Lietje Bauwens

DE WITTE RAAF

Editie 190 november - december 2017

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Propositions for Non-Fascist Living: Propositions #1: What We Mean, BAK Utrecht

Te midden van de renovatie van hun nieuwe locatie en de ontwikkeling van een geüpdatete identiteit, opende BAK Utrecht op 7 oktober het vier jaar durende onderzoeksproject Propositions for Non-Fascist living. Met het ambitieus symposium getiteld Propositions #1: What We Mean, poogde BAK Utrecht af te tasten hoe we ons precies tot ‘fascistische’ terminologie kunnen verhouden. Uitgangspunt was de foucaultiaanse opvatting van fascisme als een verlangen naar macht dat alom aanwezig is - een definitie die doorheen de dag meer werd bevestigd dan bevraagd. Het is een riskante keuze om met een niet alleen beladen, maar ook vaak ondoordacht gebruikt woord als ‘fascisme’ aan te komen, maar, zoals curator Matteo Lucchetti later benadrukte, ‘met de huidige gebeurtenissen kunnen we er niet meer omheen de dingen bij hun naam te noemen’.

De dag bestond uit verschillende lezingen, performances, installaties en (video-)interventies waarin makers en denkers aan de hand van hun praktijk zoeken naar nieuwe manieren van samenleven. Onze dagelijkse concepten, zo argumenteerde directeur Maria Hlavajova in haar introductie, zijn gerelateerd aan, of zelfs geworteld in, een alom aanwezig verlangen naar ‘macht’. Om ons een non-fascistisch samenleven überhaupt voor te kunnen stellen, moet er dus voorbij de bestaande structuren en terminologieën worden gedacht. Een levenskunst die het fascisme kan tegengaan, zo schrijft Foucault in zijn voorwoord op Anti-Oedipus (1972) van Gilles Deleuze en Félix Guattari, neemt afstand van niet alleen beperkende machtsconcepten als ‘het individu’, maar van alle statische en uniforme categorieën.

De meeste sprekers en performers mochten dan inderdaad wel tot doel hebben tegenstellingen tussen ‘we en ze’, ‘zelf en ander’, of ‘host en gast’ te bevragen, een deel van de programmatie slaagde er niet in om aan deze tegenstelling te ontsnappen. Zo hadden de poppensketches van Pedro Reyes (Manufacturing Mischief), de prominente neonletters van Yael Bartana ‘What If Women Ruled the World en de titel van het werk Towards an anti-fascist feminist front (2017) van Angela Dimitrakaki, Sanja Ivekovic en Antonia Majaca een reactionaire toon die te veel bleef hangen in een eenzijdige, onproductieve kritiek. Stefano Harney en Fred Moten legden de vinger op de zere plek wanneer zij in een gezamenlijke videoboodschap het onderscheid tussen ‘non-facist living’ en ‘anti-facist living’ aanduidden. Echte bevrijding van fascisme bestaat in de erkenning van complexiteit en het weerstaan van de verleiding hier een eenduidig tegenantwoord op te formuleren.

Tijdens een andere video-interventie, stelde Vijay Prashad dat het fascisme afhankelijk is van gevoelens van vernedering en het, om deze te bevechten, nodig is vertrouwen te hebben in een toekomst die meer is dan slechts de voortzetting van het heden. Om het gekende ‘nu’ te overstijgen, moet de toekomst wel via speculatieve wegen benaderd worden, niet door zich ‘af te zetten tegen’, of ‘eindeloos te reflecteren op’, of vragen en stellingen te formuleren in de taal die voorhanden is, maar door proposities te doen in de vorm van performatieve voorstellingen. De nieuwe BAK locatie onder constructie vormde een interessante achtergrond voor zulke pogingen tot ‘making shift-ness’, in de woorden van Hlavajova.

