ geschilderd is, staat in scherp contrast met de verstilling of lieflijkheid van Kertész’ eerdere werk. Zo krijgt ook werk dat vormelijk lijkt aan te sluiten bij zijn vroeger formalistisch of romantisch werk een nieuwe betekenislaag. Een foto van een man die achter matglas uitkijkt over de zee is niet alleen een spannende compositie, maar ook een commentaar op de anonieme, desolate genotservaring van moderne cruiseschepen en appartementencomplexen.

De tentoonstelling eindigt met een zaal vol polaroids in kleur, die een relatief groot, maar jammer genoeg onbekend gebleven deel van Kertész’ oeuvre beslaan, geproduceerd in de laatste jaren van zijn leven. Hoewel Kertész tot een van de iconen van de twintigste-eeuwse fotografie behoort, betreft zijn faam vooral de Parijse periode. Naast deze bekende werken zijn zowel de vroege als late delen van Kertész’ oeuvre interessante ontdekkingen. Ook de vroege werken, die op zichzelf weinig interessant lijken, verrijken het narratief van de tentoonstelling.

Als tentoonstelling is Mirroring Life rechttoe rechtaan. Dankzij het chronologisch verloop word je als bezoeker onmiddellijk meegetrokken in het verhaal van een ontluikend talent dat langzamerhand tot bloei komt, dan weer lijkt te stagneren, om uiteindelijk al het voorgaande op een opmerkelijke manier te overstijgen. De combinatie van iconische foto’s met het werk waaruit een meer zoekende houding af te leiden valt, maakt de tentoonstelling uitzonderlijk. Het grote nadeel van de geografisch en chronologisch geordende presentatie van Mirroring Life is de gemiste kans om bepaalde thema’s in het oeuvre uit te diepen. Zo is het voyeurisme het thema dat het meest opvallend afwezig blijft. Het onderzoekend voyeurisme, dat het werk van zijn landgenoot Brassaï zo kenmerkt, was ook Kertész niet vreemd. Onder de titel Distortions maakte Kertész een hele serie experimentele foto’s van vrouwenlichamen uitvergroot en vervormd door holle en bolle spiegels. Fascinatie, schoonheid, mysterie en perversie gaan in deze serie hand in hand. Twee foto’s in Mirroring Life die mensen afbeelden die door gaten in muren en deuren gluren tonen de daad van voyeurisme op een expliciete manier. De beelden doen denken aan het laatste kunstwerk van Marcel Duchamp, het meesterlijke Etant Donné (1946-1966) dat alleen bekeken kan worden door een kijkgaatje in een deur. Achter de deur ontvouwt zich een ingewikkeld schouwspel van lust en verlustiging, waarmee Duchamp (of: Rrose Sélavy) alle normale verwachtingen van polaire seksualiteit tart en de voyeur terugwerpt op zichzelf.

Anders dan Duchamp lijkt Kertész op geen enkele manier dominante gendernormen te bevragen. Zijn werk laat zich kenmerken door een uitgesproken mannelijke blik, die door deze expo op geen enkele manier wordt geproblematiseerd. Mirroring Life is in die zin geen uitzondering op de traditionele overzichtstentoonstellingen van mannelijke avant-gardefotografen. Zij nemen de problemen van de mannelijke blik zelden tot hun onderwerp, wellicht vanwege het feit dat een zulk uitgangspunt de beoogde neutraliteit zou bemoeilijken of afbreuk zou doen aan de autonomie van het werk. Toch is het wenselijk dat in de toekomst ook meer klassieke overzichtstentoonstellingen zich tot doel stellen een kritische reflectie op het getoonde oeuvre te bieden.

 

André Kertész. Mirroring Life tot en met 10 januari 2018 in FOAM Fotografiemuseum, Keizersgracht 609, 1017 DS Amsterdam (020/551.65.200; foam.org).