Edo Dijksterhuis

DE WITTE RAAF

Editie 190 november - december 2017

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Sanne Vaassen, 00.00.000

Het persbericht bij de tentoonstelling 00.00.000 bevat niet de gebruikelijke ronkende aanbevelingen of mystificerende ‘curatorspeak’. In plaats daarvan is het vel papier bedrukt met een hoop cijfers, die een kwartslag gedraaid zijn. Met het A4’tje op zijn kant en een leesbril op wordt duidelijk wat dit voorstelt: de demografische kenmerken van de Nederlandse bevolking van 1960 tot heden. Onwillekeurig ga je dan kijken en vergelijken: hoe is de verhouding tussen emigratie en immigratie veranderd over de jaren? En is het aandeel inwoners met een niet-westerse achtergrond daadwerkelijk zo hard gegroeid als sommige populisten ons willen laten geloven?

Een eerste indruk maak je maar één keer, dus liever meteen goed, moeten de nieuwe Amsterdamse galerie Alpert + Leary en de eveneens in het galeriecircuit debuterende exposant Sanne Vaassen hebben gedacht. En dat is gelukt. Nog voor je goed en wel binnen bent, is de aandacht al geprikkeld. Overigens zijn galerie noch kunstenaar echte nieuwkomers. Alpert + Leary wordt gerund door Steven van Grinsven, voorheen de drijvende kracht achter galerie Zinger Presents. En Sanne Vaassen is weliswaar pas in 2015 afgestudeerd aan de Jan van Eyck Academie, haar werk was al te zien in onder andere het Bonnefantenmuseum, het Van Abbemuseum en De Pont.

De tentoonstelling 00.00.000 van Vaassen past perfect in het politiek en maatschappelijk geëngageerde programma waar Van Grinsven bekend mee is geworden en dat hij in een nieuwe incarnatie voortzet. Voor bloedeloos academisme of schreeuwerig activisme is hier geen plaats. In het eerste deel van de tentoonstelling, op de begane grond, heerst vooral een lichte, lyrische toon. Een half dozijn dia-projectoren toont de bloemblaadjes van inheemse en exotische planten. De flora wordt letterlijk doorgelicht, een proces dat doet denken aan controleposten bij grensovergangen.

Het werk roept Island for Weeds (2003) van Simon Sterling in gedachten. De Britse kunstenaar creëerde een kunstmatig eiland – of eigenlijk meer: vluchtelingenboot - voor de tot ‘ongewenst vreemdeling’ verklaarde rododendron, waarmee hij de discussie wilde aanzwengelen over wat nu eigenlijk inheems en eigen is. Vaassen doet iets soortgelijks in een begeleidend boekje. Losse collages maken duidelijk hoe relatief omschrijvingen als inheems of uitheems eigenlijk zijn, vooral als er wordt gekeken naar de collectieve herinneringen en associaties die verschillende bloemen oproepen. Zo wordt de tulp natuurlijk gezien als zeer Hollands, maar stamt hij oorspronkelijk uit Klein-Azië, en wordt hij tegenwoordig voornamelijk gekweekt in Kenia.

Het zwaartepunt van de tentoonstelling ligt op de eerste verdieping en bestaat uit vijf Nederlandse vlaggen. Vaassen ontrafelde ze totdat ze enkel nog een hoop losse rode, witte en blauwe draadjes over had. Die gaf ze aan vijf verschillende personen met de opdracht er een vlag van te maken die volgens hen Nederland representeert. Een weefster nodigde vrienden uit voor een gesprek over wat nationaliteit volgens hen inhoudt. Ze hoorde twijfels en frustratie over de multiculturele samenleving en vertaalde die in een vermenging van kleuren met in het midden een kloof. Er is in de vlag ook een typisch Nederlands vlak landschap te herkennen, maar de knopen die met verschillende weeftechnieken zijn aangebracht geven aan dat er onder het oppervlak het nodige borrelt.

Een sociaal geograaf herschikte de kleuren en verhoudingen zodanig dat een Russische vlag – wit, blauw, rood – ontstond: een uiting van zijn vrees dat de grootmacht uit het Oosten hier de zaak dreigt over te nemen. Een andere vlag echoot het rood-wit van Indonesië, de voormalige kolonie die in 1949 onafhankelijk werd na een gewelddadige strijd waarover het laatste woord nog niet gezegd is. Vlag nummer vier neigt naar een boeddhistische gebedsvlag. En de vijfde lijkt niet eens meer op een ceremonieel dundoek; het is een decoratief lapje geworden.

Vaassens vlaggen zijn een onverwacht poëtische bijdrage aan het identiteitsdebat dat de laatste tijd zo verbeten wordt gevoerd in Nederland. Uitgaand van het meest eenduidige nationale symbool, weet ze de verwarring bloot te leggen die ermee wordt afgedekt. Rood, wit en blauw staan al lang niet meer voor volk, kerk en adel, maar zijn vrij in te vullen grootheden geworden. 00.00.000 stelt ook de (on)aantastbaarheid van het symbool ter discussie. In de Verenigde Staten zou de kunstenaar ontheiliging van de vlag worden aangewreven. In Nederland heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken een van Vaassens alternatieve versies aangekocht voor de eigen kunstcollectie.

 

Sanne Vaassen: 00.00.000 liep tot 14 oktober in galerie Alpert + Leary, Staalstraat 19, Amsterdam (062/493.90.47; alpertleary.com).