Op de screening van Wutharr, Saltwater Dreams (2015) van Karrabing Film Collective volgde een gesprek tussen maker Elizabeth Povinelli en curator Vivian Ziherl. Povinelli benadrukte meerdere keren dat zij, als blanke Amerikaanse vrouw, hier niet alleen stond – we moesten de rest van het collectief Aboriginal kunstenaars om haar heen visualiseren. Dit raakte aan de kern van wat de inheemse film volgens haar kan bijbrengen in het nadenken over non-fascist living in een westerse wereld. Povinelli’s onderscheid tussen het fascistische idee van een land dat toebehoort aan een gesloten ‘we’ wiens bestaansredenen voortdurend bevestigd dienen te worden middels mechanismes van uitsluiting, en het ‘inheems toebehoren’ gebaseerd op een open maar fundamenteel begrip van landgebruik, ruimte en landschap, is hierin cruciaal. Fascisme schuilt volgens Povinelli in het menselijke verlangen te willen heersen over zowel elkaar als de natuur, en kan alleen worden tegengegaan wanneer we ons openstellen voor andere vormen van verwantschap, die verder reiken dan het traditionele idee van ‘familie’ of ‘natiestaat’.

Tijdens de screening van Lizzie Bordens film uit 1983 Born in Flames werd performatief onderzocht hoe de ene inclusie weer een andere vorm van uitsluiting tot gevolg kan hebben. Twee uur lang becommentarieerden Sepake Angiama en Domitillia Olivieri live de filmscènes, waarbij ze wezen op de vaak problematische verhoudingen binnen feministische groepen, vrouwenmarsen en vormen van geprivilegieerd verzet. Door het laten samenkomen van twee temporaliteiten, brachten de commentatoren de sciencefictionfilm uit de jaren 80 opnieuw tot leven en plaatsten ze deze in een actueel perspectief.

De performatieve ingrepen werden gedurende de dag steeds ingrijpender en hoewel niet alle experimenten op zichzelf even geslaagd waren – zo lukte het Wendelien van Oldenborgh en Charl Landvreugd niet hun vj-dialoog echt een gesprek te laten zijn en voegde Quincy Gario’s ‘performance’ weinig toe aan zijn ‘lecture’ – maakten deze bouwstenen allemaal onderdeel uit van een choreografische route met een euforische muziekperformance als eindstation. Marinella Senatore, die voor haar project Protest Forms musici uit Utrecht vroeg om met hun instrumenten verschillende vormen van protest te onderzoeken, riep alle aanwezigen op om na afloop in alle vrijheid deel te nemen aan wat er op het podium gebeurde. Waar deze opdracht in zichzelf iets dogmatisch had kunnen hebben, ontstond er verrassend genoeg daadwerkelijk een machtsvrije ruimte waarin bezoekers, performers en kunstenaars al dansend, zingend, en rappend met een soort taal experimenteerden die geen communicatie maar samenhorigheid als doel had. Toch leidde dit niet tot een happy end, wel tot een uitbundige vrolijkheid waarbinnen ook voor ernst een plek was. In plaats van enkel te spreken over wat Foucault met ‘levenskunst’ als ontsnapping aan het fascisme bedoelde, heeft BAK in 12 uur tijd een setting weten te creëren waarin dit aan den lijve werd ondervonden.

Dit was op zich al een bewonderenswaardige prestatie, maar zullen de curatoren van BAK na hun ambitieuze onderzoeks-lancering het non-fascisme ook technischer benaderen? Dit vraagt niet enkel de input van kunstenaars en denkers, maar ook van bijvoorbeeld data-analisten en juristen, zodat we ons niet alleen kunnen voorstellen hoe het bijvoorbeeld is om geen werk meer te hebben (zoals de hypnoseoefening ‘On the Liberation from Work’ tot doel heeft), maar we begonnen zijn met het ontwerpen van structuren om hier een wenselijke invulling aan te geven eens het zover is.

 

Propositions for non-fascist living vond plaats op 7 oktober 2017 in BAK Utrecht, Pauwstraat 13A, 3512 TG Utrecht (030/231.61.25; bakonline.org).